Project (2010-2020)

Geschiedenis van het in 2020 afgeronde project.

In 2010 ging het Digital Paul Scholten Project (DPSP) van start. Dit project werd geïnitieerd door Liesbeth Huppes-Cluysenaer, tot 2012 part time werkzaam bij de Afdeling Algemene Rechtsleer. Het DPSP-project beoogde het belangrijkste rechtsfilosofische werk van Paul Scholten – bekend als het Algemeen Deel – in internationaal verband bespreekbaar te maken door een Engelse vertaling ervan op een website te plaatsen. Nadat bij een NWO-aanvraag dit project weliswaar subsidiabel werd geacht, maar niet in de prijzen viel, heeft de Juridische Faculteit op zich genomen om het project tot 2020 financieel te ondersteunen voor wat betreft de bijkomende kosten.

In 2020 werd het project opgeleverd, waarbij de Juridische Faculteit nog de laatste overschrijdingskosten op zich nam. Sinds 2020 wordt het project als zelfstandig project voortgezet door de initiatiefneemster. De aandacht ligt sindsdien bij het bewerken, vertalen en bespreekbaar maken van de eerste twee delen van de Verzamelde Geschriften, die de rechtsfilosofische en politieke geschriften van Scholten bevatten.

Eerste Vijf jaar

In november 2013 stond de eerste Engelse conceptvertaling van hoofdstuk 1 van het Algemeen Deel online op de DPSP-website, zij aan zij met een al bestaande Franse vertaling en de originele Nederlandse tekst. Via een commentaarfunctie konden lezers online opmerkingen over de vertaling plaatsen. Ook was het overige rechtsfilosofische werk van Paul Scholten op de website geplaatst, evenals een reeds bestaande in het Engels vertaalde biografie en een reeds bestaande, maar in sorteerbare tabel omgevormde bibliografie. Ter gelegenheid van het online gaan van de website werd in 2013 een eerste Paul Scholten Symposium georganiseerd. In de periode tot 2015 volgden nog twee andere Paul Scholten Symposia. De bijdragen aan de drie Symposia werden als pre-publicaties op de website geplaatst met de bedoeling ze in overleg met de auteurs te redigeren, aan open peer review te onderwerpen en te publiceren. In deze periode werd tevens een Indonesische vertaling van het Algemeen Deel opgespoord in het Nationaal Archief in Den Haag en zij aan zij met de andere vertalingen geplaatst.

Vanaf 2015

Vanaf 2015 verschoof de aandacht naar de afronding van het project. Weliswaar stond eigenlijk alle tekst al op de website, maar bij het inlezen van oud drukwerk met behulp van OCR (optical character recognition) ontstaan veel fouten. Er was dus veel correctiewerk nodig. Voorts vereist het zij aan zij inlezen van teksten, waardoor vertalingen en bewerkingen met elkaar vergeleken kunnen worden, teksten die een uniform tekst-format hebben, hier Word. Het blijkt dat Word-teksten die er uniform uitzien, dat technisch gesproken niet zijn en dat er heel wat trucs ingezet moeten worden om dat voor elkaar te krijgen. Ook intensief en tijdrovend was het redactiewerk dat nodig was om de Engelstalige Symposia-bijdragen, die uit geheel verschillende taal- en rechtsculturen stamden, te laten uitgroeien tot een coherente, interessante en informatieve bundel over de betekenis van Paul Scholten’s Algemeen Deel. Tenslotte bleek het nodig om de website veel toegankelijker te maken door hem tweetalig op te zetten voor twee geheel verschillende doelgroepen: Engelstalig voor diegenen die geïnteresseerd zijn in nieuwe rechtstheoretische publicaties over Paul Scholten, Nederlands voor diegenen die geïnteresseerd zijn in het bestuderen van zijn originele werk.

Afronding

In 2020 komt de vernieuwde website online, waarmee het project is afgerond. De vraag die de afrondingsfase beheerst heeft was wie deze website in de toekomst zal beheren en hoe dat beheer er uit zal moeten zien. Het beraad in de redactie van het project heeft tot de conclusie geleid dat het voor het behoud en het zichtbaar houden van de website noodzakelijk is dat het project voorlopig op persoonlijke titel wordt voortgezet en dat daarbij nieuwe activiteiten worden ontplooid.

Het handhaven en zichtbaar houden van de website is nodig om de zij aan zij presentaties, waardoor de bewerkte en vertaalde tekst met het origineel vergeleken kunnen worden, in open access beschikbaar te houden.

In 2020 werd het Engelstalige online tijdschrift DPSP Annual opgericht voor de publicatie van de resultaten van het DPSP project in de periode 2010-2020. De gemaakte bewerking van de originele Nederlandse tekst van hoofdstuk 1 van het Algemeen Deel in de 2e druk en de Engelse vertaling daarvan samen met de Engelstalige bijdragen aan drie Symposia over het belang van Scholten’s werk voor de rechtsfilosofie zijn te vinden in het eerste volume (2020). In het tweede volume (2021) werd de oplevering van het vertaalproject Algemeen Deel nog voltooid met de heruitgave van de reeds bestaande Indonesische en Franse vertaling van het eerste hoofdstuk van het Algemeen Deel. Met het oprichten van dit tijdschrift werd de keuze zichtbaar voor het vervolg van het project: de vertaling, bewerking en publicatie van een reeks artikelen uit de eerste twee delen van de Verzamelde Geschriften in samenhang met besprekingen van die artikelen via het organiseren van nieuwe Symposia,

Tenslotte werd in 2020 de eerste DPSP Special Issues in boekvorm uitgegeven met de titel Aristotelian Protestantism in Legal Philosophy, Rethinking Paul Scholten for the 21st Century. Het boek bevat naast de Engelse vertaling van hoofdstuk 1 van het Algemeen Deel, een selectie van de publicaties in DPSP Annual Volume 1 (2020), een korte biografie, een introductie en annotatie+commentaar bij de tekst/vertaling van het Algemeen Deel.

Redactie

De redactie van DPSP heeft gefunctioneerd tot 2020. De redactie heeft zich – zij het op afstand – met alle facetten van de inrichting van de website bezig gehouden en is aldus tot grote steun voor de initiator van het project geweest. Een aantal redactieleden heeft zich om verschillende redenen al heel snel moeten terugtrekken of heeft niet de gelegenheid gekregen om actief te worden. Hier zijn alleen de namen opgenomen van de redactieleden die lange tijd actief betrokken zijn geweest bij het reilen en zeilen van het project. Hun gegevens hebben betrekking op (delen van) de periode 2010-2020. Vanzelfsprekend veranderde er in die periode van tien jaar nogal wat.

Redactieleden

Voorzitter: Laurens Winkel– hoogleraar rechtsgeschiedenis aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Raadsheer plaatsvervanger bij het Gerechtshof te Amsterdam. Studeerde Nederlands Recht aan de Universiteit van Amsterdam en deed studeerde eveneens rechten aan de Université des Sciences Sociales Toulouse I. Hij promoveerde in 1983 cum laude op de betekenis van error iuris in de Griekse filosofie en het Romeinse recht. Hij was gasthoogleraar aan de universiteit van Zürich, Friboug, l’ Université Paris V René Descartes, Università “La Sapienza” in Rome en de universiteit van Ghent. Lid van de redactieraad van het Tijdschrift voor Rechtsgeschiedenis en van Grotiana. Van 2001 tot 2011 lid van de Raad voor de Menswetenschappen van de KNAW. In 2013 ontving hij een ere-doctoraat van de Universiteit van Edingburgh. Hij publiceert op het gebied van de historisch/filosofische aspecten van van burgerlijke recht, de pre-moderne Staat en de geschiedenis van het internationale recht.

