AD Hfst.3 Indo2-Ned
Daftar isi
Inhoud
§ 1. Pengantar. § 1. Inleiding. (3.1.621)
§ 2. Hukum yang berlaku di Perancis sampai terbentuknya code. § 2. Het Fransche recht tot den Code. (3.2.623)
§ 3. Hukumasli di Negeri Belanda sampai pembentukan code. § 3. Het oud-Nederlandsche recht tot de invoering van den Code. (3.3.629)
§ 4. Penyusunan Burgerlijk Wetboek. § 3.4. Het tot stand komen van het Burgerlijk Wetboek. (3.4.638)
§ 5. Perubahan kitab undang-undang hukum perdata dan penambahan dimuat dalam undang-undang tertentu. § 3.5. Wijziging van het Burgerlijk Wetboek en aanvulling door bijzondere wetten na 1838. (3.5.649)
§ 6. Pembaharuan Burgerlijk Wetboek § 3.6. Herziening van het Burgerlijk Wetboek. (3.6.657)
§ 7. Ilmuhukumdan praktekperadilan (rechtsspraak). § 3.7. Wetenschap en rechtspraak. (3.7.662)

1

SEJARAH DAN PERKEMBANGAN KITAB UNDANG-UNDANG HUKUM PERDATA (BURGERLIJK WETBOEK)
P. ScholtenVersi Web terjemahan bahasa Indonesia bab 3 dari Algemeen Deel (1985) oleh Soemintapoera. Silakan gunakan edisi asli untuk referensi. Referensi lengkap ke halaman dengan (paulscholten.eu+nomor blok).

1

HOOFDSTUK III: HET BURGERLIJK WETBOEK EN ZIJN GESCHIEDENIS
Paul Scholten Webversie van hoofdstuk 3 van Algemeen Deel in drie edities. Gebruik als verwijsbron de originele uitgaves uit respectievelijk 1931, 1934 of 1974. Vul verwijzingen naar pagina’s aan met (paulscholten.eu+bloknummer).

2

Kata pendahuluan penterjemah. (Foreword of translator)
Dalam tahun 1934 diterbitkan, sebagai cetakan kedua, bukuberjudul algemeen deel, karangan Mr. P. Scholten, guru besar pada Universiteit van Amsterdam. Buku ini yang merupakan bagiandalam seri mr. C. Asser,‘s handleiding tot de beoefening van het nedfrlandsch burgerlljk recht, terdiri atas tiga Hoofdstuk (Bab), yaitu:
Hoofdstuk I de methode vanhet privaat- recht.
Hoofdstuk II de grenzen vanhet recht naar plaats en tijd,
Hoofdstuk III hetburgerlijk wetboek en zijn geschiedenis.
Terjemahan Hoofdstuk III, yang memaparkansejarah pembentukan.Burgerlijk Wetboek (Kitab Undang-Undang Hukum Perdata) berikutperkembangannya, dapat dibacadalam halaman-halaman berikut.
Mr. P. Scholtendalam Kata-Pendahuluannya antara lain menulis, bahwa buku ini, karena isinya bersifat umum, hanya dapat dipahami bila diperlakukan sebagai suatu kesatuan yang rnenyeluruh. Serangkaian paragrap dalam Hoofdstuk I harus dibaca secara berurutan, berbagai pandangan dan pendapat yang diketengahkan berkaitan satusama lainserta saling mengisi, sehingga semuanya itu tidak dapat dilepaskan dari konteksnya untuk menghindari kesalahpahaman.
Selanjutnyaditerangkan oleh Mr. Scholtenbahwa Hoofdstuk I disusul oleh Hoofdstuk II, yang isinya merupakan pelengkap yang dianggap perlu bagi Hoofdstuk I. Tidaklah demikian halnya dengan isi dari Hoofdstuk III.
Sekitar permasalahan yang menyangkut Hoofdstuk III, olehMr. P. Scholtendijelaskan sebagai berikut. Di samping “algemeen deel” yang justru menelaah metoda “burgerlijk recht” maka sebenarnya pada tempatnvalah dibuat karangan mengenai sejarah yang juga bersifat umum mengenai “burgerlijk recht” itu, jadi bukan yang khusus mengenai hukum-perikatan atau hukum kebendaan. Dan sejarah “Burgerlijk Wetboekbisa merupakan bagian dari karangan yang demikian itu. Akan tetapi karangan yang dimaksud masihlangka. Dalam pada ituakan berguna dan bermanfaat sekali bila pemakai (pembaca) seri ASSER’S ini dapat memaklumi beberapa data historis sekitar pembentukan “Burgerlijk Wetboek” – berikut perkembangannya - yang paling penting masih dari buku algemeen deelini. Dan data-data mengenai pembentukan B.W. berikut perkembangannya dapat ditemukan dalam Hoofdstuk III.
Dengan demikian oleh Mr. scholtendalam Kata-Pendahuluan diterangkan sebabnya Hoofdstuk IIIdisisipkan dalam ALGEMEEN DEEL. Juga sekaligus dari keterangannya dapat ditarik kesimpulan Hoofdstuk IIIdapat dibaca terlepas dari Hoofdstuk yang lainnya.
“Burgerlijk Wetboek”, yang merupakan obyek penelaahan Scholten, mulai tahun 1838 dinyatakanberlaku di Negeri Belanda.
Dalam konteks ini perlu dikemukakan, bahwa politik bidang hukum pemerintah Belanda untuk jajahannya, yang kini menjelma sebagai Republik Indonesia, dituangkan dalam pasal 131 “Indische Staatsregeling”(sebelumnya pasal 75 “Regeringsregelement”), yang dalam pokoknya menentukan sebagai berikut: .
Hukum Perdata dan Dagang (begitu pula Hukum Pidana beserta Hukum Acara Perdatadan Pidana) harus diletakkan dalam, kitab-kitab undang-undang, yaitu dikodifisir.
Untuk golongan bangsa Eropah dianut (dicontoh) perundang-undangan yang berlaku di Negeri Belanda (asas konkordansi). (Lihat pokok-pokok hukum perdata, karangan Prof. Subekti,S.H. hal. 11, 1983).
Berdasarkan ketentuan-ketentuan tersebut maka “Burgerlijk Wetboek”, berasal dari Negeri Belanda, juga berlaku di sini, sewaktu masih merupakan daerah jajahan.
Ketika Balatentara Jepang berkuasa disini B.W. dinyatakan tetap berlaku. Demikianlah juga halnya pada waktu Republik Indonesia mulaiberdiri sejak Proklamasi Kemerdekaan tanggal 17 Agustus 1945.
Akhirnya masih dirasakan perlu untuk mengemukakan catatan sebagai berikut:
Menurut pasal 163 “Indische Staatsregeling” maka penduduk pada zaman penjajahan dalam bidang hukum dibagi atas 3 golongan, yaitu:
Eropa,
Timur Asing,
Indonesia-Priburni.
Dari keterangan yang diuraikan di atas jelas kiranya bahwa “Burgerlijk Wetboek”, berasal dari Negeri Belanda, berlaku di sini bagi golongan Eropa. Akan tetapi Pasal 131 “Indische Staatsregeling” sebenarnya masih memuat ketentuan-ketentuan (di atas tidak dikutip), yang membuka kemungkinan memberlakukan Hukum Perdata golongan Eropa untuk golongan- golongan penduduk yang lain. Untuk menjelaskan sampai sejauh mana kemungkinan itu dilaksanakan, hal itu kiranya berada di luar jangkauan Kata-Pendahuluan Penterjemah ini.
Bandung, 1985K.S.

2

Voorwoord
Dit boek is aangekondigd in het voorbericht van den zesden druk van het Personenrecht. Het dient om de Inleiding, die aanvankelijk aan de behandeling van het personenrecht voorafging, te vervangen. Het is echter wel een werk van anderen aard geworden.
Het doel van dit boek is niet om den beginner in de stof te oriënteeren. Niet in te leiden in de studie beoogt het, wel bij de studie te begeleiden.De student — en ook de oudere jurist — moet naar mijn meening leeren zich rekenschap te geven van de methode, die de wetenschap van het privaatrecht volgt, zich duidelijk te maken waaròm hij zoo en niet anders beslist, wat de factoren zijn, welke die beslissing bepalen.
Het is duidelijk, dat zulk een rekenschap alleen mogelijk is als men met het werk zelf bezig is — niet er voor, ook niet er na. Daarom moest het woord “Inleiding” uit den titel vervallen en werd de titel “Algemeen deel” gekozen.
Het boek is gedacht als deel van Asser’s Handleiding, doch het behandelt niet, een speciaal stuk van het burgerlijk recht, maar bespreekt het aan al de deelen, personen, zaken, verbintenissen, erfrecht gemeene: de methode. Bij algemeen deel denke men dus niet aan het algemeen deel van het Duitsche Wetboek, dat sommige algemeene begrippen als wilsverklaring, rechtspersoon en dergelijke uit de stof licht en daarvoor regels geeft. Niet zulk een abstractie behoort tot de taak, die ik mij voorstelde, wel de vraag òf en in hoeverre zij geoorloofd en geboden is.
Ten slotte geloof ik, wordt alleen door bezinning op de methode den jurist het inzicht nader gebracht wat recht eigenlijk is.
Een nadere uiteenzetting van mijn bedoelingen laat ik liever achterwege; het boek moge voor zich zelf spreken.
Hier nog slechts enkele opmerkingen.
Vooreerst over den opzet van het boek. De algemeenheid van dit deel sluit in zich, dat het alleen als een geheel kan worden begrepen. De verschillende paragrafen van het eerste hoofdstuk moeten achter elkaar aan één stuk worden gelezen, de verschillende beschouwingen staan met elkaar in verband en vullen elkaar aan, zij kunnen niet uit dat verband worden los gemaakt zonder de kans, dat zij worden misverstaan. Niettemin heb ik aan het werk een register toegevoegd om de raadpleging van het boek in bepaalde gevallen te vergemakkelijken. Ik hoop, dat wie het boek zòò gebruikt de waarschuwing omtrent het verband, die ik zooeven neerschreef, niet uit het oog zal verliezen.
Dan over de aanhalingen. Wie een boek als dit schrijft, stuit voortdurend op van de zijne afwijkende meeningen — ik heb mijn standpunt daartegenover aangegeven, zoo dikwijls ik dit voor het duidelijk maken van eigen gedachtengang noodig oordeelde. Van polemiek echter, zoowel als van een breedvoerige uiteenzetting van de verschillende opvattingen, heb ik mij onthouden. Ik kon niet tegelijk in een zoo moeilijke, voor een deel nog niet bewerkte, materie zoo duidelijk mogelijk eigen oordeel uiteenzetten èn dat van anderen systematiseeren en critiseeren. Dit heeft tengevolge gehad, dat de aanhalingen betrekkelijk willekeurig zijn — laat men daaruit niet opmaken, dat ik een of ander niet aangehaald werk niet voldoende waardeer. De aard van het boek bracht dit nu eenmaal mee. Niettemin geloof ik, dat de belangrijke stroomingen in de wetenschap tot haar recht komen.
Aan het eerste hoofdstuk sluit zich het tweede dadelijk aan. Het kan als een noodzakelijke aanvulling daarvan beschouwd worden. Dit geldt niet van het derde. Hierover nog een kort woord.
Naast het aan de methode gewijde algemeen deel zou een geschiedenis weder van het burgerlijk recht in het algemeen, niet speciaal van verbintenissen of zakenrecht, op haar plaats zijn. De geschiedenis van het Burgerlijk Wetboek zou daarvan een onderdeel vormen. Intusschen, een dergelijk boek ontbreekt, gelijk het boek over de methode tot heden ontbrak. Het was mij om vele redenen onmogelijk die leemte aan te vullen. Alleen al de voor arbeid daarvoor noodig zou veel tijd vergen. Toch scheen het mij van belang, dat de gebruikers van Asser’ s Handleiding de enkele meest noodzakelijke historische gegevens, althans over het Burgerlijk Wetboek en wat daarna ligt, in het boek zelf konden vinden — dit te meer, waar ook deze nergens anders zijn samengevat. Deze biedt thans het derde hoofdstuk.
Ten slotte mijn dank aan Mevrouw Mr. B. J. Redeker van Greven, die mij bij de samenstelling der registers ook van dit deel en de correctie der drukproeven behulpzaam was.
Amsterdam, September 1931. P. S.

3

Kata pendahuluan penerbit (Foreword of publisher)
Penerbit menyambut dengan gembira gagasan Mr. Koerdi Soemintapoerauntuk menterjemahkan penelaahan mengenai sejarah “Burgerlijk Wetboek”, yang merupakan hasil karya Mr. P. Scholten. Sepanjang dapat diketahui, karangan mengenai sejarah yang demikian itu yang ditulis dalam bahasaIndonesia sampai sekarang masih langka.
Penterjemah dilahirkan tahun 1918 di Sumedang. Setelah meraih diploma AMS dalam tahun 1938, ia melanjutkan studinya pada Rechtshogeschool di Jakarta, di mana ia dalam tahun 1940 lulus ujian “candidaat”. Setelah Balatentara Jepang menyerbu danmenduduki Pulau Jawa, Sdr. Koerdi Soemintapoeramengikuti kursus, yang diselenggarakan oleh Pemerintah Jepang untuk mendidik calon-hakim. Ia baru dapat menyelesaikan studinya dalam ilmu-hukum dalam tahun 1950 di Jakarta.
Di samping menyumbangkan tenaganya untuk kepentingan pemerintahan – ia menjabat hakim pada Pengadilan Negeri Cirebon (1944 - 1947), sesudah penyerahan kedaulatan itu berturut-turut bekerja pada Kementerian Luar Negeri, Kementerian Pertahanan, Bank Indonesia dan akhirnya pada DKA/PNKA di Balai Besar Bandung, di mana ia dengan fungsi terakhir sebagai Sekretaris Perusahaan meninggalkan dinas pemerintahan dengan hak-pensiun dalam tahun 1973 – ia juga merasa tertarik pada bidang pendidikan.
Selama tahun 1955-1957 ia menjadi dosen pada Universitas merdekadi Bandung. Dan dari tahun 1958 sampai 1974 ia menjabat Dekan Fakultas Hukum - Universitas BANDUNG dan merengkap dosen. Mulai tahun 1983 samapi kini ia bekerja sebagai Dosen Tetap pada Sekolah Tinggi Hukum Bandung.
Bandung, 1985Penerbit

3

    Geen tekst

4

§ 1 Pengantar.

   pagina-10Studi hukum perdata berpusat pada “Burgerlijk Wetboek.” Hukum perdata itu di-kodifikasikan; dengan perkataan lain keseluruhan hukum itu tercakup dalam satu buah “Wetboek” (Kitab Undang-Undang). Tujuan setiap pe-kodifikasian ialah menghindari adanya hukum di luar Kitab Undang-Undang, Dalam sejarah ditemukan perioda-perioda tertentu, di mana kebutuhan akan adanya kesatuan-hukum dan .kepastian. hukum sangat dirasakan, misalnya dalam zaman JUSTINIAUS, begitu pula dalam abad ke-18.Sewaktu itu hukum setempat yang berbeda antara satu dengan yang lainnya merupakan himbauan ke arah kesatuan hukum.Ketidak mantapan dari pihak para hakimdalam menjatuhkan keputusan mendambakan adanya kepastian dalam pelaksanaan hukum.
Pola berfikir demikian, yang tersebar di abad ke-18, membawa negara-negara Eropa ke arah pe-kodifikasian hukum. Pada waktu sekarang memang telah dimaklumi, bahwa kepastian dalam bidang hukum tidak tercapai. Pula disadari bahwa di sekitar Kitab Undang-Undang diciptakan hukum oleh ilmupengetahuan, keputusan hakim dan. kebiasaan. Meskipun demikian Kitab Undang-Undang Hukum Perdata itu tetap merupakan inti dari hukum perdata. Selalu diupayakan supaya hal-hal yang baru dikaitkan dengan yang tercakup dalam Kitab Undang-Undang.

4

§ 1 Inleiding. (3.1.621)

   pagina-219,pagina-223 De studie van het burgerlijk recht vindt haar centrum in het Burgerlijk Wetboek. Ons burgerlijk recht is gecodificeerd, d.w.z., de geheele stof is in één wetboek samengevat. Het is de opzet van iedere codificatie, dat er geen recht is buiten het wetboek. Er zijn perioden in de geschiedenis, waarin zich de behoefte aan rechtseenheid en rechtszekerheid zeer sterk doet gevoelen, zoo ten tijde van Justinianus, zoo in de 18e eeuw. De plaatselijke verscheidenheid van het recht doet om eenheid roepen, de onberekenbaarheid van ‘s rechters beslissing leidt tot de vraag naar zekerheid. Liever een gebrekkig recht dan de verlammende onzekerheid.
Het zijn zulke gedachten, die omstreeks 1800 de Staten van het vasteland van Europa tot codificatie brachten. Wij weten nu wel, dat die zekerheid niet is bereikt, dat rondom het wetboek, wetenschap, rechtspraak, gewoonte nieuw recht in het leven roepen; niettemin blijft van het burgerlijk recht het Wetboek de kern. Aanknooping van het nieuwe aan het wetboek wordt steeds gezocht.

5

Formula-formula, yang di dalamnya tercakup berbagai norma hukum, sudah bertahun-tahun diterapkan. Juga semua itu sudah dikembangkan dalam literatur dan jurisprudensi. Oleh karena itu semua formula-formula, yang penjabarannya dimuat dalam pasal-pasal, sudah tak terpisahkan dari perikehidupan hukum orang. Dengan demikian akan sulit diadakan perubahan-perubahan, sebab ini akan membawa pasal-pasal itu mendapatkan nomor baru. Bisa dibayangkan ditimbulkannya kegaduhan bila misalnya diadakan perubahan mengenai pasal-pasal 1302, 1401, 2014 B. W.1Dipandang dari pagina-11segi ini saja, jelas B. W. itu meraih posisi yang sangat kuat. Maka berdasarkan tinjauan ini, maka pentinglah untuk mengetahui sejarah B.W. itu.
B.W. itu sangat erat kaitannya dengan Kitab Undang-Undang Perancis. Dan dalam Kitab Undang-Undang Perancis ini tertuang spirit Repolusi Perancis. Dan di Perancis dengan tekan- an seorang diktator setelah Repolusi itu mereda, dibentuklah Kitab Undang-Undang.
Kitab ini merupakan contoh bagi berbagai Kitab Undang-Undang lain, di antaranya bagi B.W. di negeri Belanda.

5

De formules, waarin het wetboek de rechtsregels samenvatte, zijn door het jarenlang gebruik, ook door de bewerking, die zij in rechtspraak en litteratuur ondergingen, van zulke beteekenis geworden, dat zij moeilijk meer kunnen worden vervangen — dit te minder naarmate zij van meer algemeene strekking zijn. Zij zijn zoo zeer samengeweven met het rechtsleven zelf, dat niet alleen wijziging, maar zelfs een andere benaming, dat is dus nummering, uiterst bezwaarlijk zou zijn. Men stelle zich de bezwaren voor als de regels neergelegd in artikels als 1302, 1401, 2014 B. W. werden vernummerd! Door ditpagina-220,pagina-224 alles heeft het Wetboek een bijzonder sterke positie verworven. Het is daarom van belang, dat wij zijn geschiedenis kennen.
Het Wetboek is in hooge mate afhankelijk van het Fransche. De geheele codificatiebeweging der 18e eeuw had in Frankrijk haar centrum. De Fransche revolutie vervulde haar van haar geest. In Frankrijk ontstond onder dictatorialen druk na het revolutionnair élan het Wetboek, dat de andere van denzelfden tijd, met name het onze, tot voorbeeld strekte.
Meer dan in het oud-Nederlandsche recht wortelt ons burgerlijk Wetboek in het oud-Fransche. Het is dus noodig, dat we een vluchtigen blik werpen op de ontwikkeling, die tot het ontstaan van den Code leidde.pagina-170

6

§ 2 Hukum yang berlaku di Perancis sampai terbentuknya code.

   Di Perancis sebelum Repolusi nampak ada pemisahan antara hukum yang berlaku di daerah Selatan dan hukum yang berlaku di daerah Utara. Di daerah Selatan, yang dinamakan “pays de droit écrit”, berlaku Hukum Romawi sebagai hukum tertulis. Namun Hukum Romawi ini bukanlah yang berlaku di zaman JUSTINIANUS,melainkan yang diterapkan dalam abad ke 5 di bagian Barat dari Imperium Romawi. Di daerah Utara,yang dinamakan “pays dedroit coutumier” berlaku hukum tak tertulis berdasarkan kebiasaan rakyat yang merupakan penduduk asli; hukum itu beraneka-ragam bentuknya tergantung dari tempat di mana hukum itu ditaati.
Hukum kebiasaan sudah dari dini hari dicatat. Pencatatan hukum ini semula dilakukan oleh orang-orang biasa saja yang kebetulan merasa tertarik. Akan tetapi mulai tahun 1453 pencatatan itu mendapat corak resmi, karena dilakukan berdasarkan Ordonansi Raja. Dari sejumlah pencatatan itu yang dari Kota Parislah yang memperoleh penilaian tinggi.Hukum dari Ibu Kota ini, tidak saja berlaku di situ, tapi bolehdikatakan mendapat pengakuan sebagai hukum umum, dalam arti dapat dipakai sebagai pelengkap bilamana di sesuatu tempat lain hukum setempat mengenai soal tertentu tidak mengaturpagina-12nya.

6

§ 2 Het Fransche recht tot den Code. (3.2.623)

   Voor het Fransche recht van vòòr de revolutie is de scheiding tusschen het pays de droit écrit en het pays de droit coutumier kenmerkend. In het eerste, het Zuiden — de grens lag iets beneden de Loire1 — gold het Romeinsche recht, maar niet het Romeinsche recht van Justinianus, doch het Romeinsche recht, zooals het in het Westelijk deel van het Romeinsche Rijk in de vijfde eeuw in gebruik was; in het tweede, het Noorden, recht van inheemschen oorsprong, plaatselijk sterk verschillend en verbrokkeld.2
Dat costumierrecht was opgeteekend, al vroeg hier en daar door particulieren, die er belang in stelden, sinds 1453 officieel krachtens Koninklijke Ordonnantie. Van die coutumes had die van Parijs een sterk overwicht, zij was niet alleen die van de hoofdstad, die in Frankrijk grooter beteekenis had en heeft dan ergens anders, doch zij werd ook beschouwd als het gemeene recht, dat tot aanvulling diende, indien over een of ander punt de plaatselijke coutume zweeg.

