Evaluatie en Doorstart

Publiceren op een website

Het idee van een website[1] kwam van Esther Hoorn, achterkleinkind van Paul Scholten en werkzaam bij de Universiteitsbibliotheek in Groningen. We ontmoetten elkaar op de boekpresentatie van Dorsten naar Gerechtigheid, een door Timo Slootweg verzorgde heruitgave van Paul Scholten’s Algemeen Deel en enkele van zijn Verzamelde Geschriften. De boekpresentatie vond plaats op de rechtenfaculteit van de Universiteit van Amsterdam. Tot mijn verbazing vermeldde de decaan van de juridische faculteit, Edgar du Perron, in zijn speech dat ik waarschijnlijk een Engelse vertaling zou gaan maken – iets wat slechts vluchtig aan de orde kwam in een kort daarvoor gevoerd gesprek. Tijdens de borrel inspireerde Esther mij om mijn vertaling – die nu opeens bijna een feit was geworden – op een website te zetten als onderdeel van een groter project om al het werk van Paul Scholten in open access beschikbaar te maken. Zij heeft mij kort daarna in contact gebracht met Saskia Woutersen-Windhouwer, die werkzaam was bij de Universiteitsbibliotheek van de Universiteit van Amsterdam.
Bij de Universiteitsbibliotheken hield men zich in de tijd dat DPSP begon (2010) bezig met de vraag waarom universiteitsmedewerkers zo weinig deden met de nieuwe mogelijkheden die publiceren op een website bood, zoals open access publiceren, verrijken van publicaties met allerlei links en het ontwerpen van nieuwe wetenschappelijke samenwerkingsvormen, zoals bijvoorbeeld beschreven in Reinventing Discovery van Michael Nielsen.[2]
DPSP kan gezien worden als een pilot voor volledig open access publiceren. Door gewoon te beginnen zouden we er vanzelf achter komen wat kon. Het bleek een heel zwaar traject. De leden van de redactie werden regelmatig tot wanhoop gedreven door het soort van new-speak dat nodig bleek om te begrijpen wat wetenschappelijk publiceren in open acces betekende. In de tien jaar die sinds de start van het project verlopen zijn is de publicatiewereld diepgaand veranderd. Rondom het publiceren in open access heeft zich een kartel ontwikkeld van universiteiten en grote uitgevers, waarbij een goed deel van de bestaande kleine tijdschriften is gemarginaliseerd. Vanaf 2015 werd aangenomen dat een artikel dat alleen op een website was geplaatst, geen publicatie was en al helemaal geen wetenschappelijke publicatie. Tegelijkertijd begonnen sommige tijdschriften alleen nog als web-versies te verschijnen.

 

Wetenschappelijk Erfgoed

DPSP is meer dan een pilot voor open access publiceren. DPSP is ook en vooral een project voor het bewaren en toegankelijk houden van belangrijk juridisch erfgoed. Dat aspect trok de aandacht toen in de afrondingsfase de vraag aan de orde kwam hoe de website beheerd zou moeten worden wanneer de financiering door de faculteit beëindigd zou zijn. De website was tot dan persoonlijk eigendom van mij, ook al was de website gefinancierd door de faculteit en stond het UvA teken op de openingspagina. Tijdens het overleg in de redactie over het oprichten van een beheersstichting kwam langzaam maar zeker een onaangename waarheid aan het licht: de website met het gescande en gecorrigeerde werk van Paul Scholten en de tweezijdige presentatie van vertalingen zou in korte tijd kunnen verdwijnen als de band met de UvA was doorgesneden. Uitgevers creëren ‘visibility’ voor hun website doordat het verkoopsites zijn. Wetenschappelijk websites moeten het hebben van kleine aantallen sterk gemotiveerde gebruikers. Zonder grote aantallen bezoekers verdwijnt een website uit het digitale zicht en zonder band met een universiteit verliest de website ‘credibility’. Dit zou eenvoudig opgelost kunnen worden als bijvoorbeeld universiteiten een registratiesysteem zouden maken voor websites met wetenschapsculturele betekenis. Heeft een website eenmaal een registratienummer, dan kunnen de verschillende individuele web items een afgeleid nummer krijgen, waarmee ze te catalogiseren en te archiveren zijn voor Universiteitsbibliotheken en daarmee dus vindbaar. Zo’n registratiesysteem bestaat echter nog niet. Zodra duidelijk werd dat de redactie van DPSP niets kon doen om de website tegen vergetelheid te beschermen wanneer eenmaal de band met de faculteit was doorgesneden, had het oprichten van een beheersstichting geen zin. Dit betekende dat de redactie geen functie meer had en dat de website gewoon mijn persoonlijk eigendom bleef.