Vice-voorzitter: André Hoekema– emeritus hoogleraar Rechtssociologie en Rechtspluralisme aan de Universiteit van Amsterdam, waaraan hij in 1972 gepromoveerd was op de informele wijze van afhandeling van kleine diefstal in de haven van Rotterdam en waaraan hij als gastdocent nog vele jaren actief bleef. Hij had in Utrecht zowel zijn graad in rechten als in sociologie behaald. In latere jaren spitsten zijn publicaties zich toe op rechten op grond, hervorming van recht en manieren om de staat en de juridische orde meer pluralistisch te maken in met name Latijns Amerika en sommige Afrikaanse landen. De relatie tussen juridische en sociologische/antropologische theorie is gedurende zijn hele academische carrière één van zijn hoofdinteresses geweest. In deze context heeft hij aandacht besteed aan Scholten en zijn tijdgenoten, zoals Levenbach, Valkhoff, Hijmans en Sinzheimer.

Redactie-secretaris: Liesbeth Huppes-Cluysenaer– na haar pensionering in 2012 bleef zij tot 2020 als gastonderzoeker verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Ze studeerde Nederlands recht en volgde de leraaropleiding filosofie, beide aan de Universiteit van Amsterdam. Ze schreef haar proefschrift over de relevantie van de wetenschapstheorie in de context van juridisch onderwijs in 1995, en gaf onderwijs over verschillende onderwerpen in de rechtsfilosofie, rechtssociologie, wetenschapsleer voor juristen en argumentatietheorie. Haar huidige onderzoeksthema is de Aristotelische rechtstheorie. Voor publicaties zie: https://www.researchgate.net/profile/Liesbeth_Huppes-Cluysenaer2

Esther Hoorn– adviseur Intellectuele Eigendom, Open Access en datamanagement bij de Universiteit Groningen. Studeerde Rechten aan de Universiteit van Leiden. Deed enige tijd praktische rechtservaring op als rechter plaatsvervanger bij de rechtbank te Leeuwarden. Zij deed een experiment met Wiki software bij Nederlandse rechten studenten die in het Engels les kregen en heeft de status van expert deskundige verworven op het gebied van het creëren van digitaal verrijkte publicaties. Haar belangstelling gaat speciaal naar de manier waarop nieuwe software ingezet kan worden ten behoeve van communicatie onder academische juristen en hoe diezelfde software hun wetenschappelijk onderzoek zou kunnen ondersteunen. Als achterkleinkind van Paul Scholten wil ze zich inzetten van een goede beschikbaarheid van zijn werk in het publieke domein.

Niels van Manen– sinds 2009 raadsheer bij het Gerechtshof te Amsterdam. Studeerde rechten aan de Universiteit van Leiden en promoveerde in 1989 aan de Universiteit van Amsterdam op een empirisch onderzoek naar sociale rechtshulp. Hij was vele jaren als hoofddocent aan de Universiteit van Amsterdam verbonden, in het kader waarvan hij samen met André Hoekema een handleiding publiceerde over de theorie en methode van de Rechtssociologie. Hij gaf enige tijd leiding aan het Paul Scholten Research Institute of the University of Amsterdam en verzorgde in deze periode, samen met Roelf Stutterheim and, het fotografische herdruk van het proefschrift van Paul Scholten, met diens eigen aantekeningen in de marge. In 1995 schreef hij een artikel over rechtsvinding en intuïtie bij Paul Scholten voor de bundel De actualiteit van Paul Scholten. In het Engels vertaald kan dit artikel gevonden worden op: http://ssrn.com/abstract=1585106

Antoinette Muntjewerff– sinds 2003 onderzoeker/docent in Algemene Rechtsleer aan de Universiteit van Amsterdam en daarvoor (1988-2003) in Kunstmatige Intelligentie en Recht. Studeerde Onderwijskunde aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en Rechten niet alleen aan de Vrije Universiteit maar ook aan de Radboud Universiteit te Nijmegen en de Universiteit van Amsterdam. Aan de laatste promoveerde ze in 2001 op het onderwerp theoretical and empirical studies of legal case- solving, as well as the construction of an instructional environment for learning to solve legal cases called PROSA. In 2003/2004 werkte ze als deeltijd hoogleraar Juridische Methodologie aan de Rechten Faculteit van de Vrije Universiteit te Brussel waar ze een electronisch practicum (a Work Bench) opzette. Haar onderzoek betreft het modelleren van juridische kennis en juridisch redeneren voor juridisch onderwijs: www.antoinettemuntjewerff.nl.

Bram Scholten- werkzaam als adviseur bij de afdeling betalingen van De Nederlandsche Bank (DNB) in Amsterdam. Kwam in 1980 in dienst bij de DNB en heeft sindsdien een reeks van verschillende posities bekleed. Werd gedetacheerd bij het IMF te Washington DC en is vanaf 2011 gedetacheerd geweest bij de Europese Centrale Bank te Frankfurt. Studeerde Economie aan de Universiteit van Amsterdam en vulde deze recent aan met een studie Rechten aan dezelfde Universiteit. Is kleinzoon van Paul Scholten en zoon van G.J. Scholten, die van 1962 tot 1979 de leerstoel bekleedde, die daarvoor van 1910 tot 1945 aan zijn vader had toebehoord. Is voorzitter geweest van de kerkenraad van de Westerkerk te Amsterdam en is lid van het bestuur van het Duitsland Instituut Amsterdam (DIA).

Marjanne Termorshuizen-Arts– schilder/kunstenaar en freelance Nederland-Indonesisch vertaler/uitlegger. In de periode 2004-2007 als onderzoeker verbonden aan het Van Vollenhoven Instituut. In de periode 2006-2008 was ze lid en interim-voorzitter van het Pin Yin Committee on the translation of Dutch legal terms in French, German and English. Ze studeerde Rechten aan de Radboud Universiteit en Indonesische talen aan de Universiteit van Leiden. Ze promoveerde in 2003 aan de Universiteit van Leiden op de methode van de vergelijkende rechtsleer. In deze dissertatie ontwikkelde ze een methode om de verschillende doctrinaire aspecten te visualiseren, die cruciaal zijn voor het begrijpen en vergelijken van bepaalde rechtsbegrippen. In 1999 publiceerde ze een Nederlands-Indonesisch Juridisch Woordenboek en in 2000 een Indonesisch-Nederlands Woordenboek Burgerlijk Recht. In 2003 redigeerde ze een vertaling door Tristam Moeliono and Widati Wulandari van de bekende handleiding voor het Nederlandse strafrecht van Jan Remmelink.

Saskia Wouterse-Windhouwer– deskundige op het gebied van het beheer en de opslag van elektronische publicaties bij de Universiteit van Amsterdam en hoofd van de Bibliotheek en Informatiediensten bij het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) te Wageningen. Bij de Universiteit van Amsterdam was ze de contactpersoon voor auteursrechten, Open Access en het institutionele systeem voor onderzoeksinformatie en opslag (UvA-DARE). Ze is lid van de UKB-working-group Open Access en voorzitter van de Special Interest Group Research Information. In 2010 won ze de SURFshare Open Access Award. Ze nam deel aan het 7th Framework Programma van de Europese Commissie genaamd Digital Repository Infrastructure Vision for European Research II en is co-auteur van één van de producten daarvan: Report on Enhanced Publications state-of-the-art.