7

Oleh karena itu dalam hukum Perancis yang begitu beraneka ragamnya terdapat kesatuan juga. Ada faktor lain yang menunjang upaya terciptanya kesatuan hukum sebagai berikut: Hukum Romawi ternyata dapat diterapkan, karena pendidikan para hakim pada berbagai. Universitas dan hukum Romawi serta hukum gerejalah merupakan mata-pelajaran, Hukum Gereja yang diterapkan, terutama dalam bidang hukum pernikahan, Ordonansi Raja untuk mengatur soal-soal tertentu. Dari para sarjana hukum yang kemudian karyanya mempengaru hi Code di sini disebut tiga orang yang paling ternama, yaitu Domoulin(1500 - 1566), Domat(l625 - 1696), Pothier(1695 – 1772). Mengenai ordonansi, dapat disebut di sini ialah yang merupakan karya kanselir D’Aguesseaudan mengatur hibah, testamen dan substitusi (1731 – 1747).

7

Hierdoor kreeg het Fransche recht ondanks de verbrokkeling zekere eenheid. Andere factoren, welke die eenheid bevorderden, waren: het Romeinsche recht en zijn wetenschappelijke beoefening, die dank zij de scholing van de rechters aan de Universiteiten, waar alleenpagina-221,pagina-225 Romeinsch en Canoniek recht werd onderwezen, meer en meer de rechtstoepassing beheerschten, het Canonieke recht met name voor het huwelijksrecht van belang en de Koninklijke Ordonnanties, waardoor bepaalde onderwerpen werden geregeld. Van de juristen, wier arbeid van invloed op den Code en daardoor ook op ons Burgerlijk Wetboek was, noemen we slechts de drie grootsten: Dumoulin (1500—1566), Domat (1625—1696), Pothier (1695—1772); van de ordonnanties die, welke het werk waren van den kanselier d’Aguesseau op de schenkingen, de testamenten, de substituties (1731—1747).

8

   Meskipun adanya faktor-faktor tersebut di atas, yang semuanya menunjang ke arah kodifikasi, ke-anekaragaman dalam hukum tetap berlangsung. Lagi pula, setelah meletusnya Repolusi Perancis, dalam hukum masih terdapat banyakhal yang bertentangan dengan asas-asas Revolusi. Memang terlihat hasrat yang besar untuk mewujudkan kodifikasi, dengan perkataan lain untuk menyusun kitab undang-undang yang akan membawa kesatuan dalam hukum dan setidak-tidaknya diinginkan diciptakannya hukum baru meskipun masih bersifat terbatas. Penyusunan hukum baru demikian memang dicapai, yaitu dengan dibuatnya berbagai undang-undang oleh badan-badan perwakilan (Assemblée législative dan Conventie). Akan tetapi keinginan untuk segera memiliki suatu Kitab Undang-Undang masih tidak tercapai.
Dalam tahun 1793 dimajukan rencana yang disusun oleh Cambacérès. Rencana itu sangat singkat (hanya memuat 695 pasal), dalam mana tertuang ide-ide Revolusi. Akan tetapi Conventie menganggap rencana itu, masih konservatif dan menolaknya. Setelah itu dibentuk sebuah panitia baru, masih di bawah pimpinan Cambacérès. Panitia ini dalam bulan pagina-13September 1794 mengajukan rencana. Ternyata rencana ini adalah lebih singkat lagi dan hanya memuat 297 pasal. Jelas kiranya, bahwa sebuah kitab undang-undang berdasarkan rencana itu hanya akan mengandung garis-garis besar dan asas-asas hukum. Karena itu tidak mungkin tujuan kodifikasi dapat dicapai. Akhirnya rencana tidak sampai dijadikan undang- undang.

8

   Ondanks deze factoren, die naar eenheid drongen, bleef de verbrokkeling. Bovendien was er in het recht allerlei, dat met de beginselen van de Fransche revolutie in strijd was. Er was een sterke drang naar codificatie, er moest een wetboek komen, dat eenheid bracht en, althans gedeeltelijk, nieuw recht. Door verscheidene wetten van Assemblée législative en Conventie was dit laatste bereikt, doch de behoefte aan één wetboek kon moeilijk dadelijk worden vervuld.
In 1793 werd voor het eerst een ontwerp ingediend. Het was van de hand van Cambacérès; het was kort, laconiek (slechts 695 artikelen), vervuld van de denkbeelden der revolutie. Niettemin vond de Conventie het nog te behoudend, het werd verworpen en een nieuwe commissie, mede onder leiding van Cambacérès, benoemd. Deze diende Fructidor An II (Sept. 1794) een nieuw ontwerp in, nog beknopter (297 artikelen).3 Het is duidelijk, dat zulk een wetboek niet meer dan richtsnoeren, beginselen, kon aangeven. Het eigenlijke doel van de codificatie werd zoo geheel gemist. Ook dit ontwerp werd niet tot wet.pagina-171

9

   Demikianlah situasinya sampai Napoleon diangkat sebagai Consul. Dalam undang-undang yang rnengatur pengangkatan Consul, juga dijanjikan pembuatan kitab undang~ undang. Napoleon tanggal 12 Agustus 1800 membentuk sebuah panitia, terdiri atus empat orang sarjana hukum, yaitu Portalis, Tronchet, Bigot de Preameneu dan Malleville. Panitia diberikan tugas untuk dalam waktu yang sesingkat mungkin memajukan rencana. Dari ke-empat anggota panitia, yang terpenting adalah Portalis dan Tronchet. Portalis berpandangan luas dan mempunyai pemikiran yang dalam. Ia sama sekali tidak mengharapkan bahwa dengan jalan membuat kodifikasi semua persoalan hukum terselesaikan, Tronchet, seorang bekas adpokat, menguasai sepenuhnya permasalahan hukum.

9

   Zoo was de toestand toen Napoleon eerste Consul werd en de zaak ter hand nam. In de wet van 18 Brumaire An VII, waarbij het Consulaat werd ingevoerd, werd een algemeen wetboek beloofd — gelijk ook reeds de Staatsregeling van 1791 gedaan had — en reeds den 24 Thermidor VIII (12 Augustus 1800) benoemde Napoleon een commissie van vier rechtsgeleerden, die ten spoedigste een ontwerp moesten indienen. Het waren Portalis, Tronchet, Bigot depagina-222,pagina-226 Préameneu en Malleville. De belangrijksten dezer waren de beide eersten: Portalis, man van breeden kijk en diep inzicht. We hadden in het eerste hoofdstuk eenige malen gelegenheid er op te wijzen, dat hij geenszins bevangen was door den waan van haast iederen codificator, dat met zijn wetboek het laatste woord voor de geheele stof is gezegd, en Tronchet, oud-advocaat, volkomen meester van de stof.

10

Sampai sejauh mana Napoleon turut mempengaruhi isi rencana itu, sulit untuk dipastikan. Yang jelas, ialah bahwa berkat dorongannya semua usaha persiapan ke arah pembentukan kitab undang-undang bisa terus dilaksanakan. Dalam bulan Maret 1803 sebagian dari 36 buah undang-undang diterima dan diberlakukan. (Untuk jelasnya Code itu dibentuk dengan 36 buah undang-undang). Pada tanggal 21 Maret 1804 semua undang-undang itu dihimpun dalam sebuah kitab undang- undang dengan nama “Code Civil des francais.”
Yang merupakan sumber dari Code itu, ialah: hukum Romawi, sebagaimana yang dikembangkan di Perancis untuk mengatur terutama hukum perikatan dan hak milik (eigendom); hukum kebiasaan untuk mengatur kekuasaan suami (“maritale macht”), hukum kekayaan pernikahan (“huwelijksgoederenrecht”) dan sebagian hukum waris;pagina-13ordonansi Raja untuk mengatur hukum waris dan pembuktian; hukum Gereja (Canoniek Recht) untuk mengatur pernikahan; perundang-undangan Repolusi yang mengatur anak yang lahir di luar perkawinan (“natuurliike kinderen”).

10

In hoeverre Napoleon zelf op het ontwerp invloed heeft gehad, is moeilijk na te gaan; stellig had hij het op zijn verheffing tot wet. Hij zette die met speed door. Reeds in Maart 1803 werden de eerste der 36 wetten, waaruit de Code bestaat, aangenomen en in werking gesteld. 30 Ventôse An II (21 Maart 1804) werden zij tot een wetboek onder den naam Code Civil des français vereenigd.
Bronnen van den Code zijn: het Romeinsche recht, zooals de traditie het begreep (Pothier), vooral voor verbintenissenrecht en eigendom, het Costumiere Recht (maritale macht, huwelijksgoederenrecht, erfrecht gedeeltelijk) de Koninlijke Ordonnanties (erfrecht, bewijs), het Canonieke Recht (huwelijk), de revolutionnaire wetgeving met eigen toevoegingen (natuurlijke kinderen).

11

   Sulitlah untuk dengan tepat mernberikan penilaian terhadap bobot yang begitu tinggi dari Code itu. Mengenai gaya bahasannya, dapat dikemukakan bahwa itu dalam sejarah hukum tidak ditemukan tandingannya. Gaya bahasa Code terletak di tengah-tengah antara yang memuat pemaparan panjang lebar di satu pihak dengan yang terlampau singkat di pihak lain. Pemaparan yang panjang lebar, sebagaimana terdapat dalam perundang-undangan baru berakibatkan kasuistik yang tidak ada ujung-pangkalnya sedangkan yang terlampau singkat . tidak bisa memberikan arah kepada hakim. Mengenai isi yang dimuat dalam code, dapat diterangkan, apa yang tercantum di dalamnya, itu merupakan cermin dari pendapat dan paham pada zamannya, dan sekaligus memberikan kesempatan untuk terus dikembangkan. Dalam pada itu setelah kekalahan Napoleon, negara-negara di Eropa meraih kemerdekaannya kem- bali. Di negara-negara itu ternyata kitab undang-undang Perancis tetap dipertahankan, baik dalam bentuk yang asli, maupun yang berupa copy yang tidak banyak berbeda dari aslinya.’ Demikian besarnya pengaruh Code itu dan juga Negeri Belanda mengikuti jejak negara Eropa lainnya. Pengaruh itulah yang patut dianggap sebagai alasan untuk memberikan sanjungan dan pujian terhadap Code.

11

   De waarde van den Code kan moeilijk hoog genoeg worden aangeslagen. Wat den stijl betreft, is het Wetboek in de rechtsgeschiedenis zeker niet overtroffen. De Code schiep een wetsstijl, die wij in Nederland nog steeds niet hebben. Tusschen te groote uitvoerigheid, die tot een wanhopig makende casuïstiek leidt, waaraan zoovele onzer nieuwe wetten lijden, en te groote beknoptheid, die den rechter te weinig richting geeft, weet het wetboek steeds het goede midden te bewaren. Wat zijn inhoud betreft, voldeed het aan de behoeften van zijn tijd, was het van de opvattingen van toen een getrouwe spiegel, liet het tegelijk plaats voor verdere ontwikkeling. De grootste lof, die er aan te beurt is gevallen,ligt wel in het feit, dat haast overal, waar men zich na den val van Napoleon van de Fransche overheersching bevrijdde, het Fransche Wetboek bleef, hetzij in zijn eigen vorm, hetzij in een min of meer getrouwe copie. Zoo machtig was de greep, die het in het rechtsleven had gedaan. Ook ons Wetboek is er een navolging van. pagina-223,pagina-227

12

§ 3 Hukumasli di Negeri Belanda sampai pembentukan code.



Ke-anekaragaman dalam hukum di Negeri Belanda tidak banyak berbeda dari yangterdapat di Perancis. Propinsi-propinsi, kota dan wilayah seringkali masing-masing mempunyai hupagina-15kum sendiri.Dalam pada itu tendensi ke arah kesatuan dalam bidang hukum tampak lebih lemah. Sebabnya, ialah karena di sini tidak terasa kewibawaan dari suatu pemerintah pusat. Juga badan-badan perwakilan dari berbagai Propinsi hanya kadang-kadang saja mempunyai perhatian terhadaphukum perdata.
Selain daripada hukum Gereja yang mengatur hukum per-nikahan dan yang sebenarnya pengaruhnya banyak berkurang sebagai akibat dari gerakan Reformasi(“Hervorming”), hanya masih ada satu faktor lain-yang berpengaruh terhadap pertumbuhan hukum. Faktor ini adalah-hukum Romawi disertai dengan ilmu hukumnya. Memang benar bahwa hanya di Friesland hukum Romawi diakui dengan undang-undang sebagai sumber hukum.Namun di lain tempat berkatperanan Universitas pengaruh dan wibawanya cukup besar. Hukum Romawi dinilai sebagai hukum-umum, sedangkan hukum nasional dan hukum setempat dianggap sebagai pengecualiannya. Sejumlah sarjana hukum mengadakan penelitian danmenulis buku sekitar hukum Romawi.

12

§ 3 Het oud-Nederlandsche recht tot de invoering van den Code. (3.3.629)

   De verbrokkeling van het rechtsleven ten onzent was zeker niet minder dan in Frankrijk. Ook hier hadden gewesten, steden, streken somtijds, ieder eigen recht, terwijl de tendenzen naar eenheid door het ontbreken van een centraal gezag zooveel zwakker waren. Ook de Staten der Provinciën bemoeiden zich slechts bij uitzondering met het privaat recht.
Laten we de door de Hervorming sterk verminderde beteekenis van het Cano pagina-172nieke recht voor het huwelijksrecht buiten beschouwing, dan was er slechts één factor van rechtsvorming, die naar eenheid drong: het Romeinsche recht en de wetenschap, die het bewerkte. Wel was dit alleen in Friesland wettelijk tot rechtsbron gemaakt, maar ook daarbuiten was, dank zij de Universiteiten, zijn gezag groot. Het was het gemeene recht, het nationale en plaatselijke werd als uitzondering op dat gemeene recht gezien.

13

Merekaitu antara lain: seorang sarjana hukum dalam abad ke- 17 bernama SimonGroenewegen, Arnold Vinnius(l588-1657), Simon van Leeuwen (1627-1682), UlricusHuber(1636-1694), JohannesVoet(l649-1714),CornelisvanBijnkershoek(1673-1743).
Vinnius,Huberdan Voetadalah guru besar. Kemudian Hubermenjadi anggota pengadilan diFriesland. vanLeeuwen adalah panitera (substituut griffier) pada “Hoge Raad” (sama denganMahkamah Agung) dan Bijnkershoekmenjabat Presiden Hoge Raad.

13

Teekenend is, dat een 17-eeuwsch jurist als Simon Groenewegen een boek deed verschijnen, waaraan hij den titel gaf: “De legibus abrogatis et inusitatis in Hollandia”; de hier bedoelde “leges” zijn Pandecten en Codex plaatsen. Van denzelfden geest was het werk der juristen doordrongen. Wij noemen ook van hen slechts de meest beteekenende: Arnold Vinnius (1588—1657)4, Simon van Leeuwen (1627—1682)5Ulricus Huber (1636—-1694)6, Johannes Voet (1647—1714)7, Cornelis van Bijnkershoek (1673— 1743).8 De drie eersten waren hoogleeraren, Huber werd later raadsheer in het Friesche Hof, Bijnkershoek was President van den Hoogen Raad; zijn door Meijers, de Blécourt en Bodenstein uitgegeven Observationes tumultuariae, aanteekeningen omtrent de in de raadkamer behandelde zaken en genomen beslissingen, zijn voor de kennis van het 18de eeuwpagina-228sche recht onmisbaar. De invloed van al dezen reikte tot over onze landspalen, waarschijnlijk was hij overwegendpagina-224 ook in onze rechtspraak, met zekerheid kan dit echter bij het ontbreken van gemotiveerde beslissingen niet worden vastgesteld.

14

   Tidak hanyailmu yang mempelajari hukum Romawi saja yang mempunyai pengaruh besar, tapi mengenai ilmu yang mempelajari hukum bersumber pada rakyat (hukum asli) juga demikianlah halnya.Ilmu yang tersebut terakhir iniberpusat dalam sebuah buku, yang ditulisolehseseorang yanggenius. Orang ini, yangsebetulnya perhatiannya terletak di bidang lain, menulis buku dalampenjara. Yang dimaksudkan adalah Hugo de Grootyang mengarang buku “Inleiding tot pagina-16Hollandsche Rechtsgeleerdheid” (Pengantar Ilmu Hukum Belanda) dan diterbitkan tahun 1631. Juga de Grootmenganggap hukum Romawi sebagai hukum umum, dan dalam penulisannya tentang hukum yang sedang berlaku pada waktu itu, ia memberikan tenpat kepadanya yang terlampau menonjol; meskipun demikian, ia dalam bukunya itu masih menyimpan bagian yang luas dari hukum asli di negerinya bagigenerasi yang mendatang. Generasi di kemudian hari tidak saja akan mengenali formulasi hukum, sebagaimana disusun oleh de Groot, tapi pula akanmengetahui bagaimana caranyamenerapkan dan mempertahankannya menurut de Grootitu. Sungguh menarik perhatian, bahwa masih dalam abad ke-I7 dan ke-l8 senantiasa dibuat catatan (“aantekeningan”) dan observasi untuk mendapat kejelasan (“observatie tot ophelderingen”) mengenai buku tersebut oleh para sarjana yang berbobot, seperti Schorer.Lebih lagi menarik perhatian, bahwa 180 tahun sejak penerbitan buku tadi seorang guru besar vanderKeessel, yang sebagai ilmuwan disegani, menulisbuku pelajaran bagi mahasiswanya, berjudul “Theses selecta ad supplendam Hugonis Grotii Introductionem” (tahun 1800).

14

   Doch niet alleen de wetenschap van het Romeinsche recht, ook die van het inheemsche was voor de rechtsvinding van groot gezag. Die wetenschap concentreert zich in één boek van een geniaal man, wiens eigenlijke belangstelling in andere richting lag, en dat hij schreef in gevangenschap uit paedagogische overwegingen. Ik bedoel de Inleiding tot de Hollandsche Rechisgeleerdheid9 van Hugo de Groot (1583—1645). Ook de Groot beschouwde het Romeinsche recht als het geldende recht voor zijn tijd en volk, ook hij ruimde het wellicht een te groote plaats in in zijn beschrijving van het “hedendaagsche” recht; niettemin bewaarde hij een groot stuk oud-Nederlandsch recht voor het nageslacht, dat het niet alleen kende in de formuleering die hij er van gaf—zooals wij het grootendeels nog doen — maar het ook in den door hem er aan gegeven vorm toepaste en handhaafde. Hoe van een formuleering van zooveel gezag het recht zelf den invloed ondergaat, hebben wij boven op blz. 125 uiteengezet. Teekenend is wel, dat in de 17e en 18e eeuw voortdurend “aanteekeningen” en “observaties tot ophelderinge” op de Inleiding verschijnen, waaronder van mannen van beteekenis als Schorer, meer nog, dat bijna 180 jaar na de uitgave van het boek aan het eind van de gelding van het oud-Hollandsch recht een gevierd hoogleeraar als Van der pagina-172Kessel heel zijn onderwijs en leer samenvat in Theses selectae ad supplendam Hugonis Grotii Introductionem (1800).10

15

   Kemudian berkat pengaruh spirit alam-fikiran dari gerakan “Verlichting” (bahasa Jerman: Aufklarung), timbul juga di negeri Belanda keinginan untuk mewujudkan kodifikasi. Perlu diterungkan di sini bahwa ketika Repolusi Perancis mencetus, di negeri Belanda didirikanlah ”Bataafsche Republiek” yang menggantikan “De Zeven Provincieën”. Dalam “Staatsre- geling”, yaitu konstitusi Republik baru itu ditentukan, bahwa akan dibuat kitab undang-undang dalam bidang hukum perdata dan bidang hukum lainnya seperti hukum pidana dan hukum acara. Dimaksudkan kitab undang-undang itu akan berlaku di seluruh wilayah Republik. Semua.kitab undang-undang ditentukan akan mulai berlaku dua tahunsetelah “Staatsregeling” tahun 1798 mulai diberlakukan. Sebagai persiapan ke arah kodifikasi, maka dibentuklah sebuah komisi yang terdiri atas 12 orang sarjana hukum, dengan pembagian tugas 7 orang pagina-17akan menangani bidang hukum perdata dan 5 orang lagi hukum pidana. Ternyata tugas yang diberikan itu terlampau berat. Ketika Pemerintah pada tanggal 20 April 1803 mendesak panitia untuk bagaimanapun merampungkan kitab undang- undang hukum pidana, makaoleh panitia itu diputuskan untuk selanjutnya mengerahkan semua tenaganya bagi penyelesaian kitab undang-undang ini. Pada tanggal 3 October 1804 oleh panitia itu dimajukan tigabuah rencana, yaitu: a. Pengantur untuk bidanghukum secara umum, terdiri atas sebelas bab;b. Kitab Undang-Undang Hukum Pidana, terdiri empat buku;c.Kitab Undang-Undang mengenai pembuktian, terdiri atas enam bab.