 

DPSP Annual: Doorstart na Afronding

Voor tijdschriften bestaat wél een ISSN registratiesysteem. Dus men kan de website via een tijdschrift als wetenschappelijk erfgoed bewaren. Die weg is gekozen. Voor een tijdschrift zal een ander soort redactie nodig zijn dan de oude redactie van de website. Aangezien het tijdschrift een jaaruitgave is die nauw samenhangt met de jaarlijkse Symposia, heb ik er vooralsnog voor gekozen om voorlopig zelf de enige vaste redacteur te zijn en samen te werken met gastredacties die bestaan uit de organisatoren van de Symposia. Deze constructie lijkt sprekend op wat ik al jaren met veel plezier doe, namelijk het als editor verzorgen van uitgaves van special issues of ‘contributed volumes’. Het grote voordeel is dat het resultaat nu open access is, in combinatie met open peer review.

 

Missie en Reikwijdte van DPSP Annual

 

Missie

DPSP Annual creëert het platform voor een discussie over twee filosofische levensbeschouwingen die funderend zijn voor twee hoofd richtingen van wetenschap, die niet autonoom zijn maar in een verhouding van theorie en praktijk tot elkaar staan. Cruciaal is daarbij de keuze of de praktijk of de wetenschap het laatste woord zal hebben. In de oude Europese academische opvatting van recht heeft de praktijk het laatste woord terwijl in de huidige mondiale welvaartstheoretische opvatting van recht, aan de wetenschap het laatste woord wordt toegedacht.
DPSP Annual wil een discours tot stand brengen over de tegenstrijdigheden die zijn ontstaan tussen deze twee levensbeschouwingen. Door met elkaar verward te worden verliezen praktijk en theorie het kritisch vermogen dat inherent is aan hun spanningsvolle relatie tot elkaar.
De discussie in DPSP Annual zal gevoerd worden aan de hand van de geschriften van Paul Scholten. Niet alleen is Paul Scholten zich het onderscheid tussen beide levensbeschouwingen bewust geweest, hij heeft de verwarring tussen de twee levensbeschouwingen tijdens zijn werkzame leven zien ontstaan. Verder heeft hij de abstracte opvattingen die een rol spelen in deze discussie concreet en helder in hun consequenties voor het recht uitgewerkt.

 