Visie op Scholten van de redactieleden

Toen in 2013 de Paul Scholten website online ging, schreven een aantal redactieleden op verzoek van de redactiesecretaris een korte notitie over het belang van Paul Scholten en het project. Aangezien de website toen nog alleen in het Engels was, schreven ze hun notitie in het Engels. Door het aanklikken van deze link, vindt men deze beschrijvingen, die zijn opgenomen in het Engelstalige deel van deze website.

Doelstellingen

Het Digital Paul Scholten project beschouwt Paul Scholten’s Algemeen Deel als één van de belangrijkste onderdelen van het Nederlands Juridisch Cultureel Erfgoed, dat voor de rechtsfilosofie behouden moet blijven. Voor het behoud van juridisch erfgoed is onderzoek nodig vanuit het perspectief van vergelijkende rechtsfilosofie. Bij de vergelijking gaat het niet om de rechtstheorie in verschillende landen, maar om een vergelijking naar plaats en tijd van verschillende filosofische perspectieven zoals die een rol spelen in sociologie, geschiedenis, antropologie, ethiek, theologie of politieke wetenschap. De website creëert een digitale omgeving voor een dergelijk soort onderzoek.

De volgende 5 doelstellingen werden geformuleerd:

  1. Het rechtsfilosofische werk van Paul Scholten (Algemeen Deel en Verzamelde Geschriften) in open access beschikbaar stellen op een website.
  2. Het eerste hoofdstuk van het Algemeen Deel in het Engels vertalen en vervolgens in open access publiceren.
  3. Dit in het Engels vertaalde werk kritisch bespreken via het organiseren van Symposia in internationale rechtsfilosofische context.
  4. De Engelstalige bijdragen aan de Symposia in open access publiceren.
  5. De techniek van het maken van een meertalige website met tevens tijdschriftkarakter via de website delen.

In 2016 was het 70 jaar geleden dat Paul Scholten stierf. Vanaf dat moment behoort al het werk van Paul Scholten tot het publiek domein. In 2013 ging de website van het Digital Paul Scholten Project online met daarop de originele rechtsfilosofische teksten van Paul Scholten. Deze (Algemeen Deel en Verzamelde Geschriften) worden niet alleen in fotokopie aangeboden, maar eveneens als Word-file. Het werk is niet alleen op de website in te zien, maar alle tekst (in PDF of Word) kan zonder nadere kosten doorzocht, geprint en gedownload worden. In 2013 berustte dit dus nog op de welwillendheid van familie en bereidwillige medewerking van de uitgever Kluwer.
In de periode na 2013 is er nog veel werk verzet om de teksten te corrigeren en te bepalen hoe de teksten ter beschikking gesteld moesten worden.

Implementatie

Bij de implementatie van de 5 doelstellingen die geformuleerd waren, zijn de volgende keuzes gemaakt..

1: open access beschikbaar op website

Genummerde tekstblokken. Bij de Word-files van het Algemeen Deel zijn de teksten in genummerde blokken ingedeeld. Dat maakt referentie mogelijk zonder gebruik van paginanummers, die per editie zullen verschillen en niet bruikbaar zijn op webpagina’s. Ook maakt deze indeling in blokken het mogelijk vertalingen en bewerkingen te vergelijken met het origineel of met een andere vertaling.

Algemeen Deel in Drie Edities. Ten behoeve van een goede introductie van de bloknummers van het Algemeen Deel is er een presentatie op de website gemaakt van de drie edities van het boek Algemeen Deel in zijn geheel, in de oude spelling van de tweede editie. Ieder editie heeft hierbij een eigen kleur en de paginanummers van alle drie de edities zijn aangegeven naast de gezamenlijke bloknummers. In deze editie zijn ook de registers opgenomen. Deze registers zijn in de andere edities weggelaten omdat ze verouderd zijn.
Bewerking. Het eerste hoofdstuk van het Algemeen Deel is niet alleen in nieuwe spelling gezet, maar ook bewerkt. Zie nader Methode en Verantwoording.

2: in Engels vertalen en publiceren

Vertalen

Native Speaker. Al in 2013 stond de conceptvertaling van hoofdstuk 1 van het Algemeen Deel op de website. Een native speaker maakte deel uit van het vertaalteam. Zie voor de werkwijze de pagina Methode en Verantwoording. Uiteindelijk is in 2020 ook nog een bewerking gemaakt van de Nederlandse originele tekst. De Engelse vertaling is daaraan aangepast. De al bestaande Franse en Indonesische vertaling niet.

Nieuwe Titel. Vaak wordt gesproken van het Algemeen Deel, terwijl men alleen het oog heeft op het eerste hoofdstuk van dat boek. De titel van dat eerste hoofdstuk is De Methode van het Privaatrecht. De redactie van DPSP heeft besloten om, nu hoofdstuk 1 van het Algemeen Deel apart uitgegeven werd in een nieuwe bewerking en Engelse vertaling, niet de titel van het boek te gebruiken en evenmin de titel van hoofdstuk 1. Als nieuwe titel is gekozen voor de titel Algemene Methode van het Privaatrecht en voor de Engelse vertaling General Method of Private Law. Ook de reeds bestaande Franse en Indonesische vertalingen werden van deze nieuwe titel voorzien in de heruitgave: respectievelijk Méthode Générale du Droit Privé en Metode Umum Hukum Perdata.
Side by Sides. Alle vertalingen van het Algemeen Deel zijn bloksgewijs op de website gepresenteerd, zij aan zij met de originele tekst en met de bewerkte tekst.
Vertaal-standaardisering. In alle DPSP-edities worden de op de website gepubliceerde vertalingen van Paul Scholten’s werk als standaard gebruikt. Als een auteur kritiek heeft op een vertaling, worden de betreffende termen als theoretische termen gebruikt. Dit betekent dat de Engelse vertaling telkens begeleid worden met tussen haakjes de Nederlandse term.

Publiceren

De Engelse vertaling van hoofdstuk 1 van het Algemeen Deel is, evenals de Franse en Indonesische vertalingen zij aan zij met de Nederlandse bewerkte tekst in nieuwe spelling én met de originele Nederlandse tekst in oude spelling op de website te vinden. Deze zij aan zij presentaties zijn geen publicaties, maar web-edities ofwel web-versies, die doorzoekbaar, downloadable en printbaar zijn.

De Engelse vertaling is gepubliceerd in jaargang 1 (2020) van het daartoe opgerichte open access online tijdschrift DPSP Annual, terwijl de Nederlandse bewerking en de Franse en Indonesische vertaling zijn heruitgegeven in ditzelfde tijdschrift, respectievelijk in Volume 1 (2020) en Volume 2 (2021). Daarnaast is de nieuwe Engelse vertaling in druk uitgegeven als hoofdstuk van het boek Aristotelian Protestantism in Legal Philosophy, Rethinking Paul Scholten for the 21st Century, DPSP Special Issues no 1.