15

   Onder den invloed van den geest van de verlichting wilde men ook bij ons een codificatie. In de wetgeving vond deze wensch voor het eerste uiting in art. 28 van de Staatsregeling van 1798: “Er zal een Wetboek gemaakt worden, zoowel van Burgerlijke als van lijfstraffelijke wetten, tegelijk met de wijze van Regtsvordering, op gronden door de Staatsregeling verzekerd en algemeen voor de gansche Republiek. Deszelfs invoering zal zijn uiterlijk binnen twee jaren na de invoering der Staatsregeling”. Op 28 September 1798 pagina-229werd ter voorbereiding daarvan een commissie benoemd van 12 rechtsgeleerden, waarvan 7 zich met het burgerlijk en 5 met het lijfstraffelijk recht zouden bezig houden. De taak was echter te zwaar. Toen het gouvernement de commissie op 20 April 1803 aanpagina-225maande voor alles het crimineel wetboek te doen uitkomen, besloot zij daarop haar krachten te concentreeren. Op 3 October 1804 werden drie ontwerpen ingediend: a. Inleiding voor het regt in het algemeen in elf hoofdstukken, b. Lijfstraffelijk Wetboek in vier boeken, c. Wetboek omtrent het bewijs in zes hoofdstukken.11

16

   Rencana mengenai “Pengantur” dan mengenai “pembuktian” tidak sempas dijakan undang-undang Ketika “Nationaal Gerechtshof” (Pengadilan tertinggi) sedang mempelajari kedua rencana itu, maka terjadi perubahan dalam ketata-negaraan di negeri ini. “Bataafsche Republiek” berubah menjadi “Koninkrijk .Holland” (Kerajaan Holland) dalam tahun 1806, sedang yang menjadi raja adlah Lodewijk Napoleon. Kini orientasi segala sesuatu berarah ke Perancis. Juga bukanlahdari sebuah kitab undang-undang barudiharapkan timbulnya perbaikan, melainkan dari Code Civil Perancis. Dalam pada itu nama Code Civil des francais, ketika Napoleon Bonaparte menaik takhta Kaisar, diganti dengan Code Napoleon.
Raja Lodewijk pada tanggal 18 November 1807 mengangkasebuah panitia, yang diberi tugas untuk mengatur CodeNapoleon bagi Kerajaan Holland. Panitiaitu terdiri dari tiga orangsarjana hukum, yaitu A.vanGennep, B.P. vanWesele Scholtendan J.J. Loke.Pada tangga 19 Desember1808 sebuah rencana sudah dapat disampaikan ke badan legislatif.Pàdatanggal 24 Februari 1809 rencane itu sudah disahkan oleh Lodewijk dan diberlakukan mulai tanggal l Mei 1809 dengan nama “Wetboek Napoleon ingericht voor het Koninkrijk Holland.”pagina-18

16

   Noch de inleiding, noch het ontwerp omtrent het bewijs werden wet. Het Nationaal Gerechtshof was nog bezig de ontwerpen te onderzoeken, toen een nieuwe orde van zaken ontstond door het Koningschap van Lodewijk Napoleon in 1806. De blik werd nu ook op ons terrein meer en meer naar Frankrijk gericht; niet van een nieuw wetboek, maar van den Franschen Code civil verwachtte men heil.
Lodewijk benoemde een commissie tot bewerking van den Code Napoleon voor het Koninkrijk Holland, bestaande uit Mrs. A. van Gennep, B.P. van Wesele Scholten en J.J. Loke (18 Nov. 1807). Reeds op 9 Dec. 1808 werd een ontwerp, waarschijnlijk met behulp van een voor-ontwerp van J. van der Linden, die secretaris geweest was van de commissie van 1798, bij het Wetgevend Lichaam ingediend.12 Op 24 Febr. 1809 werd het door den Koning gearresteerd en op 1 Mei 1809 ingevoerd onder den naam Wetboek Napoleon, ingerigt voor het Koningrijk Holland.

17

   Sesuai dengan judulnya, kitab undang-undang merupakan saduran (“bewerking”)dari Code Napoleon.Ini berarti bahwa dalam kitab undang-undang yang baru dibuat itu sistematika dari Code tetap dipertahankan, dengan di sana-sini diadakan perubahan. Misalnya Titel (Bagian) VIII dan IX dari Bukupertama Code ternyata dalam kitab undang-undang gagasan Lodewijk diganti dengansebuah Titelsaja. Titel IX dari kitab undang-undangyang terakhir khusus mengatur ajaran mengenai “emancipatie”, hal mana dalam Code Perancis digabungkan pada titel mengenai kedewasaan (“meerderjarigheid”) dan “perwalian” (“voogdij”). Kalau, lebih lanjut diteliti isinya “Code Napoleon ingericht voor het Koninkrijk Holland”, akan dapat dibaca hal-hal sebagai berikut. Dalam Buku ke II dimuat berbagai titel yang mengatur “bezitrecht” danmengenai “tiendrecht”, “opstal” dan “cijns of tijnsrecht”. Selanjutnya dalam buku ke III hibah (“schenking”)di antara yang masih hidup dipisahkan dari “testament” dandimasukkan ke dalam perikatan yang bersumberpada perjanjian; selanjutnya ternyata bahwa pengaturan mengenai “huwelijksche voorwaarden” mendapat tempatdi Buku ke-I. Dalam titel mengenai sewamenyewa (“huur”) dimuat juga erfpacht’“ dan “beklemming”.

17

   Zooals de titel al aangeeft is het Wetboek een bewerking van het Fransche. Titel VIII en IX van het eerste boek van den Code zijn vervangen door een titel over de betrekking tusschen ouders en kinderen, titel IX is afzonderlijk gewijd aan de leer der emancipatie, die in den Code bij den titel over meerderjarigheid en voogdij was gevoegd. In het tweede boek zijn titels opgenomen over bezitrecht en over tiendrecht, opstal en cijns- of tijnsrecht. In het derde boek is de schenking onder de levenden afgescheiden van de uiterstepagina-230 willen en opgenomen onder de verbintenissen uit overeenkomst voortspruitende, terwijl de leer der huwepagina-174lijksche voorwaarden naar het eerste boek is overgebracht. In den titel van huur is ook erfpacht en beklemming opgenomen. pagina-226

18

   Bagi penafsiran perundang-undanganyang berlaku sekarang, kitab undang-undang gagasanLodewijk masih ada gunanya, mengingat di dalamnya dapat ditemukan hal-hal sebagaiberikut.Pertama ternyata bahwa sejumlah peraturan ataupun ketentuan dalam perundang-undangan yang berlaku sekarangmencontoh secara langsung dari kitab undang-undang tersebut, misalnya “gemeenschap van winsten verlies”.Keduanya bisa ada gunanya, jika dicoba untuk dapat memastikan bagaimana kitab undang-undang berasal dari Perancis difahami orang ketika baru diberlakukandi negeriBelanda; dalam hubungan.ini perlu dikemukakan bahwa kitab undang-undang ini memperlihatkan terjemahan lain daripadaBurgerlijkWetboek” yang sekarang masih berlaku. Akhirnya,dari beberapa tempat dalam kitab undang-undang Lodewijk tadi dapat diketahui, bahwa pagina-19hukum Belanda asli dapat dipertahankan terhadap hukumPerancis yang mencoba masuk ke negeri ini.

18

   Voor de interpretatie van onze wet kan het Wetboek Napoleon voor Holland in verscheidene opzichten van belang zijn. Vooreerst zijn enkele regelingen of bepalingen er direct aan ontleend (b.v. bij de gemeenschap van winst en verlies). In de tweede plaats kan het van dienst zijn, als wij pogen vast te stellen, hoe het Fransche Wetboek bij zijn invoering ten onzent werd begrepen; het geeft soms daarvan een andere vertaling dan ons Burgerlijk Wetboek. Eindelijk kan op sommige plaatsen worden aangewezen, hoe oud-Nederlandsche rechtsgedachten zich tegenover het indringende Fransche recht handhaafden.

19

   Bertepatan dengan pengesahan (“arrestering”) kitab undang-undang itu, maka dikeluarkanlah sebuah. keputusan Raja Lodewijk (Koninklijk Besluit), di mana ditentukan pembatalan a. hukum Romawi b. semua undang-undang dan ordonansi yang bersangkutan dengan hukum perdata yang dahulu di negeri ini berlaku dengan memakai namaapa punjuga, terkecuali bila peraturan demikiandalam kitab undang-undang inidinyatakan secara jelasdiperkenankan masih bolehberlaku. Dalam pasal4 keputusanRaja itu (tertanggal 24 Pebruari 1809) ditentukan, bahwakebiasaan dalam hukumperdagangan dan hukum laut sementara masih dipertahankan berlaku.Dalam pada itu sudah lebih dahulu dibentuk sebuahpanitia dengan diberikan tugas untukmenyusun Kitab Undang-Undang, Hukum Dagang (“Wetboek van Koophandel”).Rencana yang dibuat oleh panitia itu disampaikan kepada Raja pada tanggal 9 Juli 1809. Sebagai akibat dari penggabungan wilayah negeriBelanda dalam tahun 1811, ke dalam Imperium Perancis, rencana itu tidak sampai dijadikan undang-undang. Kemudian ketika dilakukan persiapan untuk membentuk “Wetboek van Koophandel” yang sampai sekarang masih berlaku apa yang dimuat dalam rencana tadi ada kalanya dituruti.

19

   Tegelijk met de arresteering van het Wetboek werd een Kon. Besluit afgekondigd13, waarbij zijn afgeschaft: a. het Romeinsche recht, b. alle wetten en ordonnantiën tot het burgerlijk recht betrekking hebbende, die, onder welke benaming ook, vroeger hier te lande in vigueur waren geweest, ten ware zij uitdrukkelijk bij het Wetboek mochten zijn uitgezonderd. Art. 4 van dit besluit van 24 Febr. 1809 handhaafde voorloopig de gebruiken van handels- en zeerecht. Evenwel was reeds een commissie benoemd tot het opstellen van een Wetboek van Koophandel. Het Ontwerp dezer commissie werd op 9 Juli 1809 aan den Koning aangeboden. Tengevolge van de inlijving van Nederland bij Frankrijk is dit ontwerp niet wet geworden. Bij het tot stand komen van het Wetboek van Koophandel is het nog al eens gevolgd.

20

   WetboekNapoleon, ingericht voor het KoninkrijkHolland” diberlakukan sebagai undang-undang dari tanggal 1 Mei 1809 sampai saat digantikandengan Code Civil pada tanggal 1 Maret 1811. 
Sebelum tanggal 1 Maret 1811 itu Propinsi Zeeland dan Brabant, begitu pula daerah antara sungai Maas dan sungaiWaal (di dalamnya termasuk Kota Nijmegen) serta Bommelerwaard, semua wilayahyang barudisebut berdasarkan Dekrit Kaisar tanggal 9 Juli 1810 dimasukkanke dalam Imperium Perancis.
Dengan Dekrit Kaisar tanggal 6 januari 1811 diperintahkandiberlakukannya kitab undang-undangPerancis mulai 1Maret 181l.pagina-20
Code Civil ini berlaku di negeri Belanda sampai 1 Oktober 1838.

20

   Het Wetboek Napoleon voor Holland heeft als wet gegolden van 1 Mei 1809 tot 1 Maart 1811, toen de Code Civil het verving.
Reeds voor dien tijd was dit geschied in Zeeland, Brabant, het land van Maas en Waal, Nijmegen daaronder begrepen, en de Bommelerwaard. Deze deelen van ons land werden bij tractaat van 16 Maart 1810 aan Frankrijk afgestaan; bij Keizerlijk decreet van 8 Nov. 1810 werden daar de Fransche wetboeken met ingang van 1 Jan. 1811 ingevoerd.pagina-231
Niet lang daarna onderging het overige deel van het Koninkrijk hetzelfde lot. Bij Keizerlijk decreet van 9 Juli 1810 werd bepaald: “La Hollande est réunie à l’Empire”; het decreet van 6 Jan. 1811 beval de invoering der Fransche Wetboeken op 1 Maart 1811.
De Fransche Code was ons burgerlijk wetboek tot 1 October 1838.pagina-227

21

§ 4 Penyusunan Burgerlijk Wetboek.

   Setelah negeri Belanda sebagai akibat dari kekalahan Napoleon memperoleh kemerdekaannya kembali, maka Grondwet (Undang-Undang Dasar) 1804 menentukan bahwa Kitab Undang-Undang mengenai berbagai bidang hukum harus disusun. Dengan keputusan Raja tanggal 18 April 1814 dibentuklah sebuah panitia yang ditugaskan untuk menyusuri kitab undang-undang mengenai hukum perdata; hukum pidana, hukum dagang, susunan peradilan dan hukum acara.
Ketua panitia tersebut adalah Joan Melchior Kemper (1776-1824)guru besardi Leiden. Sejarah persiapan B.W. sampai tahun 1822 merupakan sejarah tentang perjuangan Kemper untuk mempertahankan hukum asli negerinya terhadap Code dari Perancis; dalam perjuangan itu mula-mula ia mencapai kemenangan, akan tetapi akhirnya dia harus menderita kekalahan.

21

§ 3.4 Het tot stand komen van het Burgerlijk Wetboek. (3.4.638)

   Na het herstel der onafhankelijkheid eischte de nieuwe Grondwet een nieuw wetboek (art. 100 van de Grondwet van 1814). Bij besluit van 18 April 1814 werd een commissie benoemd tot het ontwerpen van een algemeen wetboek van burgerlijk recht en lijfstraffelijk recht, van den koophandel en de samenstelling van het justitiewezen en de manier van procedeerenpagina-175.
Voorzitter der commissie was Joan Melchior Kemper (1776— 1824), hoogleeraar te Leiden. De geschiedenis van het B.W. tot 1822 is de geschiedenis van den strijd van Kemper voor het oudvaderlandsche recht tegen den Code, een strijd waarin hij aanvankelijk zegevierde, maar ten slotte geheel werd overwonnen.

22

   Perjuangan tersebut sudah dimulai di dalampanitia itu; sub-panitia, yang menangani bidang hukum perdata dan di mana Kemper tidak menjadi anggota, berkehendak untuk membuat pembaharuan (herziening) dan Code Napoleon yang disusun untuk negeri Belanda itu. Kemper menolaknya dalam rapatpleno-panitia dan kemudian ia sendiri menulis sebuah karangan singkat, yangmemuat garis-garis besar mengenai upaya ke arah pembuatan suatu rencana kitab undang-undang. Dalam panitia tidaktercapai kesepakatan mengenai jalan yang akan ditempuh dalam melaksanakan tugasnya. Oleh karena itu Kemper menyerahkansegala sesuatu kepada Raja untuk diputuskan. Raja membenarkan gagasan Kemper Isi karangan singkat Kemper-lah, vang akan dituruti dan harus dijabarkanlebih lanjut oleh Kemper sendiri bersama Bijleveld dan Reuvens. Hasil karya panitia yang terdiri dari 3 orang ini pagina-21adulah sebuah rencana yang memuat 4264 pasal dandisampaikan kepada Raja pada tanggal6 Maret 1816.

22

   Het begon al dadelijk in de commissie van 1814; de subcommissie voor burgerlijk recht, waarvan Kemper niet lid was, wilde een herziening van het Wetboek Napoleon voor Holland, Kemper verzette zich in het plenum en ontwierp zelf een schets voor een nieuw wetboek. De commissie kon het niet eens worden over de richting, waarin men zou werken, zoodat Kemper de zaak in Dec. 1814 aan het oordeel van den Souvereinen Vorst onderwierp, die hem in het gelijk stelde. Kemper’s schets zou worden gevolgd en door hem met de heeren Bijleveld en Reuvens uitgewerkt. Resultaat van den arbeid van deze commissie was een ontwerp van 4264 artikelen, 6 Maart 1816 bij den Koning ingediend.

23

   Rencana ini merupakan karya, yang memiliki sifat khas dan menawan perhatian. Didalamnya terhimpunhukum Belanda asli yangtumbuh dari dahulu kala.Sehubungan dengan itu bisa dikatakan,bahwa rencana itu merupakan penutupan masa berkembangnya golongan sarjana hukum, yang selama dua abad menekunihukumasli itu. Apapun yang berkenaan dengan hukum perdata dengan gaya ilmiah yang mempunyai jangkauanluas dangaya bahasa yang terang dan tegas diwujudkan dalam formula-formula menurut sistematik yang wajar bagi sebuahkitab undang-undang.Rencanaini pernah dicetak tapi tidak sampai diterbitkan.
Dalam pada itu terjadilah penggabungan dengan Belgia, berdasarkan Traktat Wina(1815), dengansalah satu akibat rencana itu diserahkan kepada sebuah panitia yang terdiri dari tiga orang Belgia, denganNicolaisebagai ketuanya. Dia adalah ketua Pengadilan di Luik dan dipandang yang terpenting di antarake-tigaanggota panitia itu. Ditugaskanlah KemperdanReuvensuntukmemberikanpenjelasan seperlunya kepada panitiaitu.SebelumKemperberangkat ke Brussel untuk menunaikan tugasnya, iamenuliskepada salahseorang temannya: “Saya harus mempertahankan 4000 theses terhadap sanggahan orang-orang Belgia”. Memang dia sudah mengetahui dari awal bagaimana beratnya tugasnya itu.Bahwa Kempertidak berhasil meyakinkan panitiaBelgia itu dibuktikan dalamlaporan panitia orang Belgia kepada Raja. Di dalamnya dinyatakan bahwaorang-orangBelgia itu tidakmerasa tertarik, rencana itudianggap kaku, mengandungpemikiran ilmiah yang terlampau mendalam, tidak mengandung kejelasanseperti Code.Code itusudah memuaskan mereka, jadi mereka majukanpertanyaan:Mengapaharusmenggantikan denganyanglain.

23

   Dit ontwerp is een zeer merkwaardig stuk werk, een geheel zelfstandige samenvatting van het oud-vaderlandsche recht. Het sluit de bloeiperiode van de oud-Hollandsche juristenschool af; al wat daar gedurende twee eeuwen op het gebied van het burgerlijk recht was gewrocht, wordt met de veel-omvattende geleerdheid, de scherpzinnigheid ook en helderheid der school voor het laatst samengepagina-232drongen in het systeem en de formules van een wetboek. Het boek is wel gedrukt, nimmer gepubliceerd.14pagina-228
Intusschen had de vereeniging met België plaats gevonden. Gevolg was, dat het ontwerp in handen gesteld werd van een commissie van drie leden uit het Zuiden, waarvan Nicolaï, president van het gerechtshof te Luik, de voornaamste was. Kemper en Reuvens zouden dezen de gewenschte inlichtingen geven. “Ik ga vierduizend theses tegen de Belgen verdedigen”15 schreef Kemper aan een zijner vrienden, toen hij voor dat doel naar Brussel vertrok. Hij wist van te voren hoe zwaar zijn taak was. Dat hij hen niet van de deugdelijkheid van zijn werk overtuigd had, bleek uit het rapport van de Belgische commissie (1816). De Belgen voelden er niet voor, het was hun te log en te zwaarwichtig, te “leerstellig” gelijk het in dien tijd heette, het miste de klaarheid van den Code. De Code bevredigde hen geheel, waarom iets anders?

24

   Orang-orang Belgia mengusulkan kepada Raja untuk membentuk panitia baru, yangterdiri dari orang Utara dan Selatan. Diusulkan selanjutnya supayapanitia,dalam melaksanakanpagina-22pekerjaannya, mengambil Code Perancis sebagai dasar. Kemper mengadakan perlawanan terhadap sanggahan orang-orang Belgia itu, yang dimuatnya dalam “memorie” tahun 1817. Raja memenangkan Kemper lagi dan memutuskan rencana yang selesai tahun 1816 (“Ontwerp van 1816”) akan dimajukan kepada “Raad van State” (semacam Dewan Pertimbangan Agung), dengan disertai tanggapan orang-orang Selatan untuk dibahas dan diperbincangkan; dengan jelas ide untuk menuruti Code ditolak.
Pembahasan Raad van State dihadiri oleh Kemper, bersama Menteri Kehakiman van Maanen. Pembicaraan ini menghasilkan sebuah rencana dalam tahun 1820 (“Ontwerp van 1820) yang memuat 3631 pasal. Rencana ini kemudian dimajukankepada “Tweede Kamer” (Parlemen) disertai memorie” dari Kemper. Di sini golongan Belgia, di bawah pimpinan Nicolai memulai perjuangannya lagi dan kali ini mereka menang. Di antara orang-orang dari Utara ada yang memberikan dukungannya;

24

   De Belgische heeren stelden den Koning voor een nieuwe commissie samen te stellen uit Noord- en Zuid-Nederlanders, die den Franschen Code tot grondslag zou nemen. Kemper verzet zich in een memorie van 18 Juni 1817. Weder wint hij het bij den Koning. De ontwerpen der commissie van 1814 (dus het Ontwerp van 1816) zullen met de aanmerking der Zuid-Nederlanders bij den Raad van State ter deliberatie aanhangig worden gemaakt; het denkbeeld eenvoudig den Code te volgen werd uitdrukkelijk verworpen.pagina-176
De beraadslagingen in den Raad van State werden door Kemper en den Minister van Justitie, van Maanen, bijgewoond; zij leidden tot het Ontwerp van 1820 (3631 artikelen) met een memorie van Kemper aan de Tweede Kamer aangeboden.16 Hier bonden de Belgen, onder Nicolaï’s leiding, den strijd weder aan en nu wonnen zij. Ook onder de Noord-Nederlanders waren er, die hen steunden.

25

bagi mereka Code itu cukup baik, sedangkan hasrat untuk memilih yang lain tidak nampak dan cinta untuk keadaan pada zaman sebelum Repolusi sudah pudar. Parlemen menolak bagian pendahuluan umum (algemene inleiding) dari rencana itu, yang terdiri atas 73 pasal. Selanjutnya dikehendakinya bagian dari Code Titre preliminaireditetapkan sebagaipenggantinya.Keinginan ini terlaksana danalgemene bepaling van wetgeving”yang sampai sekarang masih berlaku, adalah buktinya. Selanjutnya diputuskan oleh Parlemen untuk membentuk commissie van redactie” (panitia perumus) yang ditugaskan untuk memajukan soal-soal mengenaistellig recht” (hukum yang sungguh ditaati) dalam bentuk “vraagpunten”. Mengenai hasil pekeriaan “commissie van redactieitu Parlemen akan menentukan pendapatnya. Berdasarkan keputusanParlemen itu makaoleh commissie van redactie” akan disusunrencana untuk kitab undang-undang.

25

Het liep wel met den Code, er was geen sterke drang naar iets anpagina-233ders, de liefde voor het oude van vóór de revolutie was bekoeld. De Kamer verwierp de algemeene inleiding van 73 artikelen en wenschte die vervangen door den Titre préliminaire van den Code. Zij kreeg haar zin, de tegenwoordige wet op de algemeene bepalingen van wetgeving was het resultaat. In 1822 ging zij verder, het geheele ontwerp werd ter zijde gesteld. Men besloot, dat een commissie vanpagina-229 redactie vraagpunten van stellig recht zou formuleeren, waarover dan, na onderzoek in de afdeelingen, door de Kamer zou kunnen worden beslist. Overeenkomstig de zoo uitgesproken wenschen der Kamer zouden de ontwerpen worden opgesteld en in discussie gebracht.

26

   Cara-kerja yang baruditerangkandi ataslah yang dilaksanakan. Kemper menjadi anggota “commissieitu sampai pagina-23akhir hayatnya. Tapi pengaruhnyasudah tidak nampaklagi.SekarangNicolai-lah yang memegang kendali.
Ontwerp 1820” tidak merupakan sumber langsung dari kitab undang-undang yang sedang dipersiapkan. Akantetapi dalam melaksanakan interpretasi-historis “ontwerp” itu tidak mungkin begitu saja dilalui dan dianggap sepi. Rencana- 1820” ini membuka tabir untukmendapat kesan, bagaimana hukumasli itu bisa timbul, sekiranyatidak terjadi invasi Perancis. Dalam hal hukumdi negeri Belanda itu kemudian menunjukkan perbedaan darihukum berasal dari Perancis, maka perbedaan itu dapat ditelusurisampai ke berbagai pengertian dan ide-ide yang sudah tercakup dalam “Ontwerp 1820”.