Reikwijdte

In het algemeen wordt de verhouding tussen recht en sociologie aldus geschetst dat het in het recht gaat om goed en kwaad en in de sociologie om waar en onwaar.
Het DPSP-onderzoek richt zich op de discussie tussen deze twee levensbeschouwingen: één waarbinnen politiek gezien de categorieën waar en onwaar belangrijker zijn dan goed en kwaad en één waarin het omgekeerde nagestreefd wordt, met als gevolg een relatief waarheidsbegrip.
De opvatting dat het in de politiek draait om een discussie over goed en kwaad gaat terug op Aristoteles en vormt de basis van de academische traditie van politiek en recht, die in het Europa van voor de Franse revolutie dominant was. Deze Europese academische traditie is een traditie van rechtersrecht. Aan het einde van de 18e eeuw wordt dat rechtersrecht verdrongen door de idee van uniforme codificatie.
In het idee van codificatie komt een geheel nieuwe levensbeschouwing naar voren, die als Verlichting al een lange voorgeschiedenis had, maar pas mét de Franse revolutie politiek dominant wordt. Kenmerkend voor de periode van codificatie is een Deistische opvatting, waarin er een samenval is van goed en waar in het begrip wet. Het Kantiaanse onderscheid tussen Sein en Sollen spreekt op het eerste gezicht deze samenval tegen, maar zoals Kant’s essay over de strijd tussen de faculteiten laat zien, refereert hij met dat onderscheid slechts aan een onderscheid tussen wet en mechanisch gehoorzame uitvoering.
Het Neokantianisme verwerpt het Deisme aan het einde van de 19e eeuw en ontwikkelt de sociale wetenschap. In veel opzichten grijpt het Neokantianisme terug op de Europese academische traditie van voor de Franse Revolutie, maar een heldere uiteenzetting over de overeenkomsten en verschillen met die traditie ontbreekt. Daardoor hangt de verhouding tussen recht en sociologie in de lucht. Van beide kanten is alle discussie altijd gefocust op het verwerpen van het Deisme.
De levensbeschouwing van de sociologie, waarin de categorieën waar en onwaar politiek gezien belangrijker zijn dan de categorieën goed en kwaad, is ontwikkeld door Comte. August Comte (1798-1857) als grondlegger van het positivisme, de sociologie en het politiek liberalisme, werkt een nieuw model van democratie uit, dat hij in stelling brengt tegen het constitutionele model van de codificatiebeweging. Volgens Comte zal dit constitutionele model van staat met zijn trias politica afsterven en plaats maken voor een nieuw welvaartstheoretisch model, waarin eveneens drie machten te onderscheiden zijn: 1 Het publiek, het geheel van gecoördineerde preferenties; 2. De wetenschappelijke publicisten die niet handelen, maar slechts observeren en aangeven met welke middelen de politieke doelen verwezenlijkt kunnen worden; 3. De politieke leiders die de maatregelen realiseren.
Heinrich Rickert (1863-1936) ontwikkelt de methode voor de sociale wetenschap, als grondslag voor de wetenschappelijke autoriteit van Comte’s publicisten, waarbij hij een begrip vooruitgang introduceert dat Hegeliaans georiënteerd is.

In lijn met de levensbeschouwing van Paul Scholten ziet het DPSP-onderzoek de welvaartstheoretische richting als bedreiging voor het recht. Daarbij wordt kritiek op de Deistische centralisatie en codificatie benadrukt. Het onderzoek is gericht op een nieuwe doordenking van de institutionele en politieke voorwaarden voor het goed functioneren van rechtersrecht aan de hand van de oude academische traditie van recht en filosofie.

 

Het Publicatiemodel voor DPSP Annual

Van de hieronder beschreven drie soorten tijdschriften streeft DPSP naar het derde model.

1. Open access gebaseerd op afspraken tussen universiteit en uitgever. Op het gebied van de Algemene Rechtsleer zijn er twee tijdschriften geselecteerd: het bij Brill uitgegeven Tijdschrift voor Rechtsgeschiedenis / Revue d’Histoire du Droit / The Legal History Review en het bij Boom uitgegeven Netherlands Journal of Legal Philosophy. De artikelen in deze tijdschriften hebben een doi-nummer (digital-object-identifyer) waarmee ze makkelijk vindbaar zijn op het internet als publicaties in tijdschriften die door de universiteiten gekwalificeerd zijn als wetenschappelijke bron. In de wandelgangen worden dit A-tijdschriften genoemd, waarmee gesuggereerd wordt dat ze een hoge impact rating hebben. Deze twee tijdschriften worden echter op basis van een besluit van het disciplineoverleg Algemene Rechtsleer aldus behandeld. Door het doi-nummer worden ze automatisch gecatalogiseerd en gearchiveerd
2. Niet open access. Er waren veel vaktijdschriften voordat het open access-beleid de universiteiten aan de grote uitgevers bond. Het merendeel van de tijdschriften maakt geen deel uit van de afspraken tussen universiteiten en uitgevers. De publicaties in deze tijdschriften hebben geen doi-nummer. De UB’s geven in overleg met de betreffende faculteiten aan de publicaties van het eigen personeel via de aanhechting van een PDF een Handle-nummer, waarmee die publicaties kunnen worden gecatalogiseerd en gearchiveerd. Ook bijdragen in bijvoorbeeld feestbundels kunnen op deze manier als wetenschappelijke publicatie erkend worden voor het eigen personeel. Welke tijdschriften wél en niet op deze manier erkend worden als bron van wetenschappelijke publicaties van het eigen personeel is een zaak van facultair beleid.
3. Open Access en niet gebaseerd op afspraken tussen universiteit en uitgever. De publicaties in DPSP Annual zijn in open access en aan een open peer review onderworpen. Daarmee komt dit tijdschrift in aanmerking voor registratie en aansluiting bij doaj.org (Directory of Open Access Journals). DPSP Annual zal deze registratie aanvragen, zodat er doi-nummers kunnen worden toegekend aan de publicaties.