Voor publicatie zijn een aantal keuzes gemaakt.
Verwijzingen naar vertalingen. Voor het verwijzen naar vertalingen bestaat geen uniforme internationale standaard. Chicago Manual geeft bijvoorbeeld twee opties voor het verwijzen naar vertalingen. In het ene geval neemt men de naam van de vertaler als auteur, in het andere handhaaft men de naam van de originele auteur. DPSP geeft aan vertalingen een titel, waaruit blijkt dat het om een vertaling gaat en waarin de naam van de originele auteur is opgenomen. De vertaler(s) zijn dan auteur samen met de oorspronkelijke auteur.
Citeergegevens. Er is een onderscheid tussen webversies, online publicaties en gedrukte boeken. Webversies behouden de originele citeergegevens. Bij pagina verwijzingen wordt de URL van DPSP + bloknummers aan de originele citeergegevens toegevoegd. De online publicaties zijn de nieuwe vertalingen en de bewerkingen, die gemaakt worden in het kader van DPSP. Deze krijgen nieuwe citeergegevens door hun publicatie in DPSP Annual. DPSP Special Issues zijn gedrukte boeken met een selectie van de publicaties in DPSP Annual en nieuw materiaal, zoals bijvoorbeeld een Introductie.

3: Symposia

Het maken van een Engelse vertaling heeft alleen zin wanneer daarmee de visie van Paul Scholten wordt geïntroduceerd in het internationale rechtstheoretische debat. De Symposia creëren discussies over Paul Scholten’s rechtsfilosofische inzichten. Voor ieder Symposium werd een thema uit het Algemeen Deel geselecteerd. In samenspraak met een gastredactie werden sprekers uitgenodigd. De Symposia thema’s werden uitgewerkt in research questions, die op de website gepubliceerd staan en waarbij de Symposium bijdragen ingediend werden.

Tot 2020 zijn er drie Engelstalige Symposia georganiseerd.

Paul Scholten Symposium I op 15 november 2013.

Titel/Thema: Paul Scholten from the Perspective of Comparative Legal Theory.
Research questions: Open System of Law en Intuition
Plaats: UB van de Universiteit van Amsterdam.
Georganiseerd door André Hoekema, Niels van Manen en Liesbeth Huppes-Cluysenaer.
De uitnodiging van de buitenlandse gasten werd gefinancierd door de Marcel Henri Bregstein Stichting.
Dagvoorzitter: André Hoekema, vicevoorzitter van de redactie van DPSP
Sprekers: Opening door Edgar du Perron, de decaan; Kees Cappon, afdelingsvoorzitter van Algemene Rechtsleer; Jean-Louis Hapérin, hoogleraar rechtsgeschiedenis aan de École Normale Supérieure in Parijs; Burkhard Schafer, hoogleraar Computational Legal Theory aan de Universiteit van Edingburgh; Laurens Winkel, hoogleraar rechtsgeschiedenis aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en voorzitter van de redactie van DPSP; Niels van Manen, raadsheer in het Gerechtshof van Amsterdam en redactielid van DPSP; Liesbeth Huppes, initiator van DPSP en Jelmer van der Ploeg, programmeur van de website. Jaakko Husa, hoogleraar Legal Culture en Legal Linguistics aan de Universiteit van Helsinki was door een vliegtuigstaking gedwongen af te zeggen.
Resultaat:
De sprekers Halpérin, Husa en van Manen leverden een bijdrage in bij de research questions Open System of Law (Halpérin en Husa) en Intuition (van Manen). Deze zijn nu gepubliceerd in de eerste jaargang van DPSP Annual, 2020.
Op de ochtend van 16 november vond een redactieberaad plaats met de aanwezigheid van de sprekers Halpérin en Schafer, waarbij ter bespreking kwam hoe omgegaan moest worden met de registers in het Algemeen Deel en daarnaast met de vele problemen die samenhangen met publiceren op een website. Lees verder in Evaluatie.

Paul Scholten Symposium II op 21 November 2014.

Titel/Thema: Paul Scholten on Law and Emotion.
Research Question: Law en Emotion
Plaats: Faculteitskamer op de Oude Manhuispoort.
Georganiseerd door Liesbeth Huppes-Cluysenaer.
De uitnodiging van de buitenlandse gasten werd gefinancierd door de faculteit.
Dagvoorzitter: Niels van Manen, lid van de redactie van DPSP
Sprekers: Marco Gardini, inmiddels hoogleraar Romeins Recht aan de Universiteit van Parma. Terry Maroney, hoogleraar Law en hoogleraar Medicine, Health and Society aan de vanderBilt University; Christof Rapp, hoogleraar aan de Munich School of Ancient Philosophy van de Ludwig-Maximilians-Universität München; René Brouwer, docent Recht, Economie, Bestuur en Organisatie aan de Universiteit Utrecht, die over Stoicisme publiceert bij Cambridge University Press; Nuno Coelho, inmiddels hoogleraar rechtsfilosofie aan de Universiteit van São Paulo en Ribeirão Preto; Luciano de Camargo Penteado, docent/onderzoeker burgerlijk recht aan de universiteit van São Paulo.
Resultaat:
Alle sprekers op één na leverden een bijdrage in bij de research question Law and Emotion. René Brouwer zag zich genoodzaakt zijn bijdrage niet in te dienen omdat zijn superieuren hem hadden uitgelegd dat een webpublicatie niet als een geldige publicatie kon worden erkend. De wel ingediende bijdragen zijn nu allemaal gepubliceerd in de eerste jaargang van DPSP Annual, 2020. Daarbij moet opgemerkt worden dat de bijdrage van Penteado niet is gereviewed omdat hij in 2016 plotseling aan een acute infectie overleed.
Het symposium was gecombineerd met een workshop op 20 november met als onderwerp Aristotle: Law, Reason and Emotion, die met hulp van Nuno Coelho was georganiseerd. De deelnemers aan de workshop (9) kwamen op eigen gelegenheid. Niet alle sprekers van het Symposium namen deel aan die workshop, maar Coelho, Maroney en Penteado waren aanwezig. Deze workshop resulteerde in Aristotle on Emotions in Law and Politics, Law and Philosophy Library (Dordrecht, Heidelberg, New York, London: Springer Verlag, 2018), waarin de Symposium bijdragen aan de website van Maroney en Rapp zijn herdrukt, onder verwijzing naar de website.

Paul Scholten Symposium III op 27 november 2015.

Titel/Thema: New Perspectives on Law and Reality.
Research Question: New Perspectives on Law and Reality
Plaats: UB van de Universiteit van Amsterdam.
Georganiseerd door Adriaan Bedner, Marjanne Termorshuizen-Arts en Liesbeth Huppes-Cluysenaer.
De uitnodiging van de buitenlandse gasten werd gefinancierd door de KNAW en de Marcel Henri Bregstein Stichting.
Dagvoorzitter: Derk Venema, leraar Duits en filosofie, voormalig docent/onderzoeker rechtsfilosofie aan de Radboud Universiteit te Nijmegen en voormalig penningmeester van de Vereniging voor Wijsbegeerte van het Recht;
Sprekers: Pablo Rueda, docent/onderzoeker aan de University of Los Andes, Bogotá; Ramiro Molina Rivero, voormalig docent/onderzoeker aan de katholieke universiteit te La Paz; Marjanne Termorshuizen-Arts, op dat moment kunstenaar en onderzoeker bij het van Vollenhove Instituut; Robert Knegt voormalig hoofddocent en directeur van het Sinzheimer Instituut; Shidarta, docent/onderzoeker aan de Binus University te Jakarta; Upik Djalins, independent scholar with a dissertation at Cornell University; Adriaan Bedner, inmiddels hoogleraar directeur van het van Vollenhove Instituut in Leiden.
Resultaat: Drie sprekers (Pablo Rueda, Ramiro Molina Rivero en Adriaan Bedner) leverden hun bijdrage niet in bij de research question New Perspectives on Law and Reality. De overige bijdragen zijn nu gepubliceerd in de eerste jaargang van DPSP Annual 2020.
Het symposium was weer gecombineerd met een workshop, ditmaal over hetzelfde onderwerp. De deelnemers aan de workshop (5) kwamen op eigen gelegenheid. De sprekers van het Symposium namen allen deel aan de workshop. Hoewel alle deelnemers aan de workshop een bijdrage inleverden bij de betreffende research question hebben ze, met uitzondering van Moeliono, geen revisie ingediend op hun review, omdat de vertaalproblemen te groot waren. Van de workshop-bijdragen is daarom alleen het artikel van Tristam Moeliono nu opgenomen in de eerste jaargang van DPSP Annual, 2020.