26

   Aldus geschiedde. Kemper bleef in de commissie van redactie tot zijn dood, maar van zijn invloed bemerkt men niet veel meer, Nicolaï kreeg het stuur in handen.
Een directe “bron” van ons Wetboek is dus het Ontwerp-1820 niet. Toch kan historische interpretatie er niet aan voorbijgaan. Het opent een blik, hoe ons recht had kunnen groeien, indien de Fransche invasie niet had plaats gehad. Waar ons recht, hetzij in de teksten zelf, hetzij in de toepassing door wetenschap en rechtspraak, reeds in den aanvang van het Fransche verschilt, is dit haast altijd te herleiden tot voorstellingen en begrippen aan het Ontwerp 1820 ontleend.

27

Perbedaan itu mungkin terdapat dalam perumusan yang berlainan atau pun dalampeneterapan yang nampak menyimpang berkat hasil penelitian olehilmu hukum atau kebijaksanaan parahakim dalam menjatuhkan keputusannya.
Pembahasan di Parlemen mengenai rencana yang disusun oleh “commissie van redactie” berjalanlancar. Semua titelsdariBurgerlijk Wetboek”dapat selesai dibahas tanpa gangguansedangkan isinya merupakan percontohandari Code Perancis. Jelas tidak dikehendaki untuk membuatkitab undang-undang yang bersifat baru, .namun yang diinginkan ialah kitab undang-undang yang telah tersedia, dengan jika perlu di sana-sini dirubah.Perlu diterangkan disinibahwauntuk setiap titel dibuat rencana tersendiri untukdisahkan sebagai undang-undang. Dengan demikian yang disetujuiParlemen adalah serangkaian undang-undang, sedangkan tiap undang-undang memuat sesuatutiteltertentu.Semua undang-undang ituberhasil diumumkan antara tahun 1822-1826 dan pada tahun 1829 masih diadakan sedikitperubahan; bersamaan dengan itu maka bagian “Algemene Bepalingen van het Burgerlijk Wetboek” (Ketentuan Umum Kitab Undang-Undang Hukum Perdata) dikeluarkan dari B.W.dandijadikan undang-undang tersendiri. Selanjutnyadibuat ketentuan bahwa darisemua undang-undang pasal-pasalnya harus diberikannomor yangberurutan. pagina-24
Bersama dengan kitab undang-undang lainnya (ialah mengenai hukum dagang, hukum acara perdata, hukum acara pidana), maka “BurgerlijkWetboek” ini akan mulai diberlakukan pada pukul 12malam antara tanggal 31 Januari dan 1 Pebruari 1831.

27

   Op de wijze, die we beschreven, kwamen achtereenvolgens al de titels van het Burgerlijk Wetboek tot stand. Het werden nu —met enkele uitzonderingen — navolgingen van den Code. Niet een nieuw wetboek wilde men maken, doch het bestaande Fransche, voor zooveel noodig, herzien. De afzonderlijke wetten, die ieder een titel bevatten, werden in 1822—1826 afgekondigd, in 1829 nogmaals op enkele punten gewijzigd; tegelijk werden de Algemeene Bepalingen van het Burgerlijk Wetboek afgescheiden en tot afzonderlijke wet gemaakt. Art. 7 van de wet van 16 Mei 1829 bepaalde, dat alle wetboeken in een doorloopende reeks artikelen zouden worden vervat.
Met de andere aangenomen wetboeken (Koophandel, Burgerlijke Rechtsvordering, Strafvordering) zou volgens Koninklijk Besluit van 5 Juli 1830 ook het Burgerlijk Wetboek met den klokslag van middernacht tusschen den laatsten Januari en den eersten Februari 1831 worden ingevoerd.pagina-234

28

   Kitab Undang-Undang Hukum Perdata ini (dikenal juga dengan nama “Wetboek 1830),kalau dipandang dari segi B.W. yang terakhir dibuat dan berlaku mulai 1838 sampai sekarang, mengandunghal-hal sebagai berikut. Kalau diperhatikanadanya perbedaan antara B.W. sekarang dan “Wetboek 1830”, maka yang terakhir ini merupakanmata-rantai dalam sejarah perundang-undangan.Selanjutnya bilaperbedaan itu ditinjau .lebih mendalam, maka dapat ditilisifat perbedaan itu, karena “Wetboek 1830” dibuat dalam dua bahasa (Belanda dan Perancis).Perbedaan itu mungkin disebabkan karena sesuatu ketentuan dalamCodeberbedaditerjemahkannya dalam “Wetboek 1830”. dan dalamB.W., sedang maksudnya adalah sama. Jikaseandainya dalam B.W. mengenai sesuatu ketentuanperumusannya ternyatamenyimpang dari perumusanCode, sehingga merubahartinyamaka dapat ditarik kesimpulan bahwa penyimpangan itu sengaja dibuat.
Saat mulai diberlakukan Kitab Undang-Undang pada pukul 12 malam antara 31 Januari dan 1 Pebruari 1831 ternyata tidak bisa direalisasikan. Dalam bulan Agustus 1830 terjadi pemberontakan dari propinsi-propinsi Selatan.Dalam pidato pembukaan persidangan Parlemen bulan Oktober 1830 oleh Raja dipermaklumkanbahwa karenapemberontakan itu tidak mungkin kitabundang-undangdalamsemua bidang diberlakukan. Menurut keputusan -Raja tanggai5 Januari saat mulai berlakunya kitab undang-undang diundurkan untuk waktu yang taktertentu.

28

   Het wetboek 1830 is voor ons thans vooral in twee opzichten van belang: i”. daar waar ons wetboek van dit verschilt, waar het dus een schakel vormt in de historie van onze wet, 2°. doordien het zoowel in het Fransch als het Nederlandsch was geredigeerd. Dit maakt het mogelijk na te gaan of bij schijnbaar verschil tusschen den Code en het B. W. vertaling (gelijkluidende tekst met den Code) dan wel verandering (verschil ook in den Franschen tekst) beoogd werd.pagina-230,pagina-177
Van de aangekondigde invoering kwam niets. In Augustus 1830 had de opstand der zuidelijke provincies plaats. In de openingsrede van October 1830 werd medegedeeld, dat daardoor de invoering der nieuwe wetboeken niet mogelijk was. Bij besluit van 5 Jan. 1831 werd zij voor onbepaalden tijd opgeschort.

29

   Dalam sebuahkeputusan Raja diperintahkan untuk mengadakan pembaharuan terhadap kitab undang-undang itu. Maksudnya ialah supayasemuakitabundang-undang dimurnikan dari segalapembauran yangdatangdari luar pada waktu yang berlainan dan dalamkondisi yang berbeda pula.Ternyata pagina-25hasil upaya pembaharuan itu tidak mempunyai dampak mendalam. Yang terpenting adalahperubahan dalam “huwelijksgoederenrecht” (hukumkekayaan dalam perkawinan), dengan demikian maka dikembalikanlah algehele gemeenschap van goederen” berlaku lagiseperti dahulukala.
Pekerjaan pembaharuanini, yangdilaksanakan oleh sebuah panitia dibentuk oleh keputusanRaja tanggal 24 Pebruari 1831, dalam waktu yang agaksingkat dapat diselesaikan. Dalam tahun 1832 dan 1833 sudah dapat dimajukan rencanamengenai ke-empat buku dari B.W.,yang selanjutnya dibahas kemudian disetujuinya dan disusuldenggan pengumumansementara. Juga diperintahkan untuk melakukanpenerbitan resmi dari semua kitab undang-undang. Setelah pembaharuan terhadapsernua kitab undang-undang selesai,makadalam keputusan Rajatanggal10 April 1838 ditentukan seluruhkitab undang-undang Belandainidiberlakukan mulai tanggall Oktober 1838 dan mempunyaikekuatanmengikat pada pukul 12 malamantara 30 Septemberdan 1 Oktober 1838.

29

   Een nieuwe herziening werd gelast. Zij had ten doel de wetboeken “in overeenstemming te brengen met de belangen van de oud-Nederlandsche provincien”, gelijk het Koninklijk Besluit het zeide, ze “van inmengselen te zuiveren, die in andere tijden en onder verschillende omstandigheden waren te weeg gebracht.” Ingrijpend was de herziening niet; het belangrijkst was wel de wijziging in het huwelijksgoederenrecht, de terugkeer tot de algeheele gemeenschap van goederen.
Tamelijk spoedig was men met het werk gereed. Bij Koninklijk besluit van 24 Februari 1831 werd een commissie voor de herziening ingesteld, in 1832 en 1833 werden de wetsontwerpen betreffende de vier boeken van het Burgerlijk Wetboek ingediend, behandeld, aangenomen en voorloopig afgekondigd. Een officieele uitgave der wetboeken werd bevolen en nadat ook de herziening der overige wetboeken was voltooid, werd bij Kon. Besluit van 10 April 1838 bepaald, dat de Nederlandsche wetboeken zouden worden ingevoerd op I Oct. 1838 en van bindende kracht zijn met den klokslag van middernacht tusschen 30 September en 1 October van dat jaar. In Limburg is de wetgeving eerst 1 Jan. 1842 ingevoerd (besluit van 10 Oct. 1841.)17pagina-235

30

   Bilamana sekiranya harus merumuskan karakteristik “Burgerlijk Wetboek”, maka dapat dikatakan, bahwa kitab undang-undang ini menunjukkan kebaikan dan keburukan yang terdapat pada sesuatu copy dari karyaaslinya yang cemerlang. Meskipun merupakan copy, tohmasih dapat dipergunakan. Mengenai gaya bahasa yang dipakai dalam B.W. ini,dapat dikemukakan bahwa dalam pengungkapannya berbagai hal ternyata tidak sampailangsung ditujukan kepada inti persoalannya, sebagaimana yang dapat ditemukan dalam Code. Gayabahasa B.W. itu boleh jadilebih lemah daripada Code Perancis, akan tetapi, masih bersifat jelas dan sederhana. Selanjutnya dapatdipastikan bahwa “Wetgever” (pembentuk undang-undang) Belandadalam menjabarkan ide yang digenggamnya ke dalam “tekst(naskah)undang-undangternyata- ide tersebut tidak begitu difahaminya; halmana berbeda dengan wetgever” CodePerancisyang.memakai gaya bahasa yang dapatmemukau.
Dalam beberapa hal B.W. itu tidak mengikuti contoh dari pagina-26Code; namun dalam mengadakan penyimpangan dari Code ternyata kemampuan orang Belanda untuk mengungkapkan buah pikirannya belumsebanding dengan kemampuan orang Perancis me-ekspresikan ide-idenya.Meskipun dalamB.W. terdapat berbagaikekurangan, sepertiditerangkan di atas, namun dalam beberapa segi tertentuB.W. itu dapat dianggap lebih maju dari Code (misalnya dengan dimuatnya peraturan sekitar hipotek). Bilamana semua pertimbangan dikumpulkan, masih bisa ditarik kesimpulan, bahwa B.W. itu merupakan karyayang cukup respektabel. Pada waktu itu karya yang bersifat orisinilsulit untuk ditelorkan. Posisi dari Code begitu kuatnya.Penggabungandengan, Belgia juga menyulitkan untuk menempuh jalan menurutkehendak sendiri. Bilamana segalasesuatuturut diperhatikan, maka bisa dikatakanbahwa kodifikasi tahun 1838 tidak mengecewakan.

30

   Zouden we van het Burgerlijk Wetboek een karakteristiek moeten geven, dan zou het deze zijn, dat het alle goede en kwade eigenschappen vertoont van een bruikbare copie van een meesterwerk. Wat de Code had, heeft ook het B.W., maar alles in mindere mate.pagina-231 De stijl haalt niet bij dien van het Fransche wetboek, toch leeren nieuwere wetten ons wel in dezen niet uit de hoogte te oordeelen en af te keuren. Die stijl mag slapper zijn dan die van zijn voorganger, hij is toch helder en eenvoudig. Zeker stonden de denkbeelden, die de Nederlandsche wetgever wilde neerleggen in de wet, hem niet zoo duidelijk voor oogen als aan den Franschen; het Wetboek mist de kernige kracht van den Code. Terecht wendde het zich een enkele maal van het Fransche voorbeeld af, doch het vermogen van vormgeving bleek, als dit gebeurde, niet groot. Dit alles neemt niet weg, dat het in sommige opzichten tegenover den Code een vooruitgang is (hypotheek b.v.), dat het alles samengenomen een respectabele prestatie moet worden genoemd. Oorspronkelijk werk leveren was moeilijk — de Code stond tè sterk — de vereeniging met België maakte het onmogelijk eigen wegen te zoeken. Houden we dit alles in het oog, dan kunnen we ons over de codificatie van 1838 niet beklagen.pagina-178

31

   Sejarah sekitarupaya ke arah kodifikasi dapat dibaca dalam buku “Geschiedenis en beginselen derNederlandsche Wetboeken(1837)
karangan J.C.Voorduindan buku “Geschiedenis der beraadslagingen indeTweede Kamer der Staten Generaal over het Ontwerp van het Burgelijk Wetboek” (1867), karanganJ.J.F. Noordziek.
Selanjutnya dapat dikemukakan sebuah karangan dari C. Asser, berjudulHetNederlandsch BurgerlijkWetboek vergeleken met het Wetboek Napoleon” (1838). Asserdalamtahun 1838, menjabatSecretaris der commissievan wetgeving”.Buku inimempunyaisifat khas yang cukup penting.
Berbagai ketentuan dalam B.W., yaitu “titel” (bagian) mengenaierfpacht” dan juga yang mengenai “opstal” sudah diberlakukan dalam tahun 1825, jadi sebelum B.W.ini berlaku. Pada saat diberlakukan B.W.inimakadihapuskanlah Code Perancis, juga kebiasaan, baik yangumum maupun yang bersifat setempat, sepanjang yang berkenaan dengan hal-hal yang sudah diatur dalamB.W. Undang-undang dari Perancis, yangsecaralangsung maupun tidaklangsungmasihmempunyai artipenting dikumpulkan oleh C.J. Fortuyndalamsebuah karyatulis.pagina-27van de Pollmengumpulkan berbagai undang-undang dankeputusan dalam masa Revolusi (1798-1810).

31

   De geschiedenis van de wetgeving vindt men beschreven in:
J.C.Voorduin, Geschiedenis en beginselen der Nederlandsche Wetboeken (1837 vgl.); J.J.F. Noordziek, Geschiedenis der beraadslagingen gevoerd in de Tweede Kamer der Staten-Generaal over het Ontwerp van het Burgerlijk Wetboek (1867).
Van bijzonder belang is nog C. Asser, Het Nederlandsch Burgerlijk Wetboek vergeleken met het Wetboek Napoleon (1838). Asser was secretaris der commissie van wetgeving (1838).
Enkele bepalingen, met name de titels over erfpacht en opstal, werden reeds vóór het Wetboek ingevoerd (1825). Met de invoering werd het Fransche Wetboek afgeschaft, ook de algemeene en plaatselijke gebruiken in die stoffen, welke bij het nieuwe wetboek werden behandeld. De Fransche wetten, die direct of indirect van bepagina-236lang bleven, zijn verzameld door C.J.Fortuyn18; Van de Poll19 zocht bijeen wat uit het revolutionnaire tijdvak tot 1810 van gewicht bleef.pagina-232

32

§ 5 Perubahan kitab undang-undang hukum perdata dan penambahan dimuat dalam undang-undang tertentu.

   Dalam periode di mana orang giat membuat kodifikasi dipandang bahwa hukum, sebagaimana dimuatdalam “wetboek”, akan berlaku, meskipun tidak untuk selama-lamanya, toh untuk jangka waktu yang lama. Namun pengalaman menunjukkan, bahwa tidak ada kodifikasi yangbertahan tanpa dilakukan upaya terus-menerus untuk ditambah dan sekali-kali diperbaharui. Bila upaya itu tidak dilakukan maka hukum di luar perundang-undangan akan makin lama makinbesar pengaruhnya.
Mengenai hukum yang timbul diluar perundang-undangan tidak akan dibahas. Dan juga mengenaiupayake arahpembaharuan B.W.akan ditinjau dalam paragrap yang berikutnya. Di bawah ini akan ditelaah perubahan dan penambahan yang dibuat oleh pembentuk undang-undang(“wetgever”). Danyang disinggung adalah yang penting-pentingnyasaja.

32

§ 3.5 Wijziging van het Burgerlijk Wetboek en aanvulling door bijzondere wetten na 1838. (3.5.649)

   In tijden van codificatie meent men veelal het recht, zoo niet voor goed, dan toch voor lange tijden in het wetboek te hebben vastgelegd — de ervaring leert, dat geen codificatie houdbaar is, indien zij niet voortdurend wordt aangevuld en van tijd tot tijd herzien. Geschiedt dat niet, of slechts sporadisch en gebrekkig, dan wint het buiten-’wettelijk recht steeds meer terrein.
Over dat laatste spreken wij nu niet en ook de herzieningspogingen laat ik tot een volgende paragraaf rusten. We hebben thans de wijzigingen en aanvullingen door den wetgever in oogenschouw te nemen. We noemen alleen de belangrijkste.

33

   Kiranya dapat dipaharni bahwa pada waktu B.W. mulai berlaku tidak banyak yang dilakukan oleh “wetgever” itu. Satu-satunyaperubahanyang mempunyaiarti, ialah yang dibuat dalam tahun 1874, yaitu yang berkenaan dengan pemisahan kekayaan atauboedelscheiding” (semula diatur dalam “Wet van 31 Mei1843, Staatsblad 223). Perubahan ini bisa diartikan sebagai reaksi terhadap Codedengan menempuh arah dari “Ontwerp 1816”.
Penambahan dari sesuatu bidang yang diatur dalam B.W. dimuat dalam “Wet van 22 April Staatsblad 32”. Dengan “Wet” ini maka diadakan peraturan dan pembatasan dari pelaksanaan hakberserikatdan berkumpul (“recht van vereniging en vergadering”). Perlu dicatat di sini bahwa dalam tekst pagina-28B.W. sendiri (Pasal 1690 dst.)2tidak diadakan perubahan. Ditinjau dari segi hukum perdata peraturan baru itu penting, karena di dalamnya dimuat ketentuan-ketentuan mengenai sifat badan hukum bagiperkumpulan (“vereniging). MenurutB.W. sendiri kepada perkumpulan ini diberikan kebebasan. Hal ini tidak dibenarkan oleh politik-hukum yang pada waktu itu bersifat anti gereja dan juga bertentangan dengan pemahaman orang sekitarbadan hukum.

33

   Uit den aard der zaak waren er in den aanvang weinige. De eenige wijziging van beteekenis tot 1874 is die betreffende de boedelscheiding van 1843 (wet van 31 Mei 1843, Stbl. 22). Het was een kleine reactie tegen den Code, die oorspronkelijk gevolgd was, in de richting van het Ontwerp 1816.
Aanvulling en eigenlijk ook wetswijziging, zij het niet van den tekst dan toch van de regeling der stof in het Wetboek (art. 1690 vgl.) bracht de Wet van 22 April 1855, Stbl. 32, tot regeling en beperking der uitoefening van het recht van vereeniging en vergadering. Zij is privaatrechtelijk van belang door de regeling der rechtspersoonlijkheid van vereenigingen. Het B. W. laat deze een vrijheid, die de anti-kerkelijk gerichte politiek van die dagen niet wilde, die tegelijk met de toen heerschende opvattingen van rechtspersoonlijkheid in strijd was.20

34

   Dalam tahun1874 dibuat perubahan yang berarti,yaitu “Pandwet van 8 Juli 1874,Stbl. 95” (Undang-undang gadai). Dengan terus meningkatnya hubungan-hubungan perniagaan makadianggap perlu untuk menghapuskan ketentuan-ketentuanyangmenghambat, ketentuan-ketentuan mana juga dari semula diraskan tidak cocok menurut padanganorang Belanda.SetelahPandwet”tersebut tidaknampak ada kegiatan. Sebagai pengecualian dapatdisebut Krankzinnigenwet van 24 April 1884 Stbl. 96”(undang-undangmengenaiorang sakit jiwa)., Wetini berkenaar dengan curatele dan ketidakmampuan melakukan tindakanhukum (“onbekwaamheid”).
Sedari tahun 1901 mulai periode baru. Perubahan pandangan orang mengenai peri-kehidupan dalam masyarakat menimbulkan hasrat untuk menciptakanhukum baru, halmana juga dirasakan bagihukum perdata. Timbullah keinginan untuk adanya campur tangahNegaradalam bidang-bidang yang terdahulu diserahkankepada orang-orang bersangkutan. Golongan orang-orang yang dalammasyarakat hidup dalam tahap yang peka dianggap perlu untuk ditunjang oleh hukum perdata. Dengan demikian dibuatlah peraturan-peraturan sebagai berikut:

34

   In 1874 kwam de eerste belangrijke wijziging, de Pandwet vanpagina-237 8 Juli 1874, Stbl. 95. Toenemend handelsverkeer eischte opheffing van hinderende voorschrifpagina-179ten, die van den aanvang niet recht in onze Hollandsche opvattingen hadden gepast. Dan volgt weder een stilstand, slechts de Krankzinnigenwet van 24 April 1884, Stbl. 96, moet worden genoemd; zij raakt curateele en onbekwaamheid.
In 1901 begint een nieuwe periode. Veranderde maatschappelijke pagina-233opvattingen eischen nieuw recht,21 ook op het terrein van het privaatrecht. Er wordt bemoeiing en Staatsingrijpen verlangd in verhoudingen, die traditioneel aan de betrokkenen werden overgelaten. Maatschappelijk achtergestelde groepen moesten ook door privaatrechtelijke wetgeving worden gesteund. Dit gaf aanleiding tot de volgende regelingen:

35

   1eAnak yang terlantar harus mendapat bantuan danuntuk itukalau perlu peraturan mengenai hubunganantara orang tuadananak haruslah dirubah. Pandangan, bahwa upayauntuk mengembangkan dan mendidik si anak juga termasuk kewajibanNegara merupakan dasar dari serangkaian pagina-29peraturan, yang dicakup dengan julukanKinderwetten”.
Peraturan-peraturan yang berkenaandengan hukum perdataadalah sebagaiberikut:
a.Wet van6 Februari 1901,Stbl. 62” yang memuatperubahan dan penambahan dari ketentuan-ketentuan dalamB.W. mengenai kekuasaan bapak (“vaderlijke macht”) dan perwalian (“voogdij”) serta pasal-pasal yang bersangkutan dengan itu;
b. “Wet van 27 September 1909, Stbl. 322”yang.memuat penambahan dari “Wet” tersebut dalam huruf a di atas;
c. “Wet van 5 Juli 1921, Stbl. 834”, yang mengatur diadakannya Hakim bagi anak-anak di bawah umur (“Kinderrechter”) dan juga diadakannyapengawasan terhadap anak-anak di bawah umur;
d. “Wetvan 25Juni 1929, Stbl. 358yangmemuat ketentuan mengenai pembebasan (“ontzetting”) dari kekuasaan orang-tua (“ouderlijke macht) dan ketentuan rnengenai pengembalian (“herstel”)kekuasaan orangtua.