 

Dankwoord

Allereerst wil ik de toenmalige decaan Edgar du Perron bedanken dat hij mij de kans heeft gegeven om het Paul Scholten project te initiëren. Op een heel onconventionele manier heeft hij daarmee een klacht die ik had ingediend tegen het personeelsbeleid van de afdeling Algemene Rechtsleer omgetoverd in een uitdaging om te laten zien wat ik te bieden had als ik de inhoud van mijn wetenschappelijk werk zelf kon bepalen. Dan wil ik Laurens Winkel bedanken, die als voorzitter het project ondersteund heeft met zijn grote internationale wetenschappelijke netwerk en brede rechtshistorische kennis. Belangrijk is hierbij dat van het begin af aan duidelijk was dat Laurens en ik sterk van mening verschilden over twee essentiële punten. Laurens was ervan overtuigd dat het onmogelijk zou blijken om een publicatieproject uit te voeren via een website. Dat was ik nu juist van plan. Daarnaast meende Laurens dat het wetenschappelijk onverantwoord was om te denken dat je een afwijkende opvatting over de teksten van Aristoteles kon hebben als je niet vloeiend oud-Grieks kon lezen, daarbij vond hij het vreemd om te denken dat je Paul Scholten’s werk kon begrijpen vanuit de Aristotelische filosofie. Ook dit had ik aangekondigd te willen gaan doen. Normaal gesproken zou dit de reden zijn geweest waarom Laurens geen positie zou hebben gehad in de redactie, laat staan die van voorzitter. Laurens wist echter dat zonder zo iemand als ik, Paul Scholten binnenkort niet meer zou zijn dan één of twee obligate referenties in rechtsfilosofische artikelen, terwijl ik wist dat Laurens’ opvatting breed gedragen werd onder rechtsfilosofen. Daarom was de steun van Laurens essentieel voor het project.
Beide punten hebben gedurende het hele project gespeeld. Geduld en doorzettingsvermogen waren nodig om voortgang te boeken. Er is al uitgelegd hoe belangrijk de expertise van Esther Hoorn en Saskia Woutersen-Windhouwer is geweest om de moeilijkheden van het publiceren in open access helder te krijgen, om vast te stellen wat nu precies het probleem was. Ook het punt betreffende Aristoteles was een klip die steeds met veel moeite omzeild moest worden. Het tweede Paul Scholten Symposium over Recht en Emotie in 2014 werd door mij gecombineerd met de workshop Aristotle: Law Reason and Emotion om een boekvoorstel voor Springer te maken. Deze combinatie werd gemaakt opdat het boek bij Springer kon dienen als legitimerende achtergrond voor het gebruik van mijn Aristotelische expertise bij de interpretatie van Paul Scholten’s werk. Het Symposium werd gefinancierd door de faculteit, maar desondanks door een aantal leden van de afdeling Algemene Rechtsleer erg tegengewerkt. De steun van Laurens bleek voldoende om de workshop met succes te kunnen doorzetten. Tijdens de workshop werd nog eens te meer duidelijk hoe frustrerend het verbod op het wetenschappelijk gebruik van Aristoteles was en hoezeer dit verbod in de hand werkte dat onjuiste opvattingen aan Aristoteles konden worden toegeschreven. Het Paul Scholten project kwam in een diepe crisis te verkeren in november 2016 toen op de faculteit het gerucht rondging dat Springer na aanvankelijk het boekvoorstel te hebben aangenomen het manuscript niet zou willen publiceren vanwege de slechte kwaliteit. Om DPSP te beschermen moest het project losgekoppeld worden van Aristoteles. Als gevolg daarvan ontstond er een lock down van de redactie, totdat Springer in het midden van 2017 meedeelde dat het boek Aristotle on Emotions in Law and Politics gepubliceerd zou gaan worden. Laurens was de eerste om me te feliciteren en vanaf dat moment was het Aristoteles probleem opgelost.