4: Publicatie van Symposium bijdragen

De bijdragen die zijn ingediend bij de research questions van de drie Symposia, zijn nu gepubliceerd in de eerste jaargang van DPSP Annual, 2020. Deze bijdragen zijn geredigeerd en één of meer keren gereviseerd naar aanleiding van review-commentaar van de redacteur van DPSP Annual in overleg met de organisatoren van de Symposia. Het redactiewerk heeft het volgende omvat:
Referentie naar het werk van Paul Scholten. Er dient uitvoerig verwezen te worden naar de teksten van Paul Scholten. De redacteur confronteert de auteur met passages uit het werk van Paul Scholten die op het eerste gezicht strijdig lijken met wat de auteur schrijft en vraagt om expliciet op deze passages te reageren. Uitzondering wordt gemaakt wanneer een auteur is uitgenodigd op het Symposium om een specifiek aspect van de rechtstheorie in algemene zin te belichten, zoals bijvoorbeeld de auteurs Rapp en Maroney.
Engelse taal. Uitgangspunt is dat het Engels begrijpelijk moet zijn en dat verder zoveel mogelijk extra kosten van Engels redigeren vermeden worden. Het probleem is dat bij sterk uiteenlopende taalachtergrond kleine foutjes in het Engels de tekst onbegrijpelijk kunnen maken. Dit betekent dat van auteur en redacteur veel gevraagd wordt en een tekst soms een aantal keren heen en weer moet. Soms kan de kloof niet overbrugd worden en moet de auteur op zoek naar betere hulp bij het Engels.
Instituties en moedertaal. Bij het gebruiken van voorbeelden komen allerlei wetten, rechterlijke uitspraken en instituties aan de orde, die uitgelegd moeten worden. Net als bij verwijzingen naar formuleringen in de moedertaal, staat de hoofdtekst zoveel mogelijk in het Engels en wordt in voetnoten de uitleg gegeven en de formulering in moedertaal. Deze vertalingen en uitleg worden in de bibliografie van het artikel weergegeven in de vorm van woordenlijsten, lijsten met wetgeving, etc.
Citaten naar vertaalde teksten. Net zomin als er een internationale standaard is ontwikkeld voor de meta-gegevens van vertaalde teksten, zie boven, is er een internationale standaard voor het verwijzen naar vertaalde teksten. DPSP heeft als beleid dat de zogenaamde run-in citaten bij vertaalde teksten niet zijn toegestaan. Bij dat type citaat geeft een auteur in eigen woorden een tekst weer maar gebruikt hier en daar voor de levendigheid een kenmerkend woord om als het ware de geciteerde auteur zelf aan het woord te laten. Bij vertaalde teksten is dit een onjuiste suggestie omdat men de vertaler aan het woord laat en niet de auteur. Daarom zijn alleen blokcitaten toegestaan. Om er steeds aan te herinneren dat het om een vertaalde tekst gaat, worden bij ieder blokcitaat opnieuw de initialen van de vertaler opgenomen. Bij blokcitaten naar het werk van Paul Scholten, waarvan de vertaling al op de website staat, kan volstaan worden met het bloknummer tussen haakjes.
Preprints en Open peer review. In de beginfase van het project werd een Engelstalige bijdrage voor de website direct bij inlevering na een hele kleine controle online gezet, als niet citeerbaar concept. (Deze directe posting wordt nu niet meer gedaan.) Zodra de redactie was afgerond werd het artikel als preprint gepubliceerd en verzonden naar twee reviewers, één naar keuze van de auteur en één naar keuze van de redacteur. Open peer review was een nieuw fenomeen en het heeft enige tijd geduurd voordat duidelijk werd hoe daar mee om gegaan moest worden. Open peer review kan alleen werken als de tekst goed geredigeerd is. Dan heeft open peer review dezelfde functie als een boekbespreking. Op- en aanmerkingen over taal, lay-out en publiceerbaarheid zijn gericht aan de redacteur en zijn zeer welkom maar niet open. Vanzelfsprekend neemt de redacteur dergelijke punten op met de auteur. Het open peer review betreft dus een bespreking van het artikel, de relevantie ervan en de overtuigingskracht. Het heeft enige tijd geduurd om tot deze conclusies over het beleid van open peer review te komen. Enkele reviews die in het verleden waren gegeven, zijn voor publicatie in DPSP Annual (2020) aan het inmiddels vastgestelde beleid aangepast.

5: Beschikbaar stellen van het technisch ontwerp.

Zie technical design

Persoonlijk Evaluatie en Conclusies na tien jaar DPSP

Liesbeth Huppes-Cluysenaer

Publiceren op een website

Het idee van een website[1] kwam van Esther Hoorn, achterkleinkind van Paul Scholten en werkzaam bij de Universiteitsbibliotheek in Groningen. We ontmoetten elkaar op de boekpresentatie van Dorsten naar Gerechtigheid, een door Timo Slootweg verzorgde heruitgave van Paul Scholten’s Algemeen Deel en enkele van zijn Verzamelde Geschriften. De boekpresentatie vond plaats op de rechtenfaculteit van de Universiteit van Amsterdam. Tot mijn verbazing vermeldde de decaan van de juridische faculteit, Edgar du Perron, in zijn speech dat ik waarschijnlijk een Engelse vertaling zou gaan maken – iets wat slechts vluchtig aan de orde kwam in een kort daarvoor gevoerd gesprek. Tijdens de borrel inspireerde Esther mij om mijn vertaling – die nu opeens bijna een feit was geworden – op een website te zetten als onderdeel van een groter project om al het werk van Paul Scholten in open access beschikbaar te maken. Zij heeft mij kort daarna in contact gebracht met Saskia Woutersen-Windhouwer, die werkzaam was bij de Universiteitsbibliotheek van de Universiteit van Amsterdam.
Bij de Universiteitsbibliotheken hield men zich in de tijd dat DPSP begon (2010) bezig met de vraag waarom universiteitsmedewerkers zo weinig deden met de nieuwe mogelijkheden die publiceren op een website bood, zoals open access publiceren, verrijken van publicaties met allerlei links en het ontwerpen van nieuwe wetenschappelijke samenwerkingsvormen, zoals bijvoorbeeld beschreven in Reinventing Discovery van Michael Nielsen.[2]
DPSP kan gezien worden als een pilot voor volledig open access publiceren. Door gewoon te beginnen zouden we er vanzelf achter komen wat kon. Het bleek een heel zwaar traject. De leden van de redactie werden regelmatig tot wanhoop gedreven door het soort van new-speak dat nodig bleek om te begrijpen wat wetenschappelijk publiceren in open acces betekende. In de tien jaar die sinds de start van het project verlopen zijn is de publicatiewereld diepgaand veranderd. Rondom het publiceren in open access heeft zich een kartel ontwikkeld van universiteiten en grote uitgevers, waarbij een goed deel van de bestaande kleine tijdschriften is gemarginaliseerd. Vanaf 2015 werd aangenomen dat een artikel dat alleen op een website was geplaatst, geen publicatie was en al helemaal geen wetenschappelijke publicatie. Tegelijkertijd begonnen sommige tijdschriften alleen nog als web-versies te verschijnen.