35

   1°. Het verwaarloosde kind moet worden geholpen, daarvoor desnoods in de verhouding ouder en kind worden ingegrepen, de gedachte, dat de zorg voor de opvoeding mede Staatszorg moet zijn, wordt grondslag van een reeks regelingen, die we onder den naam Kinderwetten samenvatten.
Van de privaatrechtelijke noemen wij:
a. de wet van 6 Februari 1901, Stbl. 62 tot wijziging en aanvulling der bepalingen van het B.W. omtrent de vaderlijke macht en de voogdij en de daarmee samenhangende artikelen;
b. de wet van 27 September 1909, Stbl. 322, tot aanvulling van deze wet;
c. de wet van 5 Juli 1921, Stbl. 834, houdende invoering van den Kinderrechter en de ondertoezichtstelling van minderjarigen;
d. de wet van 25 Juli 1929, Stbl. 358, tot wijziging der bepalingen omtrent de ouderlijke macht en de voogdij en omtrent ontzetting uit en herstel in de ouderlijke macht en voogdij;

36

   2eTidak hanya nasib anak terlantar harus ditunjang denganberbagai peraturan, tapi juga bagi anak yangdilahirkan di luar perkawinan (“buitenecht geborenkind”) harusdiciptakan pengaturan. Larangan dari perioda Napoleonuntuk menyelidiki siapa orangnya yang merupakan ayah sianakitu dikesampingkan, dalam arti bahwa campur tangan Negara dihindari, sedangkan si ayah yang bersangkutan diwajibkanuntukmengurusdan memeliharaanaknya itu (“Wet van 16 November 1909,Stbl. 363).
3e Hubungan antara buruh dan majikan (arbeider-werkgever) berkembang sedemikian rupa, sehingga dipandang sebagai kontrakdiksi yang paling utama dalam masyarakat dan ke-tata-negaraan. Oleh karena itu maka diciptakanlah perundang-undangan-sosial (“sociale wetgeving”). Di dalampagina-30nya terdapat juga peraturan-peraturan dalam bidang hukum perdata.Dengandimuatnya peraturan yang cukup luas untuk membuat perjanjian-perburuhan (arbeidscontract)maka dimulailah specialisasi dari hukum-perdatake arah perwujudan hukum-perburuhan(“arbeidsrecht). Segala sesuatu dimuatdalamWet van 13 Juli 1907, Stbl. 193, yang dimasukkan dalam B.W. Dengan diadakanperaturan lebih lanjut sekitar collectieve arbeidsovereenkomst” dilakukan tindakan baru ke arah spesialisasi dalam hukum perdataitu. (dimuat dalamWet van 24 December 1927, Stbl. 415.)

36

   2°. Niet alleen ten bate van het verwaarloosde, ook van het buiten echt geboren kind wordt ingegrepen. Het typisch Napoleontische verbod van onderzoek naar het vaderschap wordt op zij gezet. Voor Staatsinmenging is hier geen plaats, doch de vader wordt tot onderhoud verplicht. Wet van 16 November 1909, Stbl. 363.
3°. De verhouding arbeider-werkgever, die de maatschappelijke en staatkundige tegenstelling bij uitnemendheid wordt en tot geheel nieuwe wetgeving leidt (sociale wetgeving), verlangt ook privaatpagina-238rechtelijk nieuwe regeling. De kiem van een afscheiding van een nieuwen tak van recht in het arbeidsrecht wordt gelegd in de uitvoerige regeling van het arbeidscontract. Wet van 13 Juli 1907, Stbl. 193. Deze wet is in het Burgerlijk Wetboek ingevoegd. In de wet van 24 Dec. 1927, Stbl. 415, houdende nadere regeling van de collectieve arbeidsovereenkomst, wordt een verdere stap op dit gebied gedaan.pagina-234

37

   4eJuga hubungan-hubungan dalam bidang Agraria menjadi-kan pokokperhatian. Juga di sini dirasakan pihak yang lemah, yaitu penggarap tanah, perlu mendapat bantuan.Akan tetapiperundang-undangan di bidang ini belumbanyak berarti. Yang dapatdiciptakan hanyalahpenghapusan “tienden,3dimuat dalamWet van16 Juli 1907, Stbl. 222” dan penghapusan hakberburu dimuat dalam Wet van 2 Juli 1923,Stbl. 331. Upaya untuk merubah pengaturan mengenai perjanjian menciptakan hakusaha atau pachtovereenkomst, kandas. Dalampada itu, berdasarkanCrisis pachtwet”, diatur dalamWet van 17 Juli 1932, Stbl. 301ketentuan-ketentuan mengenaipachtovereenkomst mengalami banyak perubahan. Akan tetapi perlu dicatat di sini perubahan-perubahan itu bersifat sementara, yaitu akan berlaku selama keadaan yang timbul oleh keadaan crisis” berlangsung.
5eDebitur-debitur yang mempunyai hutang berupa uang dan berada dalam kedudukan yang lemah dilindungi oleh “Geldschieterswet”, dimuat dalam Wet van 28 Januari1932, Stbl. 19”). Pinjaman uang kinidiatur dengan ketentuan-ketentuan yang ketat, yaitu yang bersifat hukum- memaksa (dwingend recht), Ketentuan yang serupa juga pagina-31akan diberlakukan sekitar transaksi jual-beli dengan memakai cara pembayaran menyicil; rencana undang-undang untuk keperluan itu dalam bulan Mei, 1934 sudah siap. Perkembangan dalam peri-kehidupan orang yang menyebabkan perubahan-perubahan dari polakehidupan dalam masyarakat, serta perkembangan pesat dalam bidang industri berkaitan erat dengan terciptanya peraturan-peraturan sebagai berikut:

37

   4°. Ook de agrarische verhoudingen worden opnieuw aan de orde gesteld. Ook daar wordt de behoefte van hulp aan den zwakkere, den landgebruiker, gevoeld. Van veel belang is de wetgeving op dit gebied nog niet. Zij bepaalt zich tot afschaffing der tienden (wet van 16 Juli 1907, Stbl. 222) en wijziging van het jachtrecht (wet van 2 Juli 1923, Stbl. 331). Een ontwerp omtrent de pacht is thans (1931) bij de Eerste Kamer der Staten-Generaal aanhangig. Een poging tot nieuwe regeling van de pachtovereenkomst mislukte. Sterk in de bestaande contractueele verhoudingen pagina-180wordt ingegrepen door de Crisispachtwet (wet van 17 Juni 1932 Stbl 301). Zij draagt een tijdelijk karakter, gebonden aan “heerschende buitengewone tijdsomstandigheden.”
5
o. Zwakkere debiteuren in het algemeen worden beschermd door de Geldschieterswet (wet van 28 Jan. 1932, Stbl. 19). De gelduitleening door geldschieters wordt in art. 25 vgl. dier wet aan een reeks beperkende bepalingen van dwingend recht onderworpen. Het zelfde zal – wordt een thans (Mei 1934) aanhangig ontwerp wet22 – met de verkoop op afbetaling het geval zijn.

38

   a. Merkenwet van 30 September 1893, Stbl. 146”, yang kemudian beberapa kali dirubah;b.Octrooiwetvan 7 November 1910,.Stbl. 313”;c. Wet opden handelsnaam van 5 Juli l921 Stbl. 842”;d.Auteurswet van 23 September 1912, Stbl. 308”.
Serangkaian wet” yang tersebut di atas jelas memuat. peraturan yang bersifathukumperdata, di mana diakuiadanya berbagai hakyang termasuk hukum-kekayaan (“subjectieve vermogensrechten”). Gejala yang akanmenarikperhatian ialah bahwa semua “wet” itu berada di luar B.W.,bagisemua peraturan yang disebut di atas sulit untukdicarikan tempatnya dalam B.W. itu.

38

   Met de verandering in de maatschappelijke verhoudingen, de toenemende industrialisatie, hangen ook samen de Merkenwet van 30 September 1893, Stbl. 146, sindsdien herhaaldelijk gewijzigd, de Octrooiwet (wet van 7 Nov. 1910, Stbl. 313) en de Wet op den handelsnaam (wet van 5 Juli 1921, Stbl. 842). In deze wetten, gelijk in de Auteurswet (wet van 23 Sept. 1912, Stbl. 308), vinden we het merkwaardige verschijnsel van een stof, die uit haar aard zeker tot het privaatrecht behoort en waarbij nieuwe subjectieve vermogensrechten worden erkend, die echter buiten de wetboeken worden gehouden —in hoofdzaak omdat in het traditioneele systeem voor haar moeilijk een plaats is te vinden.

39

   Pemahaman baru mengenai ikatan dan hubungan dalam keluarga menyebabkan timbulnya hal yang baru dala hukum warisan.MenurutWet van 17 Februari 1923, Stbl. 40” ditentukan berlakunya hukum-warisan bagi suami ataupun isteri; juga menurut “wet” ini diadakan pembatasan mengenai yang dapat dianggap sebagai ahli waris dalam halwarisan “bij versterf” (pewaris menurut undang-undang). Selanjutnya “wet van 18 Februari 1922, Stbl. 69” menghapuskanlarangan suami dan istri, yang sudah melakukan perceraian, menikah lagi.
Akhirnya masih dapat disebutkanperaturan-peraturan sebagai.berikut:
leWet van 22 Juni 1923,Stbl.280”, yangmengatur perluasan mengenai pembuktian oleh saksi;pagina-32
2eWet van 7 Juni 1919,Stbl. 311” yang merubah pasal 637 B.W.;4
3eGrootboekwetvan 7 April 1913, Stbl. 123”;
4eMulai diberlakukannycuratele bagi mereka yang terbiasa minum alkohol.
5eWegenwetvan31 Juli 1930, Stbl. 242” .
Dari segalasesuatu yangdiuraikan di atasternyata bahwa bidang hukum perdata itu lebih luas dari yang dimuatdalam B.W. Dalampada itu sifat kesatuan yang terdapat dalam B.W. semakinlama semakin luntur. Berbagai bagian dariB.W.,antara lainhukum-kekayaan-perkawinan(“huwelijksgoederenrecht”) dan hipotik,dilanjutkan ditelaahmengenai kemungkinan untukmerubahnya. Sekarang timbul pertanyaan: apakah arah yangditempuh itu akan dilangsungkan ataukah akan di-daya-upayakanuntukmengadakan pembaharuan yang menyeluruh.Untukdapatmemberikan jawabanatas pertanyaan itu, maka lebihdahuluperlu diteliti berbagai usaha yang telah dilaksanakan ke arahpembaharuan itu.

39

   Nieuwere opvattingen omtrent de familie-verhoudingen leiden tot de erfrechtsnovelle, die het erfrecht van den echtgenoot invoert en beperking brengt van den kring van bij versterf geroepen erfgenamen (wet van 17 Febr. 1923, Stbl. 40) en de wet van 18 Febr.pagina-239 1922, Stbl. 69, die het verbod van hertrouwen van gescheiden echtgenooten opheft.
Ten slotte mogen worden genoemd:
1°. de wet van 22 Juni 1923, Stbl. 280, tot uitbreiding van het getuigenbewijs;
2°. de wet van 7 Juni 1919, Stbl. 311, die art. 637 B. W. wijzigde;
3°. de Grootboekwet van 7 April 1913, Stbl. 123;
4°. de Wegenwet van 31 Juli 1930, Stbl. 342.
De burgerlijke wetgeving omvat thans meer dan het B.W. en het B.W. verliest steeds meer zijn eenheid. Andere wijzigingen, en daaronder zeer ingrijpende, zijn aan de orde gesteld, ik noem huwelijksgoederenrecht en hypotheek. De vraag is of we op dezen weg moeten doorgaan, dan wel een algeheele herziening nastreven. Om daarop het antwoord te geven moeten we eerst de pogingen tot herziening nagaan.pagina-235
Op 1 januari 1970 trad het nieuwe boek 1 B.W. in werking (Invoeringswet boek 1
van 3 april 1969 Stbl. 167). Daarom noem ik slechts de allerbelangrijkste wetswijzigingen van boek 1 oud uit de periode 1934-1970: een wet van 10 juli 1947 Stbl. H 232 beoogde het kinderrecht duidelijker te formuleren;
een wet van 26 januari 1956
Stbl. 42 voerde de adoptie in;pagina-181
een wet van 14 juni 1956
Stbl. 343 hief de handelingsonbekwaamheid van de gehuwde vrouw op. Naar de Minister die het ontwerp over de eindstreep voerde, de Romanist J. C. van Oven, vaak lex van Oven genoemd.
Kort na de invoering van Boek 1 nieuw kwam een zeer belangrijke wijziging tot stand in het echtscheidingsrecht, inclusief de alimentatie van gewezen echtgenoten. Gedurende tientallen jaren was iedere wijziging politiek onmogelijk hoewel de situatie niemand bevredigde. Zie de wet van 6 mei 1971
Stbl. 290.
Een teken van de voortdurende waardevermindering van de gulden is de wet van 6 juli 1972
Stbl. 390 tot indexering uitkering voor levensonderhoud.
Het tweede boek van het B.W., het zakenrecht, werd bij wet van 20 december 1951
Stbl. 571 verrijkt met een regeling over appartementen. Bij wet van 28 juni 1956 Stbl. 376 werd normaliter de notariële akte verplicht gesteld voor de levering van onroerend goed en vestiging van zakelijke rechten daarop.
De invoering in 1971 van het nieuwe boek 1 bracht, mede als gevolg van de aanneming (maar nog niet invoering) van het nieuwe boek 4 over erfrecht enkele wijzigingen in het erfrecht, o.a. de opheffing van de beperking der bevoordelingsmogelijkheden van de tweede en volgende echtgenoot. Deze beperkingen, gelegen in art. 949-949 b stamden af van de lex hac edictali (C.5.9.6).
In het derde boek zijn zeer belangrijke wijzigingen aangebracht met betrekking tot de pacht, de huur van woningen, de huur van (klein)-bedrijfsruimte en de arbeidsovereenkomst. Al dit nieuwe recht heeft één hoofdtrek gemeen: de pachter, de huurder van een woning of van (klein) bedrijfsruimte, de werknemer wordt veel sterker beschermd; speciaal de mogelijkheid voor de verpachter, de verhuurder van woningen of van ruimte voor (klein)bedrijf en de werkgever om eenzijdig de overeenkomst te beëindigen is sterk aan banden gelegd. Vooral bij de pacht is de vrijheid om de overeenkomst een inhoud te geven zoals partijen wensen – in werkelijkheid vaak zoals de verpachter wenste – grotendeels verdwenen. Oorzaak: het in Nederland beperkt landbouwareaal. Zie de Pachtwet van 1936, het Pachtbesluit 1941 en thans de Pachtwet 1958.
De ook in het civielrecht ingrijpende Huurwet 1950 regelt o.m. de huurbescherming. Deze wet wordt bij stukjes en beetjes plaatselijk buiten werking gesteld (een afwijking van het beginsel van rechtseenheid in het gehele land!) maar waar dat plaats vindt – de z.g. geliberaliseerde gebieden – geven sinds de wet van 15 juni 1972
Stbl. 305 art. 1623 a e.v. nieuwe regels over het beëindigen van huur van woonruimte.
Intussen is bij wet van 28 januari 1971
Stbl. 44 ook een regeling gegeven betreffende huur van (klein)bedrijfsruimte.
Het recht betreffende de arbeidsovereenkomst werd vele malen gewijzigd; de belangrijkste wijzigingen betroffen het ontslagrecht (wetten van 17 december 1953,
Stbl. 619 en 30 mei 1968, Stbl. 270) en die betreffende de minimum vakantie (wetten van 14 juli 1966, Stbl. 290 en 9 juni 1971, Stbl. 379). Van groot belang is ook het als noodrecht nog steeds kracht van wet hebbende Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 Stbl. F 214, dat ontslag tegen de wil van de werknemer of de werkgever bindt aan ambtelijke toestemming.(pagina-182)
De wet van 2juli 1934
Stbl. 347 tot opheffing van de onderscheiding tussen handelsdaden en niet-handelsdaden en kooplieden en niet-kooplieden was ook van belang voor het burgerlijk recht, immers daarbij werden sommige regels van bewijsrecht die tot dan als handelsrecht uitzonderingsrecht vormden, tot gemeen recht gemaakt. Zo werd het bewijsrecht minder formalistisch gemaakt, een ontwikkeling in Nederland die nog steeds voortgaat, zie het thans bij de Staten-Generaal aanhangige Ontwerp Bewijsrecht dat tevens beoogt dit stuk recht over te hevelen naar het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Zie ook p. 183 (blok 661) vlg.

40

§ 6 Pembaharuan Burgerlijk Wetboek

   Keinginanuntuk memperbaharuiB.W., timbul sekitar tahun 1870-1880. Keinginanitu lahir bukan karena adahasrat untukmenciptakan sesuatu yang baru,bukan pula karena terdapat golongan masyarakat yangluas yangmendukungnya. Yang menjadi pendorongadalah keyakinan, bahwa B.W. itu dalamredaksinya menunjukkan berbagai ke-alpaan dan bahwa hal ini hanyadapat diatasi dengan mengadakan pembaharuan.Upayayangdilakukanberdasarkan pola pemikirandemikianternyata tidakmenelorkan hasil.
Daya-upaya ke arah pembaharuanB.W. dari dahulu sampai sekarang dapatdigambarkan sebagai berikut.
Berdasarkankeputusan Raja (“KB.van 28Februari 1880”)dibentuklah sebuah Panitia Kenegaraan(“Staatscommissie),yang ditugaskan untuk memperbaharui B.W. Ketuapagina-33nya adalah J.J. van Meerbekeyang menjabat anggota kemudian KetuaHoge Raad.

40

§ 3.6 Herziening van het Burgerlijk Wetboek. (3.6.657)

   De wensch tot herziening van het Burgerlijk Wetboek kwam op in de jaren 1870—1880. Hij werd niet geboren uit een sterken drang naar iets nieuws, niet gedragen door een breeden kring. Het was meer de overtuiging, dat in redactie en uitwerking het Burgerlijk Wetboek leemten en gebreken toonde, die door herziening moesten worden verholpen. Tot nu hebben deze wenschen geen vervulling gevonden.
De pogingen in deze richting hadden het volgend verloop.
Bij K. B. van 28 Febr. 1880 werd een Staatscommissie ingesteld, tot herziening van het Burgerlijk Wetboek. Voorzitter was J.J. van Meerbeke, destijds raadsheer in, later vice-president van den Hoogen Raad.

41

   Panitia itu pada tanggal 30 November 1886 menyampaikanrencana pembaharuan Buku Pertama B.W.kepada Radja Ternyata rencana itu kurang berbobot; di dalamnya hanya dimuat redaksi baru dari ketentuan-ketentuan yang lama.
Sebenarnya “Wetvan6 Februari 1901” (lihat paragrap 5 butir 1e.a) mengadakan perubahan yang lebihmendalam, misalnya dalam bidang kekuasaan orangtua (“ouderlijke macht”) dan perwalian (voogdij”). Panitia itu yang semua diberikantugas yang lebihluas kemudian dibubarkan. Dengan demikian rencana tersebut tidak sampai dimajukan ke ParlemensebagaiRencanaUndang-Undang.
Dalam tahun berikutnya yaitu pada tanggal 22 Augustus 1887, dibentuk Panitia yang baru dengan jumlah anggotanya yang lebih keci.Sebagai ketuanyaditunjuklagi van Meerbeke. Baru sebelas tahun kemudian Panitiaini memajukan rencana pembaharuan Buku II. Rencana inibermutu lebih tinggi daripada yang terdahulu, tapi toh masih belum dapat dikatakan cukup berarti dan penting. Juga Rencana ini tidak sampaipadapembahasan di Parlemen.

41

   Deze commissie diende 30 November 1886 een Ontwerp tot herziening van het Eerste Boek bij den Koning in. Dit Ontwerp is weinig belangrijk; het vertoont niet veel meer dan nieuwe redacties van oude bepalingen. Veel forscher werd in de stof van ouderlijke macht en voogdij door de wet van 1901 ingegrepen. De Commissiepagina-240 — die oorspronkelijk ruimer opdracht had dan herziening alleen van het Eerste Boek — werd bedankt en ontbonden. Tot eenig wetsvoorstel leidde het ontwerp niet.
Het volgende jaar, 22 Augustus 1887, werd een nieuwe, kleinere, commissie weder onder voorzitterschap van van Meerbeke benoemd tot voortzetting der herziening. Eerst meer dan elf jaar later diende deze een ontwerp tot herziening van het Tweede boek in (29 December 1898). Het Ontwerp staat m. i. boven dat van het Eerste boek, maar is toch van denzelfden aard. Eenig practisch gevolg had het evenmin.

42

   Kesulitan-kesulitanyangdihapadi pada penanganan Buku IImerintangi timbulnya hasrat untuk menggarap BukuIII. Pada tanggal 25 Oktober1899 dibentuk sebuah Staatscommissieyang baru, kali ini dengan tugas yang lebih terbatas. Panitia inidiminta untuk mengadakan pembaharuan dari enam titel yang pertama dari Buku IV. Yang menjadi Ketua adalah P.R. Feith,semula anggota dan kemudian Ketua Hoge Raad”.
Staatscommissie” ini dapat menyelesaikan Rencananya dalam bulan September1901dan meraih sukses, dalam arti bahwakaryanya itu dijadikan dasar dariRencana Undang-Undang yang disampaikan oleh Menteri Loeffkepada Parlemen.Akan tetapiupaya Loeffitutidak berhasil untuk menelorkansebuah “Wet”. Dalam pada itu dalam tahun 1920 disusunlah oleh “Staatscommissie-Gratamasebuah Rencana “Wetboekvan de Burgerlijke Rechtsvordering(Kipagina-34tab Undang-Undang Hukum Acara Perdata) yang baru. Dalam rencana Gratamaitu dimuat bahan-bahan yang lebih baru lagi yangberkenaan dengan pembuktian. Akan tetapi rencana ini pun tidak sampai menjadi Undang-Undang.

42

   Aan het Derde boek durfde men, na de moeite met het Tweede ondervonden, blijkbaar niet aan. 25 October 1899 werd een nieuwe Staatscommissie ingesteld, doch nu met beperkter opdracht. Zij zou de eerste zes titels van het Vierde boek moeten herzien. Voorzitter was P.R.Feith, toen raadsheer in, later vice-president van den Hoogen Raad.
September 1901 was deze commissie met haar ontwerp gereed. Zij had in zooverre meer succes dan de vorige, dat haar ontwerppagina-236 grondslag werd voor een bij de Tweede Kamer door den Minister Loeff ingediend ontwerp. Tot wet werd het niet. Er ligt zelfs weer een nieuwer ontwerp over bewijs in de archieven van pagina-183het Departement van Justitie, daar de Staatscommissie-Gratama, die een nieuw Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ontwierp (1920), de stof daarin opnam. Wet is ook dit ontwerp niet geworden.