Zeer dankbaar ben ik ook mijn oude collega’s André Hoekema en Niels van Manen voor hun aanwezigheid in de redactie van het project. Wij hebben vele jaren nauw met elkaar samengewerkt. Naast vele goede herinneringen aan de discussies in ons leerstoeloverleg, waaraan ook Agnes Schreiner, Robert Knegt, Joris Kocken, Frank van Ree, Wibo van Rossum, Damir Urem en als gast Sietse Steenstra deelnamen, is voor mij vooral het theoretische werk dat André en Niels tot stand hebben gebracht met hun boek Typen van Legaliteit van groot belang geweest. Het boek geeft op baanbrekende wijze aan wat de invloed van sociologie op de rechtspraktijk geweest is. Ondanks veel discussie bleven we het oneens over de betekenis van formele rationaliteit, die in het boek als de traditionele rechtsopvatting beschreven wordt. Naar mijn opvatting omvatte hun type van formele legaliteit in feite twee verschillende typen die ontrafeld zouden moeten worden. Voor het DPSP project is dat een centraal onderwerp..
Totaal onverwacht bleek dat de leerstoel rechtssociologie opgeheven was door een plotselinge verandering van plannen in de eindfase van een reorganisatie. Dat leidde ertoe dat Niels en André een carrière switch maakten en ik na enkele jaren het Paul Scholtenproject toegeschoven kreeg. Dit project betekende qua onderzoek een voortzetting van het theoretische werk dat ik al jaren deed waarbij ik de goede samenwerking met Niels en André voort kon zetten. Beide hebben het voortouw genomen bij de organisatie van het eerste Symposium. Niels heeft ook in de eindfase fors meegestuurd om helder op tafel te krijgen waarom het oprichten van een beheersstichting voor de voortzetting van het DPSP project niet kon lukken. Hij maakte daarmee duidelijk dat ik het project op persoonlijke titel moest afronden.
De bijdrage van Marjanne Termorshuizen-Arts was van onschatbare betekenis. Ze was, samen met Cassandra Steer lid van de vertaalcommissie van het Algemeen Deel. Daarnaast heeft zij de twee al bestaande Indonesische vertalingen in het Nationaal Archief opgezocht en het door haar kennis van het Indonesisch mogelijk gemaakt om de Indonesische vertaling te presenteren op de website. Samen met Adriaan Bedner, hoogleraar bij het van Vollenhove Instituut, heeft ze het derde Symposium georganiseerd en haar bijdrage als spreker aangeleverd voor plaatsing op de website. Bovenal is ze een vriendin geworden, die me ondersteunde met welkome kleine mailtjes en opmerkingen. Antoinette Muntjewerff droeg als verbindingsofficier voor de afdeling Algemene Rechtsleer bij aan de goede sfeer. Bram Scholten, kleinzoon van Paul Scholten, was degene die met zijn stille diplomatie de redactie bij elkaar hield en mij op een aantal beslissende momenten de moed gaf om door te gaan. Ook heeft Bram in de laatste fase van het project nog samen met Saskia onderzocht of de DPSP-website met de vertaling en het gedigitaliseerde werk van Paul Scholten opgenomen kon worden op de universitaire of facultaire website en zo aan de vergetelheid kon worden ontrukt. Hoewel daar nog geen definitief antwoord op is, lijkthet dat er geen duidelijk antwoord zal komen. Daarmee kwam aan de taak van de redactie een einde, met weinig vooruitzicht op een toekomstige betekenis van hun werk