Wetenschappelijk Erfgoed

DPSP is meer dan een pilot voor open access publiceren. DPSP is ook en vooral een project voor het bewaren en toegankelijk houden van belangrijk juridisch erfgoed. Dat aspect trok de aandacht toen in de afrondingsfase de vraag aan de orde kwam hoe de website beheerd zou moeten worden wanneer de financiering door de faculteit beëindigd zou zijn. De website was tot dan persoonlijk eigendom van mij, ook al was de website gefinancierd door de faculteit en stond het UvA teken op de openingspagina. Tijdens het overleg in de redactie over het oprichten van een beheersstichting kwam langzaam maar zeker een onaangename waarheid aan het licht: de website met het gescande en gecorrigeerde werk van Paul Scholten en de tweezijdige presentatie van vertalingen zou in korte tijd kunnen verdwijnen als de band met de UvA was doorgesneden. Uitgevers creëren ‘visibility’ voor hun website doordat het verkoopsites zijn. Wetenschappelijk websites moeten het hebben van kleine aantallen sterk gemotiveerde gebruikers. Zonder grote aantallen bezoekers verdwijnt een website uit het digitale zicht en zonder band met een universiteit verliest de website ‘credibility’. Dit zou eenvoudig opgelost kunnen worden als bijvoorbeeld universiteiten een registratiesysteem zouden maken voor websites met wetenschapsculturele betekenis. Heeft een website eenmaal een registratienummer, dan kunnen de verschillende individuele web items een afgeleid nummer krijgen, waarmee ze te catalogiseren en te archiveren zijn voor Universiteitsbibliotheken en daarmee dus vindbaar. Zo’n registratiesysteem bestaat echter nog niet. Zodra duidelijk werd dat de redactie van DPSP niets kon doen om de website tegen vergetelheid te beschermen wanneer eenmaal de band met de faculteit was doorgesneden, had het oprichten van een beheersstichting geen zin. Dit betekende dat de redactie geen functie meer had en dat de website gewoon mijn persoonlijk eigendom bleef. Er is nog overwogen om de website om niet te geven aan een uitgever, maar dan zou de website het eigendom van de uitgever worden, hetgeen bij een open access-website die geen verdiensten doch slechts kosten oplevert geen bestaanszekerheid oplevert.

DPSP Annual: Doorstart na Afronding

Voor tijdschriften bestaat wél een ISSN registratiesysteem. Dus men kan de website via een tijdschrift als wetenschappelijk erfgoed bewaren. Die weg is gekozen. Voor een tijdschrift zal een ander soort redactie nodig zijn dan de oude redactie van de website. Aangezien het tijdschrift een jaaruitgave is die nauw samenhangt met de jaarlijkse Symposia, heb ik er vooralsnog voor gekozen om voorlopig zelf de enige vaste redacteur te zijn en samen te werken met gastredacties die bestaan uit de organisatoren van de Symposia. Deze constructie lijkt sprekend op wat ik al jaren met veel plezier doe, namelijk het als editor verzorgen van uitgaves van special issues of ‘contributed volumes’. Het grote voordeel ten opzichte van dergelijke contributed volumes is dat het resultaat nu open access is, in combinatie met open peer review.

Missie en Reikwijdte van DPSP Annual

Missie

DPSP Annual creëert het platform voor een discussie over twee filosofische levensbeschouwingen die funderend zijn voor twee hoofd richtingen van wetenschap, die niet autonoom zijn maar in een verhouding van theorie en praktijk tot elkaar staan. Cruciaal is daarbij de keuze of de praktijk of de wetenschap het laatste woord zal hebben. In de oude Europese academische opvatting van recht heeft de praktijk het laatste woord terwijl in de huidige mondiale welvaartstheoretische opvatting van recht, aan de wetenschap het laatste woord wordt toegedacht.
DPSP Annual wil een discours tot stand brengen over de tegenstrijdigheden die zijn ontstaan tussen deze twee levensbeschouwingen. Door met elkaar verward te worden verliezen praktijk en theorie het kritisch vermogen dat inherent is aan hun spanningsvolle relatie tot elkaar.
De discussie in DPSP Annual zal gevoerd worden aan de hand van de geschriften van Paul Scholten. Niet alleen is Paul Scholten zich het onderscheid tussen beide levensbeschouwingen bewust geweest, hij heeft de verwarring tussen de twee levensbeschouwingen tijdens zijn werkzame leven zien ontstaan. Verder heeft hij de abstracte opvattingen die een rol spelen in deze discussie concreet en helder in hun consequenties voor het recht uitgewerkt.

Reikwijdte

In het algemeen wordt de verhouding tussen recht en sociologie aldus geschetst dat het in het recht gaat om goed en kwaad en in de sociologie om waar en onwaar.
Het DPSP-onderzoek richt zich op de discussie tussen deze twee levensbeschouwingen: één waarbinnen politiek gezien de categorieën waar en onwaar belangrijker zijn dan goed en kwaad en één waarin het omgekeerde nagestreefd wordt, met als gevolg een relatief waarheidsbegrip.
De opvatting dat het in de politiek draait om een discussie over goed en kwaad gaat terug op Aristoteles en vormt de basis van de academische traditie van politiek en recht, die in het Europa van voor de Franse revolutie dominant was. Deze Europese academische traditie is een traditie van rechtersrecht. Aan het einde van de 18e eeuw wordt dat rechtersrecht verdrongen door de idee van uniforme codificatie.
In het idee van codificatie komt een geheel nieuwe levensbeschouwing naar voren, die als Verlichting al een lange voorgeschiedenis had, maar pas mét de Franse revolutie politiek dominant wordt. Kenmerkend voor de periode van codificatie is een Deistische opvatting, waarin er een samenval is van goed en waar in het begrip wet. Het Kantiaanse onderscheid tussen Sein en Sollen spreekt op het eerste gezicht deze samenval tegen, maar zoals Kant’s essay over de strijd tussen de faculteiten laat zien, refereert hij met dat onderscheid slechts aan een onderscheid tussen wet en mechanisch gehoorzame uitvoering.
Het Neokantianisme verwerpt het Deisme aan het einde van de 19e eeuw en ontwikkelt de sociale wetenschap. In veel opzichten grijpt het Neokantianisme terug op de Europese academische traditie van voor de Franse Revolutie, maar een heldere uiteenzetting over de overeenkomsten en verschillen met die traditie ontbreekt. Daardoor hangt de verhouding tussen recht en sociologie in de lucht. Van beide kanten is alle discussie altijd gefocust op het verwerpen van het Deisme.
De levensbeschouwing van de sociologie, waarin de categorieën waar en onwaar politiek gezien belangrijker zijn dan de categorieën goed en kwaad, is ontwikkeld door Comte. August Comte (1798-1857) als grondlegger van het positivisme, de sociologie en het politiek liberalisme, werkt een nieuw model van democratie uit, dat hij in stelling brengt tegen het constitutionele model van de codificatiebeweging. Volgens Comte zal dit constitutionele model van staat met zijn trias politica afsterven en plaats maken voor een nieuw welvaartstheoretisch model, waarin eveneens drie machten te onderscheiden zijn: 1 Het publiek, het geheel van gecoördineerde preferenties; 2. De wetenschappelijke publicisten die niet handelen, maar slechts observeren en aangeven met welke middelen de politieke doelen verwezenlijkt kunnen worden; 3. De politieke leiders die de maatregelen realiseren.
Heinrich Rickert (1863-1936) ontwikkelt de methode voor de sociale wetenschap, als grondslag voor de wetenschappelijke autoriteit van Comte’s publicisten, waarbij hij een begrip vooruitgang introduceert dat Hegeliaans georiënteerd is.