43

   Keyakinan orang semakin mendalam bahwa dalam waktu yang singkat tidakmungkin dapat diharapkan membuat pembaharuanB.W. Di-insafi bahwa hanya dengan membuat pembaharuan partial akan dapat dicapai perbaikan. Suara yang bernada demikian diucapkan oleh “Juristenvereniging” (Ikatansarjana hukum), sebagaimanadapat dimaklumidari praeadvies J.P. Fockema Andreadan juga dari E.E. van Raalte(1912).Pada waktu sekarang (tahun 1934: catatanPenterjemah) sudah terbentuk sebuah “Staatscommissie” dengan ketua, J. Limburg,yang ditugaskan untukmenyiapkan pembaharuan yang bersifat partial. Berbagai peraturanyang disinggung di atas.disiapkan olehStaatscommissie” ini. Akan tetapi tidakuntuk persiapanseluruh peraturan ,pembaharuan. Panitia ini diturut-sertakan; “Wet op de naamloze vennootschappen(Undang-Undang tentang Perseroan Terbatas) disiapkan tanpa bantuan Panitia itu. Rencana untuk memperbaharui hukum-kekayaan-perkawinan (“huwelijksgoederenrecht”)banyak menyimpang dari rencanayang semula oleh Panitiaitudisusun.

43

   Meer en meer drong de overtuiging door, dat aan een nieuw burgerlijk wetboek in afzienbaren tijd niet te denken is. Van partiëele herzieningen alleen verwacht men verbetering. In dien geest sprak ook de Juristenvereeniging zich uit.23 Thans bestaat een Staatscommissie tot voorbereiding van zulke herzieningen; voorzitter er van is J. Limburg. Verscheidene der bovengenoemde wetten zijn door haar voorbereid. Zij wordt echter niet voor alle herzieningen van privaatrecht geraadpleegd. De wet op de naamlooze vennootschappen, de ontwerpen over pacht en huwelijksgoederenrecht zijn niet door haar voorbereid. is buiten haar om tot stand gekomen. Het door de Regeering in 1930 ingediende ontwerp tot herziening van het huwelijksgoederenrecht wijkt sterk van het oorspronkelijk ontwerp der commissie af.

44

   Kini belum tibasaatnya untuk menciptakan pembaharuan B.W. keseluruhannya.Meskipundemikian, di kemudian hari dapatdiciptakan B. W. yang baru yang akan menampung seluruhhubungan-hubungan dalam bidang hukumperdata. Upayapenyusunan B.W.baru hanya akan berhasilbila semua persiapan dan penanganannyadipercayakan kepada satu orang saja, atau kepadasebuah panitia dengan jumlah anggota terbatas.Memang harusdiragukan, apakah orang yangcukup, cakapdi Negeri Belandadapat ditemukan. Akan tetapi hal ini bukanlah yang merupakan penghalang yang sebenarnya. Kalau sudah diinsafisecara luas, bahwakebutuhanakan sebuah “Wetboek”yang barubagaimanapun harus dipenuhi, maka orang yang cukup cakap itutentudapatditemukan. Sebuah KitabUndang-Undang yang baru tidak mungkin dapat disusun,bila itu pagina-35hanya dikehendaki oleh segolongan ilmuwansaja. Untuk itu diperlukan dukungan dari rakyat, yang terus menunjang dan mendesak parailmuwan dan karena peri-lakunyaitu semua rintangan dapat diatasi. Kiranya dapat dibuat perbandingan antara waktu yangdiperlukan bagi para penyusun Code- juga bagi Kemperdalam tahun 1816 - untuk menyelesaikan karyanya dengan waktu yang diperlukan oleh, berbagai “Staatscommissie”itu. Untuk menyelesaikankarya yangluas itu harus ditunggu saatnya yang tepat dan pada waktu sekarang saat itu belum tiba. Kalau sudah tiba saatnya maka rintangan yangbagaimanapun beratnyaakandapat dikikis.Kalau sudah tiba saatnya rintangan yang ditimbulkanoleh hubungan-hubungan dalam bidang ke-tata-negaraan dan. peri-lakuParlemendapat diatasi.

44

   Voor herziening van het Burgerlijk Wetboek in zijn geheel is het pagina-241thans niet de tijd. Toch zal op den duur slechts dan een Burgerlijk Wetboek, dat het private rechtsverkeer beheerscht, kunnen worden verkregen, indien het als geheel in één worp door één man of een kleine commissie wordt samengesteld. Men betwijfelt wel of de mannen voor zulk werk in ons land zijn te vinden. Doch niet daar ligt de moeilijkheid. Als de nood er was, waren de menschen er ook wel. Doch een wetboek komt niet tot stand alleen als een kring van vakgeleerden dit min of meer wenschelijk oordeelt. Daartoe moet een drang zijn uit het volk zelf, die de deskundigen voortstuwt en draagt en alle bezwaren doet opruimen. Men vergelijke eens den tijd, waarin de makers van den Code en ook Kemper in 1816 klaar kwamen, met dien welken de Staatscommissies bij ons meenden noodig te hebben. De tijden moeten rijp zijn voor zoo iets; blijkbaar zijn zij dat thans niet. Als zij dat waren, dan zouden zelfs de groote moeilijkheden, die onze staatkundige verhoudingen en het parlementaire stelsel hier in den weg leggen, wel worden overwonnen. pagina-237
Na de tweede wereldoorlog was het élan er en de ene man, of beter wellicht, de
ene man en het élan. Bij K.B. van 5 maart 1947 werd aan de Leidse hoogleraar E. M. Meijers de opdracht gegeven een nieuw burgerlijk wetboek te ontwerpen. Eén wetboek dat het gehele materiële privaatrecht, dus ook het handelsrecht, omvat. Ter bevordering van een goede procedure zijn aan de Tweede Kamer (niet aan de Eerste) 48 vraagpunten voorgelegd, die een sociaal of economisch aspect hebben of kwesties zijn van levensopvatting, meer politieke vragen dus. De Tweede Kamer heeft die vraagpunten na een behandeling als betrof het wetsontwerpen beantwoord zonder zich daarbij te binden. Op 6 april 1954 werden Meijers’ ontwerpen van de eerste vier boeken, de z.g. groene boeken, gepubliceerd. Behalve een Inleidende Titel, betroffen zij: 1. het personen- en familierecht ; 2. rechtspersonen; 3. vermogensrecht in het algemeen; 4. erfrecht. In het zelfdejaar stierf Meijers. Zijn werk is voortgezet door de hoogleraren J. Drion en Eggens (pagina-184)en de raadsheer, later president van de H.R., F. J. de Jong, die boek 5 over zakelijke rechten ontwierpen, terwijl boek 6, het algemeen gedeelte van verbintenissenrecht gemaakt is door J. Drion, de hoogleraar de Grooth en F. J. de Jong. De laatste behield de supervisie over boek 7 en 8; 7. bijzondere overeenkomsten door vele juristen, 8. over verkeersmiddelen en vervoer, waarvan een algemeen gedeelte, het zeerecht en het binnenvaartrecht in 1973 zijn gepubliceerd, ontworpen door de Rotterdamse advocaat en dispacheur Prof. mr. H. Schadee.
Boek 1, 2 en 4 zijn wet geworden, boek 1 trad afzonderlijk in werking op 1 januari 1970, bij de Tweede Kamer is momenteel de invoeringswet van boek 2 aanhangig.
De arbeid blijkt gigantisch te zijn maar gaat door. De last op de Tweede Kamer is zeer zwaar, maar dankzij het overleg met haar zijn belangrijke verbeteringen, bijv. in de algemene bepalingen over rechtspersonen, aangebracht; ik noem slechts art. 2.1.7 b, een artikel even fundamenteel als art. 1374 B.W. Bovendien ontwikkelen de opvattingen zich soms snel; dat geldt vooral het recht betreffende de N.V. en B.V. dat zich voegen moet naar de E.E.G. richtlijnen, maar ook opvattingen van zedelijke aard die in het erfrecht tot uiting komen zoals betreffende de positie van de langstlevende echtgenoot.
Voor sommigen wijken de ontwerpen soms te veel van het bestaande recht af, zo had de Eerste Kamer vrij ernstige bezwaren tegen het ontworpen erfrecht. Enerzijds zal de Minister van Justitie met dit soort bezwaren rekening moeten houden, anderzijds zal de Staten-Generaal er goed aan doen dit grote werk, waaraan de beste krachten van civilistisch Nederland al meer dan een kwart eeuw zijn gegeven en nog worden gegeven, af te maken, bedenkende dat tegenover hen die het te modern vinden, zij staan die het niet modern genoeg vinden en vooral dat degene die een ontwerp goed vindt, meestal zwijgt.
De Nederlandse democratische regeringsvorm legt lasten op, zo op de leden der Staten-Generaal zich te beperken tot de grote lijn als het over politiek minder belangrijke kwestie gaat.
Sommigen menen dat de tijd voor een nieuw B. W. nu, niet rijp is, de samenleving zou te snel in ontwikkeling zijn. Mji komt het weinig waarschijnlijk voor dat wij naar een statischer samenleving toegaan, in ieder geval mag de wetgever daarop niet gaan zitten wachten.
Als de wetgever het nieuwe B.W. niet zou afmaken, zal een neergang van het civiele recht nauwelijks te vermijden zijn, het zal dan hoe langer hoe meer verbrokke1en en onoverzichtelijk worden, innerlijke tegenstrijdigheden zullen insluipen.
De paragraaf van dit Algemeen Deel van Paul Scholten waarbij ik deze aantekening schrijf, is evenals de hele strekking van dit boek en van zijn andere werk vaak uitgangspunt geweest van de discussies sinds de tweede wereldoorlog over de wenselijkheid van een nieuw B.W. Men leze de nota van Minister Donker en de beschouwingen daarover in de Tweede Kamer (v. Zeben, Parlementaire Geschiedenis van het nieuwe B.W., Alg. Deel blz.8 vlg.),
Mij komt het voor dat in aansluiting op wat Paul Scholten hierboven schreef,
gezegd kan worden dat in 1947 de tijd voor de beslissing om een nieuw burgerlijk (pagina-185)wetboek te maken rijp was, de beslissing genomen is, het schip thans in volle zee is, op de uitgezette koers, over de helft.

45

§ 7 Ilmuhukumdan praktekperadilan (rechtsspraak).

   Dalam sejarah hukummaka bidang sejarah ilmuhukum dansejarah praktek-peradilan tidak sepantasnya mendapat perhatian yang rendah, karena merupakan bagian yang cukup penting. Dalam pada itu sejarah ilmu hukum dan sejarah praktek-peradilan mengenai periodesedari 1832belum ada yang menggarapnya malahan permulaannyapunmasihbelumada yang menulisnya. Maka lukisan singkat, seperti di atastelah dilakukan bagi sejarah perundang-undangan, tidak mungkin disajikan, Di bawah ini hanyaakan disinggung hal-hal yang pentingbagi melakukan studi tentang hukumperdata.
Sifat.ilmu hukum setelah segara diberlakukan sebuahKitab Undang- Undangyang baru hamperselalu bercorakcommen-taarlitteratur”(bacaanyangmengandung komentar).Semua konsentrasidiarahkan kepada upayauntuk menjelaskanWetboek” yang baru itu.Halyang demikian juga nampak di Negeri Belanda. Hanya perludicatat bahwadisini komentar yangpenting baru muncul tigapuluh tahun setelahB.W. itu pagina-36diberlakukan. Sebelumnya ditulis komentar yang kemudian orang tidakmemperhatikannya lagi.

45

§ 3.7 Wetenschap en rechtspraak. (3.7.662)

   Rechtsgeschiedenis is ook, is niet in de laatste plaats, geschiedenis van wetenschap en rechtspraak. Van een geschiedenis van rechtswetenschap en rechtspraak na 1838 ontbreekt echter nog het allereerste begin.
De Kon. Nederlandse Akademie van Wetenschappen heeft deze arbeid thans aangevat. Over de geschiedenis van de wetenschap van het burgerlijk recht in engere zin is nog geen publicatie verschenen. Figuren als Diephuis en Molengraaff vindt men echter besproken in het wel reeds verschenen deel over het handelsrecht in Nederland in de 19e eeuw, van A. van Oven (1968).
We kunnen zelfs deze hier niet als die van de wetgeving beknopt samenvatten, we zullen slechts enkele punten, voorde studie van het privaatrecht van belang, aanstippen.
De wetenschap onmiddellijk na de afkondiging van een nieuw wetboek is haast altijd commentaar-litteratuur. Alle krachten concentreeren zich in de verklaring van het nieuwe wetboek. Dat was ten onzent ook zoo, toch zijn de waarlijk belangrijke commentaren eerst dertig jaar na het wetboek verschenen. Wat er aan voorafging is volkomen vergeten.

46

   Bahwasanya penulisan komentar yang penting dan berbobot baruberhasildilaksanakan30 tahunsejak diberlakukannya B.W., hal itu disebabkan - meskipun tidaksepenuhnya - karerena sangatbesarnya pengaruh orang PerancisdiBelanda. Komentaryangditulis oleh sarjana Peranciscukupberwibawa dan sering kali- sebenarnya sampai sekarang - orang membacanya sebagaibahan perbandingan dan petunjuk jalan.
Sebelum penyusunan B.W. maka di Perancis sudah disusun berbagai buku,yaitu yang ditulis oleh Merlindan Toullier. Buku oleh Merlintidak merupakan komentar, tetapi memuat semacamdaftar (“repertorium”) yangdisusun menurut abjad. Baik karangan Merlinmaupun karangan Toullier, kedua-duanya memuat data yang berlimpah tentang hukumdi masayang lampau danhukum di masa-peralihan dan selanjutnya kedua-duanya mengandung bobot yangtinggi serta dilihat dari segi sejarah hukum akan mempertahankan kegunaannya. Selanjutnya muncullah karangan dari Duranton, Troplongdan Marcade.Kemudian menyusul karangan Aubry bersamaRau; karangan ini lebihberpengaruh dari yang terdahuludalam pelaksanaan praktek peradilan. Masihperlu dicatat karangan-karanganDemolombe(yang mengandubg penelaahanyangPanjang lebar, di manasenantiasa atas berbagaipersoalandicari jawaban yangbersifat adil dan wajar), Laurent(yang merupakan penganut paham legismedan menjunjung tinggi tekst dalam undang-undang), disusul oleh HucdanBaudry Lacantinerie. Padamasa kinidibuatkan komentar oleh PlaniolbersamaRipert. Perludicatat di sinibahwa berbagai komentar yang terakhir dibuat bukanlah karyasatuorang, melainkan hasil kerjasama berbagai orang.

46

   Gedeeltelijk kan dit feit van den laten bloei worden verklaard door onze afhankelijkheid ook hierin van Frankrijk. De Fransche commentaren hadden ook ten onzent gezag, zij werden ook hier druk geraadpleegd. Dit geschiedt trouwens nog.
Daar waren al vóór ons wetboek de boeken van Merlin en Toullier, het eerste niet een commentaar, maar een repertorium naar pagina-242alphabetische rangschikking, beide met een massa gegevens over het oude recht en den overgang, beide superieur en rechtshistorisch nog steeds van belang. Volgden Duranton, Troplong en Marcade; — in een wat later tijdvak Aubry en Rau, dat meer dan één der andere gezag in de rechtspraak kreeg. Demolombe, breedvoeriger dan de breedste, doch met sterken drang naar de billijke oplossing van het geval, Laurent, legist en tekst-vereerder bij uitnemendheid. Nog later, tot in onzen tijd Huc en Baudry Lacantinerie, in onzen tijd Planiol-Ripert. Teekenende bijzonderheid: de laatste commentaaren is zijn niet meer het werk van één man, maar van de coöperatie van velen.24

47

   Semua karangan komentar tersebut di atasmempunyaisatusifat yang sama: denganberpegang teguh pada undang-undang, membahas dengan panjang-lebar semua persoalan yangtelah timbul dan akan timbul yang berkenaan dengan sesuatu pagina-37pasal dalam Code.
Pada bacaan yang disusun di Perancis maka ilmu hukum Belanda memberikan sumbangan, berupa dua karangan dalam sekitar tahun 1868, yaitu yang disusun oleh G. Diephuis(berjudul “Het Nederlandsch Burgerlijk Recht”) dan yang disusun oleh C.W. Opzoomer(berjudul: “Het Burgerlijk Wetboek verklaard door C.W.Opzoomer).
Kedua karangan tersebutdipengaruhi oleh karangan-karangan sarjana Perancis. Tidak terdapat sesuatu halaman di dalamnya yang tidak mengutip komentar sarjana Perancis. Kedua-duanya mengikuti metoda yang sama dengan pula mengakui bahwa “wet” adalahsumber satu-satunya dari hukum. Menurut kedua karangan ini ilmu hukum adalah tidak lain daripada interpretasi mengenai teks dari “Wetboek”.

47

   Alle commentaren komen in één ding overeen: zij volgen de wet, hun beschrijving is een uitvoerige uiteenzetting van alle vragen, die zich ten aanzien van eenig wetsartikel hebben voorgedaan of alsnog zouden kunnen voordoen.pagina-186
Aan dit genre voegt nu ook de Nederlandsche wetenschap van hetpagina-238privaatrecht twee boeken toe, die beide op die wetenschap, daardoor op de rechtspraak en het recht zelf in de 19e eeuw, grooten invloed hebben uitgeoefend. Het zijn: het Nederlandsch Burgerlijk Recht van G. Diephuis25en het Burgerlijk Wetboek verklaard door C.W. Opzoomer.26
Beide werken staan sterk onder Franschen invloed. Er is haast geen bladzij, waar niet Fransche commentaren worden geciteerd. Beide volgen dezelfde methode, beide staan op het standpunt, dat de wet de eenige bron van recht is;27 rechtswetenschap is tekstuitlegging. Wel maakt Diephuis van zijn “Het Nederlandsch Burgerpagina-243lijk Regt naar de volgorde van het Burgerlijk Wetboek” 28 “Het Nederlandsch Burgerlijk Recht” zonder meer, een “Systeem” als men zeide, doch de geest bleef dezelfde. Opzoomer’s titel reeds duidt de strekking aan.

48

   Meskipun terdapat persamaan, di antara keduakarangan toh masih ditemukan perbedaan.
Diephuis(1817 – 1892), guru besar di Groningen, adalah tipe dari sarjana Belanda – lebih tepat lagi dari sarjana propinsi Groningen – yang berwatak realistik (“nuchter”) dan mantap (“degelijk”). Oleh karena itu tidak dapat diharapkan bahwa penelitiannya itu akan berdasarkan bahan historis atau akan berlatar-belakang tinjauan filosofis, juga tidak mungkin dapat diharapkan adanya upaya untuk menyusun sistematik yang baru.ataupun untuk mengadakan tinjauan bidang hukum dari sudut yang baru. Dia berhasrat menjelaskan teks dalam undang-undang dari apa yang dapat dibacanya. Hal ini dilakukannya dengan cara yangmenempuh jangkauan yang luas. Tidak ada pengarang buku yang lain, yang begitu besar dapat menanamkan pengaruhnya terhadap praktek badan-badan peradilan di bagian akhir abad ke-19.Pandangan yang realistik mengenai apa yang akan diterima masyarakatsebagai pengaturanoleh hukum, itulah yang merupakan penghalang baginya untuk menjadi budakdari kata-kata sebagaimanadimuatdalam undang-undang.

48

   Overigens is er wel verschil.
Diephuis (1817—1892) hoogleeraar te Groningen, is het type van den nuchteren degelijken Nederlandschen, misschien nog juister Groninger, rechtsgeleerde. Noch historische, noch wijsgeerige verdieping moet men bij hem zoeken. Evenmin nieuwen systematischen bouw of bijzondere gezichtspunten. Hij wil den tekst alleen uit den tekst verklaren. Dat doet hij met nauwgezetheid, met een noch zich zelf, noch den lezer sparende breedvoerigheid, die het voor en tegen met zoo groot mogelijke preciesie afmeet, die echter ondanks alle gebondenheid aan de letter der wet toch altijd naar practische oplossingen streeft. Er is geen auteur, die zooveel invloed op de rechtspraak in het laatst der 19e eeuw heeft gehad als hij; zijn nuchterepagina-239 kijk op wat in ieder geval ten slotte maatschappelijk in rechten bevredigt, heeft haar in het algemeen voor letterknechterij behoed.

49

   Dalam pada itu Opzoomer(1821- 1892) lebih terdorong ke arah perbudakan pada kata-kata. Diaadalah guru besar pagina-38dalam falsafah. Karyanya dalam bidang falsafah kini tidak banyak dihargai orang, meskipun ketika ia masih muda banyak yang diharapkan. dari kemampuannya untuk menelorkan karyanya dalam bidang falsafah. Karyanya dalam bidang hukum yang pada permulaannya dipandang kurang berbobot, ternyata dapat bertahan.
Opzoomermemegang ketat prinsip bahwa undang-undang akan memberikan penyelesaian dan pemecahan dari setiap persoalanyang timbul. Apakah penyelesaian-penyelesaian itu bersifat wajar dan adil, itulah bukanurusan yang harus diperhatikan oleh seseorang yangmelaksanakan interpretasi. Menurut Opzoomerhukum apa yangharusdiberlakukan, hal itu merupakan kesimpulan yang harus diambil dari yang dibacanya dalam undang-undang;

49

   Veel meer werd zij in deze richting gestuwd door Opzoomer (1821—1892). Opzoomer was hoogleeraar in de wijsbegeerte te Utrecht. Zijn wijsgeerige arbeid, waarvan in zijn jeugd en opkomst bij uitstek veel werd verwacht, wordt nu weinig meer gewaardeerd. Het juridische werk, dat zijn tijdsgenooten, zeker in den aanvang, het minst belangrijk achtten, is gebleven. Toch is ook van die glorie veel verbleekt. Opzoomer hield streng aan den regel, dat de wet de oplossing geeft voor iedere vraag. Of de oplossing billijk, rechtvaardig was, moet den uitlegger koud laten. Als ieder, die zoo redeneert, komt hij daardoor somtijds tot willekeur; wat nooit recht was — wat de wetgever niet bedoelde — het zou recht zijn omdat Opzoomer uit de woorden nu eenmaal niet anders kon afleiden.