In dit verband wil ik ook Pieter Bon van Kluwer bedanken, die in de periode 2015/2016 uitgebreid de tijd heeft genomen om met mij de mogelijkheid van het publiceren van het project te bekijken. Dit heeft niet tot een resultaat geleid, maar speciaal een vergadering in Deventer van enkele redactieleden met een paar mensen van het concern heb ik als zeer belangrijk ervaren omdat hierin voor alle betrokkenen duidelijk werd wat het publicatieprobleem van DPSP was en hoe het eventueel opgelost zou kunnen worden. Verder was er de onvolprezen software ondersteuning door Jelmer van der Ploeg. Hij hieldniet alleen de kosten van het programmeren laag door mij te dwingen steeds heel precies te vertellen wat ik wilde realiseren op de website en waarom, maar droeg daardoor steeds bij aan analytische verheldering. Voor de inhoudelijke uitwerking van de theorie over het belang van Paul Scholten zijn naast mijn oude collega’s ook de discussies met Rens van Zaltbommel en Gerard Drosterij en het gemeenschappelijk lezen van antieke teksten heel belangrijk geweest.
Dan wil ik nog Jean-Louis Halpérin (École Normale Supérieure in Parijs), Jaakko Husa (Universiteit van Helsinki) en Burkhard Schafer (Universiteit van Edingbrgh) bedanken die hun universiteiten bereid vonden om een financiële toezegging te doen in het kader van een voorstel voor NWO in 2011. NWO kende weliswaar geen subsidie toe, maar achtte het voorstel wel subsidiabel. Daardoor was aan de voorwaarden van de faculteit voldaan voor het steunen van onderzoeksprojecten. Alle drie waren als spreker uitgenodigd op het eerste Symposium en de eerste twee hebben een bijdrage ingeleverd ter publicatie op de DPSP-website. Tenslotte wil ik nog alle auteurs en reviewers bedanken die een bijdrage hebben geleverd aan de eerste jaargang van DPSP Annual. Sommigen hebben heel lang moeten wachten totdat hun artikel eindelijk “officieel” gepubliceerd is. Ik heb zelf gemerkt en ook van andere redacteurs van contributed volume gehoord dat je als redacteur ongelofelijk veel leert van je auteurs. Als allerlaatste wil ik dan nog Jacqueline Schoonheim noemen die de taak van Cassandra Steer overnam om het Engels op de website te redigeren. Zij heeft mij met name ook geholpen door haar trefzekere commentaar van “buitenstaander”.

________________________________________
[1] Deze evaluatie is geschreven in 2020 ter gelegenheid van de afronding van het Digital Paul Scholten project (DPSP) en het online komen van een vernieuwde website, door Liesbeth Huppes-Cluysenaer.
[2] Michael Nielsen, Reinventing Discovery: The New Era of Networked Science. (S.l.: Princeton University Press, 2012).
[3] Zie Paul Scholten, “Recht En Billijkheid,” in Verzamelde Geschriften van Prof. Mr. Paul Scholten I, ed. G.J. Scholten, Y Scholten, and M.H. Bregstein, vol. I (Tjeenk Willink, 1949)., 268. Zie Immanuel Kant, The Conflict of the Faculties = Der Streit Der Fakultäten, trans. Mary Gregor J. (New York, N.Y.: Abaris Books, 1979).
[4] Zie Heinrich Rickert, The Limits of Concept Formation in Natural Science: A Logical Introduction to the Historical Sciences, trans. Guy Oakes (Cambridge University Press, 1986). 181-184/212-214.
[5] Met name het idee van een tweede leven, zie Hannah Arendt, The Human Condition, Second Edition (Chicago: The University of Chicago Press, 1998).

Back to top

Site made by: Woovar (Development) and Huppes-Cluysenaer