In lijn met de levensbeschouwing van Paul Scholten ziet het DPSP-onderzoek de welvaartstheoretische richting als bedreiging voor het recht. Daarbij wordt kritiek op de Deistische centralisatie en codificatie benadrukt. Het onderzoek is gericht op een nieuwe doordenking van de institutionele en politieke voorwaarden voor het goed functioneren van rechtersrecht aan de hand van de oude academische traditie van recht en filosofie.

Het Publicatiemodel voor DPSP Annual

Van de hieronder beschreven drie soorten tijdschriften streeft DPSP naar het derde model.

1. Open access gebaseerd op afspraken tussen universiteit en uitgever. Op het gebied van de Algemene Rechtsleer zijn er twee tijdschriften geselecteerd: het bij Brill uitgegeven Tijdschrift voor Rechtsgeschiedenis / Revue d’Histoire du Droit / The Legal History Review en het bij Boom uitgegeven Netherlands Journal of Legal Philosophy. De artikelen in deze tijdschriften hebben een doi-nummer (digital-object-identifyer) waarmee ze makkelijk vindbaar zijn op het internet als publicaties in tijdschriften die door de universiteiten gekwalificeerd zijn als wetenschappelijke bron. In de wandelgangen worden dit A-tijdschriften genoemd, waarmee gesuggereerd wordt dat ze een hoge impact rating hebben. Deze twee tijdschriften worden echter op basis van een besluit van het disciplineoverleg Algemene Rechtsleer aldus behandeld. Door het doi-nummer worden ze automatisch gecatalogiseerd en gearchiveerd
2. Niet open access. Er waren veel vaktijdschriften voordat het open access-beleid de universiteiten aan de grote uitgevers bond. Het merendeel van de tijdschriften maakt geen deel uit van de afspraken tussen universiteiten en uitgevers. De publicaties in deze tijdschriften hebben geen doi-nummer. De UB’s geven in overleg met de betreffende faculteiten aan de publicaties van het eigen personeel via de aanhechting van een PDF een Handle-nummer, waarmee die publicaties kunnen worden gecatalogiseerd en gearchiveerd. Ook bijdragen in bijvoorbeeld feestbundels kunnen op deze manier als wetenschappelijke publicatie erkend worden voor het eigen personeel. Welke tijdschriften wél en niet op deze manier erkend worden als bron van wetenschappelijke publicaties van het eigen personeel is een zaak van facultair beleid.
3. Open Access en niet gebaseerd op afspraken tussen universiteit en uitgever. De publicaties in DPSP Annual zijn in open access en aan een open peer review onderworpen. Daarmee zou dit tijdschrift in principe in aanmerking komen voor registratie en aansluiting bij doaj.org (Directory of Open Access Journals) en op die manier een DOI-nummer voor de vindbaarheid van de artikelen op internet kunnen bemachtigen. DPSP mist echter de daartoe vereiste institutionele universitaire inbedding. DPSP Annual zal het er van moeten hebben dat het voldoet aan de “Inclusion Guidelines for Webmasters” van Google Scholar. Het is niet gemakkelijk om deze guidelines goed te interpreteren en foutloos toe te passen. Naast het op deze manier een goede machineleesbaarheid voor Google Scholar creëren is het nodig dat in officiële wetenschappelijke organen op de juiste manier naar de artikelen wordt verwezen. Auteurs kunnen de vindbaarheid van hun artikelen bevorderen door gebruik te maken van de open access en het artikel op bekende fora te zetten met de juiste verwijzing naar de publicatiebron.