50

sekiranya kesimpulan itu tidak sesuai dengankehendak “wetgever” (pembentuk undang- undang), bagi Opzoomerhal itu tidak akan merubah kesimpulannya mengenai apa yang harus diterapkansebagaihukum. Berdasarkan pola pemikiran demikian ada kalanya kesimpulan Opzoomermengandung sifat ke-sewenang-wenangan. Gaya bahasa yang dipakai Opzoomerlebih baik dari yangdigunakan Diephuis.Mengenai hubungan antara hukum.dan masyarakat, pula mengenai pernilaian apa yang dapat dianggap relevan dalam perilaku orang di bidang hukum, Diephuisberpandangan lebih tepat daripada Opzoomer. Berkat gaya bahasanya, Opzoomerlebih memikat parapendengar dan pembaca bukunya.Di masa jayanya dia termasuk yang paling terpandang.

50

Als stylist was hij verre de meerdere van Diephuis — en men achte dit niet gering: voor den pagina-187jurist, van wien immers helderheid van voorstelling en begrip wordt gevraagd, is de stijl van overwegende beteekenis — in kijk op het verband tusschen recht en maatschappelijk leven, in begrip wat wèl, wat nièt in de werkelijkheid van het rechtsleven kon doordringen, stond hij bij hem ten achter. Er gaat pagina-244meer opwekking van hem uit dan van den Groninger — blijvend behoudt deze langer het gehoor. In zijn tijd achtte men hem zeker den eersten — wij zouden allicht anders oordeelen. De nieuwe bewerking onder Houwing’s leiding heeft —hoe verdienstelijk ook in menig opzicht — hem geen nieuw relief kunnen geven. De opzet deugt niet —wij staan, en stonden reeds in 1910, te ver van Opzoomer.29

51

   Opzoomerdan Diephuisbersama-samamerajaiilmu hukum( bidang hukum perdata) selama abadke-19,dalam arti bahwa merekalah yangberpengaruh terhadappenerapan hukum yang dilakukan oleh badan-badan peradilan. Sekitar tahun1870-1890 yang selaludipertentangkan adalah pendapat Diephuismelawan pendapat Opzoomeratau pendapat Opzoomermelawan pendapatDiephuis. Bilama kedua-duanyabersepakat,jarangsekali hakim akan mengambil keputusan yangmenyimpang.pagina-39
Disampingkedua komentar tersebut diatas masih dapat dikemukakan sebuah komentaryang lain, yaiyuyang dibuat oleh N.K.F. Land(1840-1903), guru besar di Groningen. Komentar ini ternyata lebih singkatdan jelas tidak sepenting daripada yang disinggung di atas dan nampaktidak banyak membawa pengaruh untuk jangka waktu yang lama. Dengan memakai cara pembahasan lain adalah karya C. Asser(1843~-1898), yaituseriMr.C. Asser’s Handleiding tot de beoefening van het Nederlandsch Burgerlijk Recht”.
Lain lagi corak karya dari dua orang sarjana hukum, yaitu F.B. ConinckLiefsting(1827-1913)danP. van Bemmelen(1828-1892). Mereka meluaskan pandangannya ke hukum di luar negeri dan hukum di masa yang lampau untuk kemudian kembali ke hukum yang sedang berlaku di dalam negeri.

51

   Opzoomer en Diephuis hebben samen de wetenschap van het privaatrecht — althans den invloed van de wetenschap op de rechtspraak — in de 19e eeuw beheerscht. Het was Opzoomer tegen Diephuis, of Diephuis tegen Opzoomer, waarover veelal de strijd tusschen 1870 en 1890 liep. Waren zij het eens, slechts zelden week de rechter af.
Naast deze beide commentaren is er nog slechts één te noemen;pagina-240 het is die van N.K.F. Land (1840—1903), hoogleeraar te Groningen. Beknopter, maar ook stellig minder belangrijk30: er zijn, indien ik mij niet vergis, niet veel punten waarop Land blijvenden invloed heeft gehad. Van anderen opzet, zij het oorspronkelijk vrijwel in denzelfden geest, was deze Handleiding,31 door C. Asser (1843—1898), hoogleeraar te Leiden, begonnen.
Van geheel anderen aard is het werk geweest van twee juristen, die in dezelfde periode de rechtswetenschap hebben gediend. Beiden waren bij uitstek geleerden, zij wendden hun blik vaak af van het Burgerlijk Wetboek naar uitheemsch, maar vooral naar vroeger recht, om er ten slotte tot terug te keeren. Ik meen F.B. Coninck Liefsting (1827—1913) en P. van Bemmelen (1828—1892).pagina-245

52

   ConinckLiefsting, anggota kemudian Wakil Ketua Hoge. Raadmenulis “De algemeene beginselen van hetbezitrecht” (1869) dan De algemeene beginselen van de leer der rechtsgeldigheid van verbintenissen uit overeenkomst” (diselesaikan dalam tahun 1890). Buku-buku tersebut dilihat dari segi historis sudah bersifat kolot (“verouderd”),akan tetapi karena berbagai hal, seperti: meliputi jangkauan yang luas; metoda yang diterapkannya; penelitian arah historis dimulai dari zaman Romawi sampai masa kini; penelitian yang mendalam dan meluas mengenai masalah- masalah prinsipil,buku-buku tersebut sampai sekarang tetap masih dapat dinilai bermutu tinggi.
van Bemmelen, yang pernah menjadi hakim anggota pada sebuah mahkamahdi Mesir dan kemudian anggotapada Pengadilan,di Arnhem untuk selanjutnya menjabat anggotaHogeRaad, menulis.antaralain “systèmede la .propriété mobilière” (1887) dan “Rechtsgeleerde Opstellen” (1891). Terhadap berbagai kesimpulan yang diambil oleh van Bempagina-40melenbisa dimajukan kritik.Akan tetapi sarjanaini, yang kemampuannya dinilai tidak selalu dengan tepat,sebenarnya harus disegani, karena dalam tulisannya ia membuktikan memiliki jiwayang bebas, pengetahuanyang luas dan cara berfikir tajam dalam menelaah berbagai masalah.

52

   Coninck Liefsting, raadsheer in, later vice-president, ten slotte president van den Hoogen Raad, schreef: “De algemeene beginselen van het bezitrecht” (1869) en “De algemeene beginselen van de leer der rechtsgeldigheid van verbintenissen uit overeenkomst” (in 1890 voltooid), boeken in hun historisch deel sterk verouderd, maar die door hun veel omvattenden opzet, hun methode, het nasporen van de historische lijn van de Romeinen tot heden en het breede onderzoek naar alle zijden van principieele vragen, van beteekenis blijven.
van Bemmelen was o. a. rechter in de gemengde rechtbank in Egypte, later raadsheer in het Hof te Arnhem en in den Hoogen Raad. Van zijn werken noem ik pagina-188”Le système de la propriété mobilière” (1887) en “Rechtsgeleerde Opstellen” (twee deelen 1891). Men kan als schrijver dezes vele bezwaren hebben tegen meerdere van zijn conclusies — men zal in dezen, niet altijd op zijn waarde geschatten, auteur een man van zeldzame onafhankelijkheid vanpagina-241 geest, van breede kennis en scherp doordenken der problemen moeten eerbiedigen.

53

   Setelahrangkaian sariaria yangtersebutdi atas maka dapat dikemukakannama dua orang yaituP.R.FeithdanS.J. Hingst. Feithmenulis karanganmengenai pasal1354B.W.,5yang dapat mempengaruhi jurisprudensi. Hingstdalam tulisannya menunjukan pengarahan baru dalamberbagai bidang yang sering diteriantarkan, misalnya sekitar hukum yang mengatur pembentukan perkumpulan(“vereni- gingsrecht”). Baik Feithmuupun Hingsttermasuk golongan sarjana yang lebihmuda dari yang disinggung di atas.
Bilamana sejarah terus ditelusuri, maka tampillah seorang sarjana yang menempatikedudukan rnandiri dan merupakanfigur yang memesonakan.Dia adalah seorang guru besardi Utrecht, bernamaH.J. Hamaker(l844-1911).Perhatiannya adalah bidangfilsafah. Akan tetapi karena dipengaruhiilmu alam ia tersesatdalamajaran hukumyang memandangKitab Undang-Undang itu memuat deskripsimengenai penguasaan masyarakat oleh hukum-alam(“natuurwetten”). Ajaran tersebut justru karena pertimbangan filosofis harus ditolak dan ternyata secara umum kini telah ditolak.

53

   Naast, maar na hen zouden nog genoemd kunnen worden P.R. Feith — wiens opstel over art. 1354 de jurisprudentie over dit wetsartikel deed omkeeren — en S.J. Hingst, die op menig door de meesten verwaarloosd gebied, ik denk b.v. aan het vereenigingsrecht, nieuwe wegen wees. Beiden waren iets jongere tijdgenooten der vorigen.
Vervolgen wij de geschiedenis, dan komen wij iets later te staan voor de in de rechtswetenschap vrijwel eenzame, zeer markante figuur van H.J. Hamaker (1844—1911). Man van wijsgeerige belangstelling, die echter onder den druk der natuurwetenschap in een rechtsbeschouwing verdoolde, die in de wetboeken beschrijving van de maatschappij beheerschende natuurwetten meende te zien, een leer, die juist op wijsgeerige gronden afgewezen moet worden en thans algemeen afgewezen wordt.

54

Pandangan Hamakermengenai: hukum dan masyarakat bolehsaja ditolak,akan tetapi harus diakui bahwa ia - sebagaimana juga ternyatadari berbagaikarangannyayangmemuat hal-hal fundamental - telah membuka jendela dalam sebuah gedung berudara apek, yang mengibaratkan ilmu-hukum: dengan demikian maka terlihatlah hal-hal baru yang sebelumnya belumdikenal.Sebagai pemikir yangtajamtanpa banyak tandingannya, di mana-mana digedung yang kokohitu ia menemui banyak keretakan; ia menemuiberbagaitanggapan yangoleh logika tidakdapatdibenarkan, sedangkan tanggapan pagina-41itu berasalturun-temurun darigenerasi terdahulu. Dalam ilmu hukum ia membuat sentuhan, sentuhan mana sampai sekarang masih terasa. Ia terutama merupakan spirit yang membawa kehidupan dan aktivitas pada golongan sarjana. Banyak yang iacetuskan dan kemukakan di kemudian hari ditolak orang akan tetapi dari semuanya itu selalu ada bekasnya.Yang lama ternyata tidak dapatdipertahankan dan perlu dirubahdengan yang baru. Perubahan itu tidak senantiasa sesuai dengan kehendak Hamaker, tapi bagaimanapun juga perubahan terjadi berkat karyanya.

54

Men kan zijn beschouwingen over recht en maatschappij ten eenenmale verwerpelijk vinden, toch moet men erkennen, dat hij òòk in zijn de fundamenten rakende opstellen — gelijk ik het vroeger uitdrukte32 — “in het wat duffe huis der rechtwetenschap van zijnpagina-246 tijd — waar de wetenschap tot wetgeleerdheid was verschrompeld, een raam openwierp, nieuwe gezichten deed zien, waarvan men geen voorstelling had”. Scherp denker als weinigen, ontdekte hij overal in het schijnbaar goed gevoegde gebouw van het recht breuken en scheuren, vond hij voortdurend logische fouten in van geslacht op geslacht overgeleverde redeneeringen. In de rechtswetenschap heeft hij een stoot gegeven, die nog niet heeft uitgewerkt. Hij was vooral een levenwekkende geest. Veel van wat hij betoogde is later verworpen — doch niet dan nadat het toch zijn werk had gedaan. Het oude bleek onhoudbaar, het werd door iets anders vervangen, niet altijd precies als Hamaker wilde, maar toch dank zij zijn arbeid.33

55

   Hamakerdalam ilmu hukum menempatiposisi antara para komentator dan golongan aliran baru. Barisan komentator ia tinggalkan sedangkan pada aliran baru ia menanamkan pengaruhnya. Aliran baru ini mulai muncul sekitar tahun 1880. Ringkasan dari apa yang ingin dicapai oleh aliran baru ini adalah sebagai berikut. Kalaudulu orang berpijak kepada “wet” semata-mata, maka sekarang harus diupayakan memusatkan perhatian pada praktek pengambilankeputusan oleh hakim; mulai sekarang harus diusahakan bukan lagi penelitian teks yang dimuat dalam “wet”, melainkan penelitian dari cara pelaksanaan hukum dalam masyarakat; yang harus didampakkan bukan lagi keputusan hakim yang logis dan dapat dipertanggung-jawabkan, melainkan keputusan hakim. yang sesuai dengan perasaan “intuitie”. Yang jadipokok utamabukan lagiwet” semata-mata, melainkan realisasinya, juga bukan lagi hanya pengetahuan belaka, melainkan perkembangannya dengan disertai perencanaan. Yang baru diuraikan ini merupakan ciri dari generasi sarjana hukum yangmulaitampil.
Di sini akan disebutkan empat nama yang terhitung paling berbobot, yaitu J.P. Moltzer, H.L. Drucker, J.F. Houwing, W.L.P.A.Molengraaff. Boleh saja di antara mereka terdapat perbedaan, akan tetapi dalamsatu hal mereka bersepakat, yaitu bahwa harus diciptakan sesuatu yang baru dalam ilmu hukum, dan yang baru ini harus timbul sebagai akibat dari perubahan dalam hubungan antara hukum dan peri-kehidupan dalam masyarakat.

55

   Hamaker staat tusschen de commentatoren, van wie hij zich afwendde en den nieuwen tijd in de rechtswetenschap, waarop hij zijn invloed deed gelden. Het was de school, die omstreeks 1880 opkwam. pagina-242Van de wet naar de rechtspraak — van de ontleding van den tekst naar de bestudeering van rechtsleven en rechtspraktijk — van de logisch sluitende uitspraak naar de intuïtief aanvaarde beslissing, zoo zou men haar voornaamste streven kunnen samenvatten. Niet de wet op zich zelf als doel, maar haar verwerkelijking, niet alleen maar kennis, maar vooral ontwikkeling en verder bouwen haar program. Dit is het kenmerk van heel een juristengeneratie.
Ik noem hier de vier meest beteekenenden: J.P. Moltzer, H.L. Drucker, J.F. Houwing, W.L.P.A. Molengraaff. Waarin dezen ook verschilden, hierin pagina-189kwamen zij overeen: er moest iets nieuws in de rechtswetenschap worden gebracht en dit nieuwe moest komen door een andere verhouding van recht en maatschappelijk leven dan gebruikelijk was.

56

Di mana puntidak terdapat pagina-42kaitan yang begitu erat antara yang baru dan yang lama, selain daripada yang ditemukan dalam ilmu-hukum.Gagasan untuk memutuskan kontinuitas sama sekali tidak ada, akan tetapi mereka meresapi suatu keinginan yang berbeda daripada keinginan orang terdahulu. “Onrechtmatig” (melawan hukum) oleh aliran baru diartikan bukan semata-mata bertentangandengan undang-undang selanjutnya dalam hukum perjanjian maka “billijkheid” (keadilan) dan “goede trouw” (itikad baik) menduduki tempat yang utama.
Moltzer(1850-1907), semula guru besar di Amsterdam dan kemudian menjabat anggota “Raad van State”, bisa dianggap sebagai perintis. Drucker, semula guru besar di Groningen danLeiden kemudian menjadi anggota Parlemen, bersama Molengraaff(1858-1931), guru besar di Utrecht, merupakan pemimpinaliran ini.
Didirikannya Rechtsgeleerd Magazijnmerupakan tanda mulai eksistensinya aliran baru. Meskipun “program” (rencana)-nya tidak tegas dan kemudianjugatetaptidak tegas, pengaruhnya adalah cukup besar. Perlu dicatat, bahwa Houwing(1857 – 1921), guru besar di Amsterdam, dengan segera menggabungkan diri dan ternyata menjadi peserta yang mahir.

56

Nergens sluit het nieuwe zoo nauw aan bij het oude als in de rechtswetenschap, van verbreken der continuïteit was geen sprake, maar toch: men voelde iets anders te willen dan de voorgangers. “Onrechtmatig” is naar de voorstelling der school niet alleen wat met de wet strijdt —in het contractenrecht krijgt de billijkheid, de goede trouw, de allereerste plaats.
Moltzer (1850—1907), eerst hoogleeraar te Amsterdam, later lid van den Raad van State, was min of meer een voorlooper, Drucker(1857—1917) eerst hoogleeraar te Groningen en te Leiden, later lidpagina-247 van de Tweede Kamer en Molengraaff (1858—1931), hoogleeraar te Utrecht, waren de leiders; de stichting van het Rechtsgeleerd Magazijn (1882) hun aankondiging van het nieuwe begin. Het program was vrij vaag en bleef dat. Niettemin heeft het sterken invloed uitgeoefend. Houwing (1857—1921), hoogleeraar te Amsterdam, was al spoedig een der meest begaafde medestanders.

57

   Moltzermembuat disertasi dalam tahun 1878 mengenai “beding ten behoeve van derden” (persyaratan untuk kepentinganpihak ketiga) yang merupakankarya yangsampai sekarang tidak mungkin terlalaikan olehsiapa pun yanginginmemperdalam pengetahuannya dalam bidang hukum-perikatan. Karyanya dikemudianhari dilihat dari segimutunya tidak seimbangdengan pengharapan yang ditimbulkan oleh diserta- sinya. Mungkin kesehatannya merupakan sebab ia tidak mampuh berkarya setekun itu.Akan tetapidi bidang lain ia berhasil membuatpendobrakan; karangannya berjudulLandbouw en kapitaalbelegging” (Pertanian,daninvestasi uang”) adalah suatu buktibahwa bentuk-bentuk hukum darimasa yang lampau masih dapat digunakan dalam menyusun hukum baru.Dapat diragukanapakah erfpacht”(hak usaha), tanpa karya Moltzer, akanmencapai kedudukan yang ditempatinya pagina-43sekarang,dengancatatan, bahwa peranan “erfpacht” dalam praktek hukum untuk sebagian besar tidak terjadi di bidang, sebagaimana yang dimaksudkan oleh Moltzer. Padawaktu sekarang masih terdapatbanyak orang yang mengharapkan peranannya di bidang yang dimaksudkan Moltzeritu; “erfpacht” diramalkan mereka akan mengalami masa depan sebagaimana yang diinginkan.

57

   Moltzer’s proefschrift over het beding ten behoeve van derden (1878) is thans nog een werk, waaraan niemand, die verbintenissenrecht wat dieper wil bezien, kan voorbijgaan. Zijn later werk vervulde niet geheel de belofte, die er in lag. Wellicht was zijn zwakke gezondheid oorzaak, dat hij niet meer doorzette. Toch heeft hij op menig gebied, b.v. in de causa, baanbrekend werk verricht, is zijn “Landbouw en kapitaalbelegging” (1892) bewijs, dat de oude rechtsvormen kunnen worden gebruikt bij het opbouwen van nieuw recht. Het mag betwijfeld worden of de erfpacht, zonder Moltzer’s boek, de plaats zou hebben in het rechtsleven, die zij thans heeft, al ligt dat dan ook wel grootendeels op ander gebied dan waaraan Moltzerpagina-243 dacht. En nog altijd zijn er velen, die haar ook daar een toekomst toeschrijven.

58

   Bilamana Moltzerterpikat pada hubungan-hubungan.dalam bidang Agraria, lain halnya dengan Drucker. Druckermencari hukum baru yang perlu untuk mengatur hubungan antara “arbeider” (buruh) dan “werkgever” (majikan). Perasaan Druckerlebih tergerak daripada yang lain dalammenghadapi gejala ketimpanganperikehidupan dalam masyarakat; ia dipengaruhi oleh “arbeidersbeweging” (gerakan buruh) yang baru muncul; ia melihatbahwa membentuk hukum baruadalah tugas sarjana hukum; dengan dibekali pengetahuan mengenai bentuk-bentuk hukum yang lama, hukum barumana harus ditujukan ke arahpembentukan susunan masyarakat yang berlainan.
Sebagaimana diterangkan di atas Druckerterpilih sebagai anggota Parlemen. Wet op de arbeidsovereenkomst” (Undang-Undang perjanjian perburuhan) untuksebagian besar adalah karyanya. “Ontwerp” (rencana) yang pertama disusun oleh DruckerPembicaraan di Parlemensebagai “voorzitter der commissie van rapporteurs” (ketua panitia pelapor) dialah yangmembimbingnya. Karyanya yangbesifat ilmiah tergangguberkembang karena kesibukannya sebagai anggota Parlemen. Karyanya itu masih bersifat pembahasan detail, mungkin karena hal ini lebih sesuai dengan wataknya. Akan tetapidalamhubungan ini dapat dikemukakan karangannya (tahun 1909/1910) mengenai “in gebreke stelling” (pernyataan lalai), di mana untuk pertamakalinya jurisprudensi dalam sesuatu bidang tertentudisusun secara sistematis; selanjutnya untukserangkaian keputusan hakim ia menunjukkan polapemikiran yangmengarahkannya.

58

   Waren het de agrarische verhoudingen, die Moltzer’s liefde hadden, Drucker zocht naar het nieuwe recht tusschen arbeider en werkgever. Sterker dan een der anderen was hij door de maatschappelijke misstanden gegrepen, onderging hij den invloed der opkomende arbeidersbeweging; hij zag, dat het de taak van den rechtsgeleerde was, met zijn weten in de hem door de traditie geschonden vormen een nieuw recht te scheppen, een recht, dat moest leiden tot een andere samenleving. De wet op de arbeidsovereenkomst op blz. 233/238 genoemd, is in hoofdzaak zijn werk. Het oorspronkelijk Ontwerp was van hem afkomstig — bij de behandeling in de Tweede Kamer nam hij als voorzitter der commissie van rapporteurs de leiding. Zijn wetenschappelijk werk heeft onder zijn Kamerlidmaatschap geleden, tot iets groots kwam het niet, het bleef al te zeer detailwerk. Dit lag ook meer in zijn aard. Toch moeten hier zijn opstellen over de ingebrekestelling worden genoemd (1909/10), waardoor hij voor het eerst de jurisprudentie op een bepaald gebied systematiseerde; voor reeksen van uitspraken wees hij de leidende gedachte aan. Waren zij het al niet geheel — zij werden het door zijn geschrift.pagina-248

59

   Di atas telah diterangkan, bahwadi antara penganut aliran pagina-44baru mungkin saja terdapat perbedaan.Memang perbedaan itu ternyata ada; halini akan jelas,bila diperhatikan sikap Houwingyang berlainan daripada sikap Druckeryang diambil terhadap praktekpengambilan keputusan oleh para hakim. Pada Houwingtidak terdapat upaya untuk menyusunsemua. datayangterkumpuldalam kerangka yangsistematis. Olehnya dipentingkan mencari kaitan antara berbagai masalah,selanjutnya menunjukan adanya tandayang mempersatukan berbagai masalah yang kelihatannya berbeda. Seperti Moltzer, akantetapi berbeda dengan DruckerdanMolengraaff, Houwingmerasa tertarikuntuk melaksanakan penelitian secara historis. Dalammelakukan penelaahanarah sejarah ini, ia tidak banyak berbedadari Coninck-Liefstingdan van Bemmelen. Dalam pada itu tujuan Houwing- seperti jugadari semua kawanseangkatannya - adalah penghapusan formalisme, tidak tunduk pada yang ditemukan dalamteks, dengan singkat mencarihasil yang memuaskan.Dia juga menarik perhatian orang, karena berhasil membuat disertasi yang gemilang, dengan judul: “Dwaling bijovereenkomsten6(tahun 1888).Mengenai karya yang lainnya dapat disebut karangannya tentang overmacht”(keadaan memaksa); yang ternyata merupakan fundament bagiberbagai keputusan pengadilan selama Perang Dunia I.Penelaahannya mengenai billijkheid”dan gewoonte”(kebiasaan) merupakan contoh klasik dari karangan juridis yang terbaik; dernikianhalnya juga dengan karangan mengenai pasal 1302 B.W. (pasal 1266B.W. Indonesia).