Dankwoord

Allereerst wil ik de toenmalige decaan Edgar du Perron bedanken dat hij mij de kans heeft gegeven om het Paul Scholten project te initiëren. Op een heel onconventionele manier heeft hij daarmee een klacht die ik had ingediend tegen het personeelsbeleid van de afdeling Algemene Rechtsleer omgetoverd in een uitdaging om te laten zien wat ik te bieden had als ik de inhoud van mijn wetenschappelijk werk zelf kon bepalen. Dan wil ik Laurens Winkel bedanken, die als voorzitter het project ondersteund heeft met zijn grote internationale wetenschappelijke netwerk en brede rechtshistorische kennis. Belangrijk is hierbij dat van het begin af aan duidelijk was dat Laurens en ik sterk van mening verschilden over twee essentiële punten. Laurens was ervan overtuigd dat het onmogelijk zou blijken om een publicatieproject uit te voeren via een website. Dat was ik nu juist van plan. Daarnaast meende Laurens dat het wetenschappelijk onverantwoord was om te denken dat je een afwijkende opvatting over de teksten van Aristoteles kon hebben als je niet vloeiend oud-Grieks kon lezen. Daarbij vond hij het vreemd om te denken dat je Paul Scholten’s werk kon begrijpen vanuit de Aristotelische filosofie. Ook dit had ik aangekondigd te willen gaan doen. Normaal gesproken zou dit de reden zijn geweest waarom Laurens geen positie zou hebben gehad in de redactie, laat staan die van voorzitter. Laurens wist echter dat zonder zo iemand als ik, Paul Scholten binnenkort niet meer zou zijn dan één of twee obligate referenties in rechtsfilosofische artikelen, terwijl ik wist dat Laurens’ opvatting breed gedragen werd onder rechtsfilosofen. Daarom was de steun van Laurens essentieel voor het project.
Beide punten hebben gedurende het hele project gespeeld. Geduld en doorzettingsvermogen waren nodig om voortgang te boeken. Er is al uitgelegd hoe belangrijk de expertise van Esther Hoorn en Saskia Woutersen-Windhouwer is geweest om de moeilijkheden van het publiceren in open access helder te krijgen, om vast te stellen wat nu precies het probleem was. Ook het punt betreffende Aristoteles was een klip die steeds met veel moeite omzeild moest worden. Het tweede Paul Scholten Symposium over Recht en Emotie in 2014 werd door mij gecombineerd met de workshop Aristotle: Law Reason and Emotion om een boekvoorstel voor Springer te maken. Deze combinatie werd gemaakt opdat het boek bij Springer kon dienen als legitimerende achtergrond voor het gebruik van mijn Aristotelische expertise bij de interpretatie van Paul Scholten’s werk. Het Symposium werd gefinancierd door de faculteit, maar desondanks door een aantal leden van de afdeling Algemene Rechtsleer erg tegengewerkt. De steun van Laurens bleek voldoende om de workshop met succes te kunnen doorzetten. Tijdens de workshop werd nog eens te meer duidelijk hoe frustrerend het verbod op het wetenschappelijk gebruik van Aristoteles was en hoezeer dit verbod in de hand werkte dat onjuiste opvattingen aan Aristoteles konden worden toegeschreven. Het Paul Scholten project kwam in een diepe crisis te verkeren in november 2016 toen op de faculteit het gerucht rondging dat Springer na aanvankelijk het boekvoorstel te hebben aangenomen het manuscript niet zou willen publiceren vanwege de slechte kwaliteit. Om DPSP te beschermen moest het project losgekoppeld worden van Aristoteles. Als gevolg daarvan ontstond er een lock down van de redactie, totdat Springer in het midden van 2017 meedeelde dat het boek Aristotle on Emotions in Law and Politics gepubliceerd zou gaan worden. Laurens was de eerste om me te feliciteren en vanaf dat moment was het Aristoteles probleem opgelost.
Zeer dankbaar ben ik ook mijn oude collega’s André Hoekema en Niels van Manen voor hun aanwezigheid in de redactie van het project. Wij hebben vele jaren nauw met elkaar samengewerkt. Naast vele goede herinneringen aan de discussies in ons leerstoeloverleg, waaraan ook Agnes Schreiner, Robert Knegt, Joris Kocken, Frank van Ree, Wibo van Rossum, Damir Urem en als gast Sietse Steenstra deelnamen, is voor mij vooral het theoretische werk dat André en Niels tot stand hebben gebracht met hun boek Typen van Legaliteit van groot belang geweest. Het boek geeft op baanbrekende wijze aan wat de invloed van sociologie op de rechtspraktijk geweest is. Ondanks veel discussie bleven we het oneens over de betekenis van formele rationaliteit, die in het boek als de traditionele rechtsopvatting beschreven wordt. Naar mijn opvatting omvatte hun type van formele legaliteit in feite twee verschillende typen die ontrafeld zouden moeten worden. Voor het DPSP project is dat een centraal onderwerp..
Totaal onverwacht bleek dat de leerstoel rechtssociologie opgeheven was door een plotselinge verandering van plannen in de eindfase van een reorganisatie. Dat leidde ertoe dat Niels en André een carrière switch maakten en ik na enkele jaren het Paul Scholtenproject toegeschoven kreeg. Dit project betekende qua onderzoek een voortzetting van het theoretische werk dat ik al jaren deed waarbij ik de goede samenwerking met Niels en André voort kon zetten. Beide hebben het voortouw genomen bij de organisatie van het eerste Symposium. Niels heeft ook in de eindfase fors meegestuurd om helder op tafel te krijgen waarom het oprichten van een beheersstichting voor de voortzetting van het DPSP project niet kon lukken. Hij maakte daarmee duidelijk dat ik het project op persoonlijke titel moest afronden.
De bijdrage van Marjanne Termorshuizen-Arts was van onschatbare betekenis. Ze was, samen met Cassandra Steer lid van de vertaalcommissie van het Algemeen Deel. Daarnaast heeft zij de twee al bestaande Indonesische vertalingen in het Nationaal Archief opgezocht en het door haar kennis van het Indonesisch mogelijk gemaakt om de Indonesische vertaling te presenteren op de website. Samen met Adriaan Bedner, hoogleraar bij het van Vollenhove Instituut, heeft ze het derde Symposium georganiseerd en haar bijdrage als spreker aangeleverd voor plaatsing op de website. Bovenal is ze een vriendin geworden, die me ondersteunde met welkome kleine mailtjes en opmerkingen. Antoinette Muntjewerff droeg als verbindingsofficier voor de afdeling Algemene Rechtsleer bij aan de goede sfeer. Bram Scholten, kleinzoon van Paul Scholten, was degene die met zijn stille diplomatie de redactie bij elkaar hield en mij op een aantal beslissende momenten de moed gaf om door te gaan. Ook heeft Bram in de laatste fase van het project nog samen met Saskia onderzocht of de DPSP-website met de vertaling en het gedigitaliseerde werk van Paul Scholten opgenomen kon worden op de universitaire of facultaire website en zo aan de vergetelheid kon worden ontrukt. Hoewel daar nog geen definitief antwoord op is, lijkt het dat er geen duidelijk antwoord zal komen. Daarmee kwam aan de taak van de redactie een einde, met weinig vooruitzicht op een toekomstige betekenis van hun werk
In dit verband wil ik ook Pieter Bon van Kluwer bedanken, die in de periode 2015/2016 uitgebreid de tijd heeft genomen om met mij de mogelijkheid van het publiceren van het project te bekijken. Dit heeft niet tot een resultaat geleid, maar speciaal een vergadering in Deventer van enkele redactieleden met een paar mensen van het concern heb ik als zeer belangrijk ervaren omdat hierin voor alle betrokkenen duidelijk werd wat het publicatieprobleem van DPSP was en hoe het eventueel opgelost zou kunnen worden. Verder was er de onvolprezen software ondersteuning door Jelmer van der Ploeg. Hij hield niet alleen de kosten van het programmeren laag door mij te dwingen steeds heel precies te vertellen wat ik wilde realiseren op de website en waarom, maar droeg daardoor steeds bij aan analytische verheldering. Voor de inhoudelijke uitwerking van de theorie over het belang van Paul Scholten zijn naast mijn oude collega’s ook de discussies met Rens van Zaltbommel en Gerard Drosterij en het gemeenschappelijk lezen van antieke teksten heel belangrijk geweest.
Dan wil ik nog Jean-Louis Halpérin (École Normale Supérieure in Parijs), Jaakko Husa (Universiteit van Helsinki) en Burkhard Schafer (Universiteit van Edingbrgh) bedanken die hun universiteiten bereid vonden om een financiële toezegging te doen in het kader van een voorstel voor NWO in 2011. NWO kende weliswaar geen subsidie toe, maar achtte het voorstel wel subsidiabel. Daardoor was aan de voorwaarden van de faculteit voldaan voor het steunen van onderzoeksprojecten. Alle drie waren als spreker uitgenodigd op het eerste Symposium en de eerste twee hebben een bijdrage ingeleverd ter publicatie op de DPSP-website. Tenslotte wil ik nog alle auteurs en reviewers bedanken die een bijdrage hebben geleverd aan de eerste jaargang van DPSP Annual. Sommigen hebben heel lang moeten wachten totdat hun artikel eindelijk “officieel” gepubliceerd is. Ik heb zelf gemerkt en ook van andere redacteurs van contributed volume gehoord dat je als redacteur ongelofelijk veel leert van je auteurs. Als allerlaatste wil ik dan nog Jacqueline Schoonheim noemen die de taak van Cassandra Steer overnam om het Engels op de website te redigeren. Zij heeft mij met name ook geholpen door haar trefzekere commentaar van “buitenstaander”.

________________________________________
[1] Deze evaluatie is geschreven in 2020 ter gelegenheid van de afronding van het Digital Paul Scholten project (DPSP) en het online komen van een vernieuwde website, door Liesbeth Huppes-Cluysenaer.
[2] Een boek dat Saskia Windhouwer-Woutersen mij cadeau deed. Michael Nielsen, Reinventing Discovery: The New Era of Networked Science. (S.l.: Princeton University Press, 2012).
[3] Zie Paul Scholten, “Recht En Billijkheid,” in Verzamelde Geschriften van Prof. Mr. Paul Scholten I, ed. G.J. Scholten, Y Scholten, and M.H. Bregstein, vol. I (Tjeenk Willink, 1949)., 268. Zie Immanuel Kant, The Conflict of the Faculties = Der Streit Der Fakultäten, trans. Mary Gregor J. (New York, N.Y.: Abaris Books, 1979).
[4] Zie Heinrich Rickert, The Limits of Concept Formation in Natural Science: A Logical Introduction to the Historical Sciences, trans. Guy Oakes (Cambridge University Press, 1986). 181-184/212-214.
[5] Met name het idee van een tweede leven, zie Hannah Arendt, The Human Condition, Second Edition (Chicago: The University of Chicago Press, 1998).

 

Leave a Reply