59

   Ik zeide, dat er verschil is tusschen deze figuren; het is duidelijk als men ziet, hoe pagina-190anders Houwing de rechtspraak behandelt dan Drucker. Bij hem geen systematiseering der massa gegevens, maar het zoeken naar een verband tusschen enkele, het aanwijzen van een eenheid in schijnbaar uit elkaar liggende vragen. Als Moltzer voelde Houwing — in tegenstelling met Drucker en Molengraaff — zich tot historisch onderzoek aangetrokken, zocht hij — en in zooverre staan deze beiden niet ver van Coninck Liefsting en van Bemmelen — naar de historische lijn. Doch zijn doel was als dat van zijn tijdgenooten: verbreken van formalisme, niet buigen voor teksten — het zoeken naar een bevredigend resultaat. Ook hij trok dadelijk de aandacht door een meesterlijke dissertatie34, zijn overmacht-stukken van 1905 zijn het fundament van de overmacht-rechtspraak uit den tijd van den oorlog geworden, zijn beschouwing over billijkheid en gewoonte, over art. 1302 B.W., klassieke voorbeelden van juridische essays van de allerbeste soort.35pagina-244

60

   Akhirnya sepak terjang Molengraaffmasih perlu dibahas. Jasa yang sebenarnya berada di luar “burgerlijk recht”, yaitu dalam bidang “handelsrecht” (hukum dagang). Dalam bidangini ia menciptakan sesuatu yang tidakada orang lain yangmampumelaksanakannya. KaryaMolengraaffmempunyaijangkauan yang sangat luas, baik dilihat dari segi ilmiah maupundari segi legislatif. Mengingat garis pemisah pagina-45antara hukum dagang danbidang hukumyang secara tradisi disebut hukum perdatatidakmungkin ditarik dengan tuntas, maka pendapatnya yangselalu jelas danterangmengenai setiap masalah hukum dagang, berpengaruh dan meresap ke dalam hukum perdata.Pandangannya yang baru mengenai “wissel”, tidak saja berarti untuk “toonder papier”, melainkan juga untuk pembahasan “verbintenis” (perikatan) pada umumnya dan pada ajaran sekitar pasal 2014 B.W.7
Dalam pada itu Molengraaffmasih menaruh perhatian terhadap hukum perdatadalm arti tradisionil - misalnya tidak mungkin ajaran sekitar pasal 1401 B.W.8dapat berkembang tanpa pengaruhnya. Iaadalah realistis (“nuchter”) – seperti jugaDruckerdan Houwing- selanjutnyatapa ragu langsung menuju ke inti persoalan, berwatak sederhana dan berfikir jernih. Semuanya itu harus dimanfaatkan untuk mencapai hukum yang lebih baik, bukan yang taatdan mengekor padawet”, namun yang lebih memuaskan.

60

   Eindelijk Molengraaff Zijn eigenlijke verdiensten liggen buiten het burgerlijk recht op het gebied van het handelsrecht. Daar schiep hij, wat van geen der anderen gezegd kan worden, werk van langen adem, wetenschappelijk en legislatief. Doch het verband van het handelsrecht met wat naar traditie burgerlijk recht heet, is zóó nauw, de grens, naar hij zelf aantoonde, zóó willekeurig, dat zijn altijd helder en klaar woord in haast iedere vraag van handelsrecht, zijn vernieuwing, mag men zeggen, van de wetenschap van dat recht eerst, van de wet zelf later, ook op het burgerlijk recht sterk inwerkte. Zijn nieuwe wissel-beschouwing b.v. was van beteekenis, niet alleen voor het toonderpapier, maar voor de opvatting van de verbintenis in het algemeen. Zij deed haar invloed tot in de leer van art. 2014 B.W. gelden. Trouwens ook het burgerlijk recht in engeren zin had zijn aandacht — is de nieuwe leer van art. 1401 B.W. denkbaar zonder Molengraaff’s invloed? Nuchter was hij — en dat waren Drucker en Houwing ook — direct op de zaak af, sober, helder — doch dat alles moest dienen om een beter, dat is niet wetsgetrouwer, maar bevredigender, recht te krijgen.pagina-249

61

   Di sampingmereka yang disebut di atas,terdapat sarjana lain yang juga sudah meninggal dunia.Mengenai para sarjanaini tidak akan dibicarakan di sini, demikian pula mengenai mereka yang masih hidup.
Pada waktu ini generasi lain yang memainkan peranan. Di sini tidak akan dicoba untuk membahassepak terjangnya. Kiranya yang dapat dipandangnya sebagai tugasnya ialah:menyusun lebih sistematis dan memformulasikan segala sesuatu yang telahberhasildiciptakanoleh generasi terdahulu; mencari dasar filosofis yang lebihmantap dan pulalatar belakang historis, agar secara ilmiahmenempuhsaluran dan jalan yangbaru; akhirnva mengembangkan hasil jerih-payahgenerasi terdahulu, gunmenyusunbentuk-bentuk hukum baru bila diperlukan karena berubahnya peri-kehidupanmasyarakat dan pola-berfikir orang.pagina-46
Dalam melakukan penelaahan maka generasi terdahulu tidak sampai kepada penyusunan ringkasan yang sistematis.Pula mereka tidak memakai dasar filosofis sebagai landasan. Juga mereka tidak sampai melakukan penelitian historis yang luas. Yang merekautamakan adalah pembebasan dari pandangan terdahulu danpencarian hukum yang sedang hidup. Dalam usaha mereka maka ada satuhal yang mereka sepakati,yaitu pandangan bahwahukum lebih daripada pengetahuan mengenaiundang-undang,undang-undang tidakmenampung hukum dan tidak ada hukum tanpa “billijkheid” (keadilan, kewajaran).

61

   Naast deze stonden anderen. Wij noemen niet meerdere namen en zwijgen over levenden.
Thans is een andere generatie aan het roer. Ook zij mag reeds op werk van beteekenis wijzen. Ik wil niet trachten ook haar te kenschetsen. Als haar taak mag zij naar mijn meening zien: te systematiseeren en te omlijnen wat haar voorgangers schiepen — naar vaster wijsgeerige basis en historisch verband voor haar streven te zoeken, wetenschappelijk in verband daarmee nieuwe banen in te slaan — voort te bouwen ten slotte, waar andere maatschappelijke toestanden en opvattingen om andere rechtsvormen vragen.
In de samenvatting, het systeem, lag evenmin de kracht van de mannen, die ik aanwees, als in de wijsgeerige bezinning of het veel omvattend historisch onderzoek. Zij hebben vooral losgemaakt, vooral naar levend recht gezocht. pagina-191Eén ding blijft van hun gezamenlijk streven: rechtswetenschap is meer dan wetgeleerdheid —in de wet gaat het recht niet op — zonder billijkheid geen recht.

62

   Paragrapterakhirini membahas sejarah ilmu hukum dan sejarah tentang pengambilan putusan oleh pengadilan (rechtspraak). Sejarah mengenai bidang terakhir inimasih harus disusun. Mengenai sejarah rechtspraakkekurangan akan data adalah lebih besar daripada yang berkenaan dengan ilmu hukum;menyentuh hal-hal yangterpenting saja akan tidak mungkin. Dari karya yang menelaahnya,hanya dapatdisebut karangan Fockema Andreaeyangmenelit metode yangdipergunakan oleh ”Hoge Raad “ dalam periode 1893-1903: J.P. Fockema Andreaedalam disertasi di Leiden (tahun 1904) meneliti metode penafsiran yang dipakai oleh Hoge Raad itu. Hanya bilamana penelaahan yang serupa sudah dihasilkan mengenai periode sebelumnya dan sesudahnya,baru bisa disusun sejarah “rechtspraak”;penelaahan itu harus mencakup gambaran tentang perbandingan di antara keputusan yang telah- diambil, harus pula menunjukkan arah perkembangan dan harus juga memuat penelitian mengenai hubungan antara kehidupan dalam masyarakat dengan “rechtspraak” dengan ilmu hukum.

62

   Deze paragraaf behandelt de geschiedenis van wetenschap en rechtspraak. Zij moet echter, wat de laatste betreft, geheel program blijven. Voor de geschiedenis der rechtspraak meer nog dan voorpagina-245die der wetenschap ontbreken de gegevens. Zelfs aanstippen van het belangrijkste is hier niet mogelijk. Van allen arbeid, die hier moet geschieden, hebben we alleen maar het op blz. 52 53 39geciteerde boek van Fockema Andreae over de methode van den H.R. van 1893—1903 Eerst indien over vroegere en latere tijden soortgelijke beschrijvingen zijn verschenen, vergelijkingen zijn gemaakt en lijnen van ontwikkeling aangegeven, kan een geschiedenis der rechtspraak mogelijk zijn — om nog te zwijgen van de noodzakelijkheid het verband tusschen maatschappelijk leven en rechtspraak, tusschen deze en de wetenschap, te onderzoeken.

63

   Di bawah ini hanya akan disajikan perkembangan praktek pengambilan keputusan oleh “Hoge Raad”.
Kalau tidak keliru dapat dikatakan bahwa mahkamahtertinggi pada waktu permulaan berlakunya B.W. mulai dengan mengambil keputusan di mana dicari hubungan dengan hukum dari masa yang lampau. Dalam perioda lebih lanjut diambil pagina-47keputusan, yang memuaskan bagi penyelesaian berbagai kepentingan yang timbul dalam bidang peri-kehidupan hukum, meskipun tidak berlandaskan pertimbangan yang luas; selama perioda ini yang menjabat Ketua ialah De Greve, seorang sarjana yang disegani dan memperoleh sanjungan. Sesudahnya nampak kecenderungan untuk semakin lama semakin ketat mentaati teksundang-undang secara harfiah dengan mencapai puncaknya ketika Kist menjabat Ketua selama tahun 1880 - 1895. Dalam perioda berikutnya, di bawah pimpinan Ketua Conink Liefsting, hubungan-hubungan historis lebih diperhatikan. Perioda berikutnya lagi adalah masa, di mana nampak pengaruh Molengraaff, Houwingdan Druckerpada keputusan-keputusan “Hoge Raad”.

63

   Ik bepaal mij hier tot één opmerking.
Als ik goed zie, dan toont de rechtspraak van den H.R. na een rustig begin, waarin nog verband met het oude recht was en daarop volgend een tijdvak van de eischen van het toenmalige rechtsleven bevredigende en juridisch wel niet breed gemotiveerde maar, toch goed verantwoorde beslissingen (jarenlang presidium van den zeer ge vierden de Greve), hoe langer hoe meer een sterke onderwerping aan de letter der wet (hoogtepunt onder Kist ongeveer in de jarenpagina-250 1880—1895) om dan met meerdere historische verdieping (presidium van Coninck Liefsting) zich tot de denkbeelden te wenden, die karakteristiek waren voor de mannen, die ik zooeven besprak (presidium W.H. de Savornin Lohman).

64

   Dari segi sejarah terlihat, bahwa rechtspraak”agak lambat dipengaruhi oleh ilmu hukum.KaranganMolengraaffmengenaipasa1 1401 B.W.ditulis dalam tahun 1887,sedangkanHoge Raad”, baru dalam tahun 1919menerapkan pandangan sarjana itu dalamkeputusannya. Sikap “Hoge Raad”, yang teliti danberhati-hati ituadaliahwajar. Molengraaff, Houwingdan Druckersenatiasa menitik-beratkan artinya “goede trouw” (itikad baik)dan “billijkheid”untuk hukum-perjanjian; oleh mereka semakinbanyak ditonjolkanpasal 1374 dan 1375B.W.,9sedangkan karangan Houwingmengenai “overmacht” ditulis dalamtahun 1905. Akhirnya baru dalam tahun 1921 diambilserangkaian keputusan, di mana oleh mahkamah tertinggi ini diletakkan arti “goede trouw” bagi hukum-perjanjian, yang selanjutnya diikuti oleh keputusan mengenai “natuurlijke verbintenis”, “misbruik van recht” (penyalahgunaan hukum) dan lain-lain.
Dengan pengakuan tentang adanya berbagai norma hukum, yang tidak berlandaskan pada penafsiran harfiah ataupun penafsiran historis, maka timbul pendapat lain mengenai tugas hakim-kasasi. Bilamana dahulu sesuatu keputusan pengadilan pagina-48dianggap tak mungkin dirubah karena penyajian fakta-faktanya, sekarangHoge Raad” meneliti dan memasuki bidang yang dahulu termasukwewenang hakim yang lebih rendah, misalnya: bertentangan dengan “goede zeden” (kesusilaan), “schuld” (kesalahan), “onrechtmatige daad”.
Perkembangansikap Hoge Raad”, sebagaimana halnya juga dengansejarah pengakuan akan hukumdi luarundang- undang, berjalan tidak menurut arah yang lurus, melainkan tersendat-sendat dan ada kalanya seolah-olah mahkamah tertinggi ini kembali lagi ke jalan yangpernah ditinggalkan. Pendek kata, perkembangan yang bersangkutan itu masih dalam pertengahan jalan. Akan tetapi tidak dapat disangkal bahwa terdapat perbedaan dalam metode penafsiran antara sebelum dan sesudah tahun 1890.
Akan tetapi kesimpulan-kesimpulan yang lebih tegas baru dapat ditiriksetelah dilakukan penelitian, sebagaimana telah diterangkan diatas.

64

   Historisch loopt de rechtspraak —het ligt in den aard der zaak — achter de wetenschap aan. Zij moet wel voorzichtig zijn en behoudend. Molengraaff artikel over art. 1401 B.W. is van 1887. Eerst in 1919 aanvaardt de H.R. zijn leer. Houwing, Drucker, wederom Molengraaff, zij hamerden altijd maar weer de beteekenis van goede trouw en billijkheid voor het contractenrecht er in; de artt. 1374 en 1375 B. W. worden steeds meer naar voren geschoven, Houwing’s overmacht-artikelen zijn van 1905. In 1921 eindelijk begint de reeks van arresten waarin de H. R. de beteekenis van de goede trouw in het contractenrecht vastlegt. De uitspraken over de natuurlijke verbintenis, over misbruik van recht en zoo menige andere, die met het woord “ruim” vaag, maar voor ons doel op dit oogenblik duidelijk genoeg worden geteekend, groepeeren er zich omheen.
Met een erkenning van niet alleen door de letter of de historie der wet bepaalde rechtsnormen, breekt een andere opvatting over de taak van den cassatierechter zich baan. Hield hij zich vroegerpagina-246 zooveel mogelijk afzijdig, werd al gauw een beslissing op grond van haar feitelijk karakter onaantastbaar genoemd, nu grijpt de H.R. telkens in op het gebied, dat vroeger uitsluitend aan den feitenrechter werd gelaten (strijd met de goede zeden, schuld in den zin van art. 1401 B.W. enz.).
Wel gaat hier, gelijk in de erkenning van buitenwettelijk recht, de verandering pagina-192niet in een rechte lijn, maar met horten en stooten, schijnt de H. R. soms op een voor buitenstaanders weinig verklaarbare wijze terug te treden op den weg, dien hij insloeg, zijn we, met één woord, nog midden in de ontwikkeling, doch dàt er verschil is tusschen de methoden van interpretatie van vòòr en na 1890 valt niet te betwisten.
Doch, gelijk gezegd, eerst nader onderzoek zal hier meer bepaalde conclusies mogelijk maken.

65

Catatan akhir1Pasal-pasal 1266, 1365, 1977 BW – Indonesia (Catatan Penterjemah)
2Pasal 1653 B.W. Indonesia (Catatan Penterjemah)
3DalamB.W. Indonesia dimuat dalam Babke-9, Buku IIdengan judul “Van grondrenten en tienden”.Terjemahan dalam bahasa Indonesia:Tentang bunga tanah danhasil seperpuluh(Catatan Penterjemah).
4Pasal 582 B.W. Indonesia (Catatan penterjemah)
5Pasal 1318 B.W, Indonesia (Catatan Penterjemah)
6Dalam bahasa Indonesia: “Kekhilafahan dalam pembuatan persetujuan”, lihat pasal 1322 B.W. Catatan Penterjemah
7Pasal 1977 B.W. Indonesia (Catatan Penterjemah)
8Pasal 1365 B.W. Indonesia
9Pasal-pasal 1338, 1339 B.W. Indonesia

65

Eindnoten1Planiol, t.a.p. n. 38.
2Planiol n. 40.
3Beide ontwerpen te vinden in FenetRecueil complet des traveaux préparatoires.
4Voornaamste werk: Commentarius in IV libros Institutionum Imperialum (1642).
5Het Roomsch-Hollandsch Recht(1664), Censura Forensis(1662).
6Praelectiones juris civilisHedendaagsche rechtsgeleerdheid
7Commentarius ad Pandectas(1698—1704).
8Quaestiones juris privati(1744).
9Uitgegeven 1631.
10Laatste uitgave van de Inleidingmet aanteekeningen van Fockema Andreaeen van Apeldoornin 1926.
11Zie omtrent alles uitvoeriger LandInleiding tot de verklaring van het burgerlijk wetboek(1899) blz. 95 vlg. Het zou wel wenschelijk zijn als de archieven dezer commissie nog eens werden nagezien en wat daaruit voor onze kennis van de rechtsopvattingen van toen van belang is werd openbaar gemaakt.
12Het Ontwerp 1807 is gepubliceerd in 1967.
13Verzameling van Nederlandsche wetten en besluiten uitgevaardigd sedert 22 Jan. 1798 tot 19 Juli
14Een uitgave daarvan zij de vereenigingen, die rechtsbronnen uitgeven, dringend aanbevolen. Volgens Land, Inleiding, blz. 118, is op het Rijksarchief een exemplaar met aanteekeningen van Kemper; die zouden er bij opgenomen kunnen worden, ook de verdediging tegen de Belgen, waarvan de Bosch Kempert.a.p. spreekt. Het ontwerp 1820 heeft sterker dan dat van 1816 vreemden invloed ondergaan.
15Staatkundige geschriften van Kemperuitgegeven door zijn zoon J. de Bosch Kemper(1836) III, 196.
16Opnieuw uitgegeven door de Bosch Kemperin 1864.
17Het is wel eigenaardig, dat formeel de invoering niet geheel in orde is geweest. De plaatsing in 1822 en volgende jaren in het Staatsbladwas niet de officieele, door de wet van 2 Aug. 1822 voorgeschreven, afkondiging. Afkondiging van het geheel heeft niet plaats gehad. Bovendien had de invoering bij de wet, niet bij K. B., moeten zijn bepaald (art. 120 Grondwet van 1815). „Niettemin is de invoering van het B. W. op 1 Oct. 1838 een feit” zegt DiephuisI, blz. 143. Vgl. ook Landt.a.p. blz. 124. Eigenaardig: algemeen was de overtuiging, dat heel het burgerlijk recht in het B.W. ligt, het is de wet, de alles uitsluitende wet, die over het recht heerscht, terwijl toch die wet, streng wettelijk genomen, geen “wet” is!
18Verzameling van wetten, besluiten en andere rechtsbronnen van Franschen oorsprong enz. (1839—1841).
19Zie blz. 226230174.
20Zie Handelingen der Juristenvereeniging van 1923, Praeadviezen van K.J.Schorer en schrijver dezes.
21Zie boven blz. 169170127.
22Wet van 23 april 1936, Stbl. 202.
23In 1912. Praeadviezen J.P.Fockema Andreaeen E.E.van Raalte.
24Zie over alle genoemden en nog meerderen PlaniolI n. 130.
25Dertien deelen 1868—1890. De negen eerste deelen in tweeden druk van 1885 af; het verving een vroeger minder belangrijk boek van denzelfden schrijver, 1844—1855 in eersten druk verschenen.
26,,Aanteekening” doen voorafgaan. Het werk was bij schrijvers dood onvoltooid. Het is voortgezet (op geheel andere wijze dan de opzet was) door J.A. Levy. Van de drie eerste deelen verscheen een nieuwe bewerking onder Houwing’sleiding, bewerkt door A. Grünebaum, N.de Beneditty, J.Goudeket Azn. (1911—1916).
27Teekenend is wel, dat Diephuiszijn boek begint met de opmerking: „Wat wij onder burgerlijk recht te verstaan hebben, is door geen bepaling der wet aangegeven.”
28titel van het eerste boek.
29Zie over de methode van Diephuis-OpzoomerH .J. Hülsmann, Geschiedkundig overzicht betreffende de historische interpretatie in het Privaatrecht. Ac. Proefschrift Amsterdam 1920, blz. 140 vlg.
30drukdeel-1933begonnen, nog niet voltooiden J. Eggens
31Zij dateert van 1885. Voorbeeld was de slechts voor een klein deel verschenen Handleiding van J. van Hall, hoogleeraar te Utrecht (1851/2). Het boekje is nu nog niet zonder beteekenis. De Handleiding is na Asser’sdood voortgezet door J. Limburg (niet voltooid). Thans zijn deel I en II bewerkt door schrijver dezes, deel III door H. van Goudoever(onvoltooid), deel IV door E.M. Meijersen deel V door A. Anema.Zie de geschiedenis van de Asserserie tot 1957 in Asser-Scholten-Wiarda I, 1 p.v-wi.
32W.P.N.R. 2610.
33Zijn Verspreide Geschriften zijn in 1911—1913 in zeven deelen uitgegeven door W.L.P.A. Molengraaffen C.W. Star Busmann.
34Dwaling bij overeenkomsten(1888).
35Zijn tijdschriftartikelen zijn in 1921 gebundeld onder den titel „Rechtskundige opstellen.”

Back to top

Site made by: Woovar (Development) and Huppes-Cluysenaer